1. 1. Onze Minister legt de boete op bij beschikking.
  2. 2. De beschikking vermeldt in ieder geval:
    • - a. het feit terzake waarvan de boete wordt opgelegd, alsmede het overtreden voorschrift;
    • - b. het bedrag van de boete en de gegevens op basis waarvan dit bedrag is bepaald; en
    • - c. de termijn, bedoeld in artikel 48i, eerste lid, waarbinnen de boete moet worden betaald.