De komende jaren zal de NS een groot aantal projecten uitvoeren ter vergroting van de capaciteit van het spoorwegnet. Deze projecten zijn opgenomen in het plan Rail 21. Gebleken is dat in veel gevallen de projecten uitgevoerd moeten worden op locaties waar zich ten aanzien van de geluidhinder reeds saneringssituaties voordoen. In een vroegtijdig stadium is afgesproken dat zo veel mogelijk gelijktijdig met het oplossen van de infrastructurele knelpunten tevens de bestaande geluidknelpunten zullen worden opgelost.
Bij de voorbereiding en start van de eerste Rail-21-projecten is gebleken dat de financiering van de saneringsmaatregelen een probleem vormt voor de gelijktijdige uitvoering van spoorwijziging en sanering. Het gesignaleerde probleem komt overeen met het afstemmingsprobleem van de sanering bij reconstructies van rijkswegen, waarover mijn ambtsvoorganger u berichtte in zijn brief van 24 december 1991, MBG 20D91010. Na een inventarisatie van de saneringskosten verbonden aan de gelijktijdige uitvoering van de geluidsanering en van Rail-21- projecten is besloten tot een analoge oplossing als bij de reconstructies van rijkswegen.
De afspraken tussen de minister van VROM, de minister van V&W en de NS zijn opgenomen in ’Nadere afspraken geluidsanering bij spoorwerkzaamheden’, hierna verder te noemen: nadere afspraken (bijlage 1 bij deze brief).
De nadere afspraken houden kortweg het volgende in:
VROM stort vanaf 1 januari 1994 jaarlijks een vast bedrag in het sinds die datum aanwezige Infrastructuurfonds.
VROM verstrekt vanaf de inwerkingtreding van de nadere afspraken geen financiële bijdrage meer voor de sanering van spoorweglawaai langs de op de, bij de nadere afspraken behorende, kaart aangegeven baanvakken, tenzij het een reeds lopend project betreft dat genoemd is in de lijst van uitzonderingen in bijlage 2 van de nadere afspraken.
De NS draagt bij de voorbereiding en uitvoering van de spoorwerkzaamheden aan de onder 2 genoemde baanvakken zorg voor de financiering, voorbereiding en uitvoering van de ter plaatse benodigde saneringsmaatregelen. Een uitzondering geldt hierbij voor gevelmaatregelen, waarvoor de NS alleen zorg zal dragen voor de aanvraag van de financiële bijdrage bij V & W. De voorbereiding en uitvoering wordt door middel van de in bijlage 3 van de nadere afspraken opgenomen modelovereenkomst aan de gemeente overgedragen.
De onder 3 genoemde saneringsmaatregelen zullen door V&W ten laste van het Infrastructuurfonds worden gebracht indien ze overeenkomen met een door de minister van VROM vastgesteld saneringsplan.
De nadere afspraken hebben tot gevolg dat de uitvoering van de saneringsmaatregelen langs de op de kaart aangegeven baanvakken niet langer bepaald zal worden door de saneringsurgentie, maar door de uitvoeringsplanning van Rail-21-projecten. De procedure van de sanering volgens de nadere afspraken is in bijlage 2 bij deze brief opgenomen.
Door de NS wordt in overleg met het Rijk al geruime tijd geanticipeerd op deze nadere afspraken. Dit houdt in dat de NS bij een aantal projecten dat momenteel wordt uitgevoerd, in overleg met de betrokken gemeenten, al conform de nadere afspraken te werk gaat.
Uitgangspunt bij de sanering via de koppeling met Rail-21-projecten is het algemene beleid inzake de sanering van spoorweglawaai. Een uitzondering hierop vormt de mogelijkheid om in het kader van Rail-21-projecten woningen te amoveren in plaats van te saneren, indien de bijdrage in de kosten van amovering minder bedraagt dan de geraamde kosten van de benodigde saneringsmaatregelen.
Artikel 2
Sanering via de NS bij Rail-21-projecten
Onderdeel van Sanering spoorweglawaai bij de uitvoering van Rail-21-projecten· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 7 december 1995