Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Inwerkingtreding van de artikelen van het Asbest-verwijderingsbesluit m.b.t. asbestonderzoek

Onderdeel van Circulaire uitvoering en handhaving van het Asbest-verwijderingsbesluit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 16 april 1997

Een asbestonderzoeksbedrijf is deskundig in de zin van het Asbest-verwijderingsbesluit, indien het beschikt over een KOMO-procescertificaat asbestonderzoek (artikel 1, onder c, en artikel 11 van het Asbest-verwijderingsbesluit, juncto de Regeling merkteken asbestonderzoek). De artikelen 2, onder h, en 3, onder c, van het Asbest-verwijderingsbesluit bevatten voorschriften met betrekking tot onderzoek door een deskundig onderzoeksbedrijf naar de aanwezigheid van asbest in een bouwwerk voorafgaand aan gehele of gedeeltelijke sloop van dat bouwwerk. Gemeenten zijn verplicht hun bouwverordening voor 14 juni 1997 met deze artikelen in overeenstemming te hebben gebracht. Deze verplichting geldt met dien verstande dat wanneer de bouwverordening voor 1 januari 1997 met deze artikelen in overeenstemming is gebracht, de artikelen eerst op 1 januari 1997 rechtskracht krijgen (artikel 8, negende lid, juncto achtste lid, van de Woningwet, juncto artikel 12, tweede lid, van het Asbest-verwijderingsbesluit, juncto Koninklijk Besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 2, onder h, en 3, onder c, en 5, tweede en derde lid, van het Asbest-verwijderingsbesluit). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zal, naar verwachting eind april 1997, modelvoorschriften met betrekking tot onderzoek door een deskundig onderzoeksbedrijf opnemen in haar Model-bouwverordening. Artikel 2, onder h, van het Asbest-verwijderingsbesluit luidt als volgt: In de bouwverordening wordt bepaald dat burgemeester en wethouders, voor zover de aanvraag is gericht op het verkrijgen van een sloopvergunning, de overlegging van een door een deskundig bedrijf opgesteld onderzoeksrapport eisen waaruit in elk geval blijkt op welke plaatsen in het te slopen bouwwerk zich asbest bevindt, tenzij naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is aangetoond waar het asbest zich in het bouwwerk bevindt. In de modelvoorschriften van de VNG zal zo concreet mogelijk worden aangegeven in welke uitzonderingsgevallen geen onderzoek door een deskundig onderzoeksbedrijf hoeft plaats te vinden, maar met andere gegevens over de aanwezigheid van asbest in het bouwwerk kan worden volstaan. Ik verzoek alle gemeenten hun bouwverordening voor 14 juni 1997 in overeenstemming te brengen met artikel 2, onder h, en 3, onder c, van het Asbest-verwijderingsbesluit. Het niet voor deze datum opnemen van voorschriften is in strijd met het Asbest-verwijderingsbesluit en artikel 8, negende lid, juncto achtste lid, van de Woningwet. Mocht een gemeente er niet in slagen haar bouwverordening voor 14 juni 1997 met de bovengenoemde voorschriften in overeenstemming te brengen, dan blijft de betreffende gemeente verplicht haar bouwverordening na 14 juni 1997 alsnog aan te passen. Ik stel het op prijs wanneer het aanpassen van de gemeentelijke bouwverordening geschiedt op basis van de modelvoorschriften met betrekking tot asbestonderzoek, die naar verwachting eind april 1997 in de Model-bouwverordening van de VNG zullen worden opgenomen. De modelvoorschriften van de VNG beogen immers een goede uitvoering van artikel 2, onder h, en 3, onder c, van het Asbest-verwijderingsbesluit te waarborgen. Artikel 5, tweede en derde lid, van het Asbest-verwijderingsbesluit bevat voorschriften met betrekking tot onderzoek door een deskundig onderzoeksbedrijf naar de aanwezigheid van asbest in een object voorafgaand aan het geheel of gedeeltelijk uit elkaar nemen van dat object. Deze artikelen treden op 1 januari 1997 in werking (artikel 12, tweede lid, van het Asbest-verwijderingsbesluit, juncto koninklijk besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 2, onder h, en 3, onder c en 5, tweede en derde lid, van het Asbest-verwijderingsbesluit).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel