**1.** Het lid aan wie krachtens het daarop betrekking hebbend artikel der Kieswet*Vgl. artikel X3, tweede en derde lid Kieswet. is meegedeeld dat zijn lidmaatschap heeft opgehouden te bestaan, kan daarover binnen acht dagen het oordeel van de Kamer vragen.
**2.** De Kamer benoemt in het onder het eerste lid bedoelde geval uit haar midden een commissie van onderzoek ,en spreekt geen oordeel uit voordat deze commissie verslag heeft uitgebracht. Indien het betrokken lid daarom verzoekt, wordt hij door de commissie gehoord.
Hoofdstuk I › Paragraaf
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 6 juni 1995