- **1.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de jeugdige werknemer een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren.
- **2.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer van 18 jaar of ouder een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste:
- - **a.** 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, of
- - **b.** 72 uren in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren, welke rusttijd kan worden gesplitst in onafgebroken rustperioden van elk ten minste 32 uren.
- **3.** De in het eerste of tweede lid bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer arbeid verricht.
Hoofdstuk 5 › § 5.2 › Subparagraaf
Artikel 5:5 Atw
Onderdeel van Arbeidstijdenwet· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2007
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 5:5 Atw bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon