Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Warenwetregeling kaaskorstbedekkingsmiddelen· Levensmiddelenrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Op de korst van kaas, bedoeld in artikel 9 van het Warenwetbesluit Zuivel, mogen kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van kunststofdispersies worden aangebracht. 2. Voor de vervaardiging van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen worden uitsluitend homo- of copolymeren gebruikt van de volgende monomeren: etheen; vinylesters van verzadigde vetzuren met een ketenlengte C2-C18; of maleïnezure esters en fumaarzure esters van eenwaardige alifatische verzadigde alcoholen met een ketenlengte C4-C8. 3. Voor de vervaardiging van de in het tweede lid bedoelde polymeren mogen uitsluitend katalysatoren, polymerisatieregelaars, zuurteregelaars en oplosmiddelen worden gebruikt die voor het desbetreffende polymeer zijn toegelaten bij of krachtens het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen. 4. Voor de vervaardiging van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen uitsluitend de volgende hulpstoffen worden gebruikt: natrium-laurylsulfaat; polyetheenoxide (4-14) ether van oleylalcohol; polyetheenoxide (4-14) ether van nonylfenol; lactose; siliciumdioxide (E 551); hydroxyethylcellulose; methylcellulose (E 461); carboxymethylcellulose (E 466); polyvinylalcohol (E 1203); of polyvinylpyrrolidon (E 1201). 5. Voor de vervaardiging van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen uitsluitend de volgende pH-regulerende stoffen worden gebruikt: azijnzuur (E 260), alsmede de Na-, K-, Ca- en NH4-zouten ervan; citroenzuur (E 330), alsmede de Na-, K-, Ca- en NH4-zouten ervan; wijnsteenzuur (E 334), alsmede de Na-, K-, Ca- en NH4-zouten ervan; zoutzuur; ascorbinezuur of de zouten hiervan met Na of Ca (E 300, E 301 en E 302); ammonia; natriumhydroxide; kaliumhydroxide; of carbonaten en bicarbonaten van Na en K.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel