Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Onderscheid tussen een bouwwerk en een object

Onderdeel van Circulaire uitvoering en handhaving van het Asbest-verwijderingsbesluit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 16 april 1997

Het Asbest-verwijderingsbesluit bevat voorschriften voor het verwijderen van asbest uit bouwwerken en objecten, alsmede voor onderzoek naar de aanwezigheid van asbest voorafgaand daaraan. De voorschriften met betrekking tot bouwwerken zijn gebaseerd op de Woningwet en worden gehandhaafd door de gemeenten en de politie. De voorschriften met betrekking tot objecten zijn gebaseerd op de Wet milieugevaarlijke stoffen en worden gehandhaafd door de Inspectie Milieuhygiëne en de politie. In de praktijk blijkt dat de begrippen ’bouwwerk’ en ’object’ verschillend kunnen worden geïnterpreteerd. Hierdoor kunnen in de praktijk problemen bij de handhaving ontstaan. Ik verzoek u daarom goede nota te nemen van de onderstaande toelichting. Uit jurisprudentie blijkt dat iets aan vier criteria moet voldoen om als een bouwwerk te worden beschouwd. Deze criteria zijn: Het moet van enige omvang zijn. (Een simpele grafsteen is niet van enige omvang en derhalve geen bouwwerk. Een grafmonument is wel van enige omvang en derhalve wel een bouwwerk.) Het moet een constructie zijn. Het moet driedimensionaal zijn. Het moet plaatsgebonden zijn. (Een verrijdbare viskraam die ergens zes maanden staat is een bouwwerk. Dezelfde verrijdbare viskraam die elke dag ergens anders staat, is geen bouwwerk.) Voorbeelden van een bouwwerk zijn: utiliteitsgebouwen, woningen, schuren, woonwagens, fietsenstallingen, stallen, midgetgolfbanen, lantaarnpalen, fabriekshallen, transformatorhuisjes, viaducten, grafmonumenten, industriële installaties die zich op een vaste plaats bevinden, stacaravans en verrijdbare viskramen met een vaste standplaats. Apparaten en installaties die bouwkundig in een bouwwerk zijn geïntegreerd en bestemd zijn om dit bouwwerk (beter) te doen functioneren maken deel uit van het bouwwerk. Voorbeelden zijn liftinstallaties, luchtbehandelingsinstallaties, verwarmingsinstallaties en boilers. Bij de beoordeling van installaties die tot een bouwwerk behoren kan de NEN 2631 een hulpmiddel zijn (voor bestelling zie paragraaf 4). Voorts zijn de voorschriften van de bouwverordening voor het verwijderen van asbest uit bouwwerken van toepassing op gelijmde asbesthoudende vloerbedekking e.d. Meer informatie over de vraag wat een bouwwerk is, staat in de VNG-uitgave ’Standaardregelingen in de bouw’, deel 1. Hiervan zijn met name de toelichting bij artikel 1 van de Woningwet en de toelichting bij artikel 1 van de Model-bouwverordening van belang. Deze uitgave is losbladig; door middel van supplementen worden de recente ontwikkelingen, onder meer die uit de jurisprudentie, hierin regelmatig verwerkt. Voor bestellingen zie paragraaf 4. Een object is volgens het Asbest-verwijderingsbesluit (artikel 1, onder b) een apparaat, transportmiddel, constructie of installatie, niet zijnde een bouwwerk in de zin van de Woningwet. Voorbeelden van een object zijn: gas-, waterleiding- en rioolbuizen buiten een bouwwerk, verwarmingstoestellen buiten een bouwwerk, niet meer aan bouwwerken bevestigde asbestcement golfplaten, niet meer aan bouwwerken bevestigde verwarmingsketels, oudere asbestbevattende huishoudelijke apparaten (waarin warmte wordt ontwikkeld), bromfietsen, auto’s, vrachtauto’s, treinen, schepen, wegen die zich niet op een viaduct bevinden, simpele grafstenen en viskramen die steeds op een andere plaats staan. Asbesthoudende bodem en asbesthoudend puingranulaat (bsa-granulaat) zijn geen bouwwerk en ook geen object. Op het verwijderen van asbest hieruit zijn de voorschriften van het Asbest-verwijderingsbesluit derhalve niet van toepassing, maar wel de voorschriften van het Asbestbesluit Arbeidsomstandighedenwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel