Bij ministeriële regeling kan de militair aanspraak worden verleend op:

  • - a. een toelage in verband met het vervullen van een door Onze Minister aangewezen functie of het bezit van een door Onze Minister aangewezen bekwaamheid;
  • - b. een toelage voor het verrichten van werkzaamheden waaraan naar het oordeel van Onze Minister bijzondere risico’s of inconveniënten zijn verbonden;
  • - c. een toelage of - in de plaats daarvan - voorzieningen in natura ter zake van het verblijf van de militair buiten Nederland;
  • - d. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van recepties en representatie;
  • - e. een diensttijdgratificatie bij een - naar het oordeel van Onze Minister - eervolle diensttijd van twaalfeneenhalf, vijfentwintig of vijfendertig jaren;
  • - f. een toelage dan wel een toeslag, uitsluitend indien de militair is aangesteld bij het reserve-personeel, in verband met het handhaven van zijn inzetbaarheid;
  • - g. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie;
  • - h. een vergoeding van of tegemoetkoming in de kosten van het volgen van een cursus of opleiding alsmede de hiervoor benodigde studiematerialen;
  • - i. een vergoeding of een tegemoetkoming in de extra kosten voor zorg voor jonge kinderen bij inzet;
  • - j. en aanvullende compensatie voor de gevolgen van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL).