1. 1. Indien dienstvervoer niet beschikbaar is en de dienstreis doelmatig met openbaar vervoer kan worden gemaakt, maar de dienstreiziger er de voorkeur aan geeft gebruik te maken van een eigen motorrijtuig, maakt de dienstreiziger aanspraak op de bij ministeriële regeling vast te stellen vergoeding.
  2. 2. Indien dienstvervoer niet beschikbaar is en de dienstreis doelmatig met openbaar vervoer kan worden gemaakt, maar de dienstreiziger er de voorkeur aan geeft gebruik te maken van een eigen motorrijtuig te zamen met één of meer anderen, maakt de dienstreiziger die tevens bestuurder is aanspraak op de bij ministeriële regeling vast te stellen vergoeding.