In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- - **a.** Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- - **b.** overheidsorgaan:
- - **1°.** een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
- - **2°.** een ander persoon of college met enig openbaar gezag bekleed;
- - **c.** archiefbescheiden:
- - **1°.** bescheiden, ongeacht hun vorm, door de overheidsorganen ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten;
- - **2°.** bescheiden, ongeacht hun vorm, met overeenkomstige bestemming, ontvangen of opgemaakt door instellingen of personen, wier rechten of functies op enig overheidsorgaan zijn overgegaan;
- - **3°.** bescheiden, ongeacht hun vorm, welke ingevolge overeenkomsten met of beschikkingen van instellingen of personen dan wel uit anderen hoofde in een archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten;
- - **4°.** reprodukties, ongeacht hun vorm, welke bij of krachtens de wet in de plaats zijn gesteld van de onder 1°, 2° of 3° bedoelde archiefbescheiden of welke op grond van het bepaalde in artikel 7 zijn vervaardigd;
- - **d.** zorgdrager: degene die bij of krachtens de wet belast is met de zorg voor de archiefbescheiden;
- - **e.** archiefruimte: een ruimte, bestemd of aangewezen voor de bewaring van archiefbescheiden in afwachting van hun overbrenging ingevolge artikel 12, eerste lid of 13, eerste lid;
- - **f.** archiefbewaarplaats: een bij of krachtens deze wet voor de blijvende bewaring van archiefbescheiden aangewezen bewaarplaats.