**1.** Zolang geen Voorzitter is benoemd treedt een oud-Voorzitter als tijdelijk Voorzitter op, waarbij de laatstafgetredene voorrang heeft. Bij ontstentenis van een oud-Voorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden oud-Ondervoorzitter; bij aanwezigheid van meer gelijktijdig afgetreden oud-Ondervoorzitters treedt degene die het langst zitting heeft in de Kamer als tijdelijk Voorzitter op; bij gelijke zittingsduur gaat de oudste in leeftijd voor. Bij ontstentenis van een oud-Ondervoorzitter treedt het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft als tijdelijk Voorzitter op; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
**2.** De tijdelijk Voorzitter legt ten overstaan van de vergadering de eed of verklaring en belofte af.
Hoofdstuk II › Paragraaf
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 6 juni 1995