Een verschil met de normale gang van zaken bij de autonome sanering is dat niet de gemeente, maar de NS de trekker van het saneringsproject gekoppeld aan de spoorwijziging is. Dit betekent voor de gemeente minder werk, hoewel de gemeente uiteraard wel volop bij de voorbereiding van het saneringsproject betrokken is. Indien de geluidmaatregelen alleen uit afschermende voorzieningen bestaan, heeft de gemeente, in tegenstelling tot autonome sanering, zelfs in het geheel geen financiële bemoeienis met het project.
Bij gevelmaatregelen ligt dit anders, daar gelet op de aard van de maatregelen hier de gemeente wel een grote rol bij de voorbereiding en uitvoering blijft spelen. Om de afstemming tussen de gemeente en de NS zo goed mogelijk vast te leggen, is rekening houdend met de uitvoering van het project en de eisen ten aanzien van het verlenen van een rijksbijdrage een modelovereenkomst opgesteld voor de financiering van de gevelmaatregelen. Deze overeenkomst bepaalt met name de verantwoordelijkheid van de gemeente en de NS, de financiële verhoudingen en de planning in de tijd. Uitgangspunt blijft een vergoeding van 100% van de saneringskosten door het Rijk. Alleen door de projectstructuur zijn de saneringsgelden nu niet beschikbaar in een budgetvorm, maar gekoppeld aan het infrastructuurproject. Dit houdt onder meer in dat tijdig voor de uitvoering van de gevelmaatregelen een goede raming van de kosten (inclusief een onzekerheidsmarge) door de gemeente wordt opgesteld.
Alhoewel er sprake is van een modelovereenkomst zijn de mogelijkheden om van het model af te wijken beperkt. Dit wordt vooral veroorzaakt door de wijze waarop de NS het totale project (spoorbaanwijziging en geluidmaatregelen) financieel aan het Rijk (V&W) moet verantwoorden. Indien de gemeente niet via de modelovereenkomst van het aanbod van de NS tot financiering van het geveldeel van het project wenst gebruik te maken, houdt dit in dat er geen bijdrage van het Rijk beschikbaar komt voor de gevelsaneringsmaatregelen, daar immers de Rail-21-projecten die op de kaart van bijlage 1 van de nadere afspraken staan, van een autonome saneringsbijdrage van VROM zijn uitgesloten.1Zie artikel 1, vierde lid, van de Regeling saneringsprogramma verkeerslawaai. Daarin wordt bepaald dat de regeling niet van toepassing is op saneringsmaatregelen die getroffen worden met geldelijke steun op grond van de ’Nadere regels geluidsanering bij spoorwerkzaamheden’. Die nadere regels zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze circulaire, maar worden daar, evenals in deze circulaire zelf, aangeduid met de juistere term ’afspraken’. Uiteraard geldt deze uitsluiting van een autonome saneringsbijdrage ook voor bij Rail-21-projecten behorende schermen.
De nadere afspraken leveren vanuit het gemeentelijk perspectief de volgende voordelen op:
De saneringsgeluidmaatregelen, de projectgeluidmaatregelen en de spoorbaanwijziging worden aan elkaar gekoppeld. Dit geeft meer duidelijkheid aan de bewoners langs de spoorbaan.
Gemiddeld zullen de saneringsmaatregelen eerder kunnen worden uitgevoerd, omdat er de komende jaren meer geld beschikbaar is.
Bij veel woningen langs het spoor met gevelmaatregelen wordt de voortgang niet langer beperkt door de omvang van het jaarlijkse budget voor gevelisolatie van het Rijk (VROM).
De hoeveelheid werk voor gemeenten vermindert, omdat de NS het project trekt.
Nadelen van de nadere afspraken zijn:
In een aantal gevallen zullen projecten met een hoge milieuhygiënische urgentie later worden uitgevoerd, omdat deze projecten in het kader van Rail 21 later aan de beurt komen.
Bij het uitvoeren van gevelmaatregelen zal een strakkere planning nodig zijn dan binnen de budgetregeling voor gevelisolatie, omdat bij stagnatie tijdelijke uitwisseling met andere projecten niet mogelijk is.
Artikel 3
Gevolgen van de nadere afspraken
Onderdeel van Sanering spoorweglawaai bij de uitvoering van Rail-21-projecten· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 7 december 1995