Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Sanering buiten Rail-21-projecten

Onderdeel van Sanering spoorweglawaai bij de uitvoering van Rail-21-projecten· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 7 december 1995

Voor de overige baanvakken (de autonome sanering) blijft de gangbare systematiek van kracht. Dit houdt in dat het de taak van gemeenten blijft de saneringssituaties langs spoorwegen te inventariseren en aan te melden. Daarna kan door de gemeente een saneringsplan worden opgesteld dat vervolgens bij VROM ter beoordeling wordt ingediend. De financiering van bron en afschermende maatregelen vindt projectsgewijs plaats, de financiering van gevelmaatregelen via de jaarbudgetten aan de budgethouders gevelisolatie. Voor de procedure bij geluidschermprojecten verwijs ik u naar de NS brochure ’Geluidbeperkende voorzieningen langs spoorbanen’ (1993). De procedure voor gevelmaatregelen veronderstel ik bij de budgethouders gevelisolatie voldoende bekend. Bijzondere aandacht verdient de afstemming van de uitvoering van de sanering op trajecten waar het gebied van de spoorwijziging aansluit op een lokatie waar nog autonome sanering uitgevoerd moet worden. Vooral als de maatregelen uit afscherming bestaan is het zinvol de twee delen gelijktijdig uit te voeren. Hiervoor is het noodzakelijk dat voor het autonome deel tijdig een bijdrage bij VROM is aangevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel