Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Dertiendeweeksmelding

Onderdeel van Circulaire Overheidswerknemers onder de werknemersverzekeringen (OOW-operatie)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998

Met betrekking tot de melding bij de uitvoeringsinstelling door de werkgever van een geval van arbeidsongeschiktheid, geldt op dit moment voor de sector Rijk de op de AAW gebaseerde regeling. Op grond van deze regeling wordt een geval van arbeidsongeschiktheid ten aanzien van een werknemer bij de uitvoeringsinstelling gemeld zodra die arbeidsongeschiktheid zes maanden (26 weken) heeft geduurd. In het wetsvoorstel OOW is opgenomen dat deze regeling met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 1 van de voorgestelde Wet OOW (1 januari 1998) komt te vervallen. Met ingang van 1 januari 1998 wordt in de plaats daarvan de in artikel 71a, eerste lid, van de WAO juncto artikel 38, eerste lid, van de ZW opgenomen 13e-weeksmelding aan de uitvoeringsinstelling ingevoerd voor de overheid. Dit, vooruitlopende op de toepassing van de ZW. Die 13e-weeksmelding zal gelden voor de nieuwe gevallen van arbeidsongeschiktheid. Voor de op 1 januari 1998 bestaande gevallen wordt het volgende van toepassing. Gevallen die op 1 januari 1998 korter dan 13 weken arbeidsongeschikt zijn, dienen binnen 13 weken vanaf de eerste ziektedag te worden gemeld. Gevallen die op 1 januari 1998 langer dan 13 weken arbeidsongeschikt zijn, dienen vóór 1 februari 1998 te worden gemeld. Voor de duidelijkheid wordt nog het volgende opgemerkt. De melding zal in alle gevallen met toepassing van de regels van de WAO dienen plaats te vinden. Dat betekent onder meer dat ook voor de oude gevallen een reïntegratieplan als bedoeld in de WAO moet worden opgesteld. De enige afwijking bestaat daaruit dat voor de bedoelde oude gevallen een afwijkende termijn zal gelden. Zij houdt niet in dat het bestaande regime van de zesdemaandsmelding onder toepassing van de AAW blijft gelden. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) heeft op 18 juni 1997 het Besluit minimumeisen reïntegratieplan 1997 (Stcrt. 1997, 140, blz. 4-5) tot stand gebracht. De in dat besluit opgenomen voorschriften, onder andere betreffende de omstandigheden waaronder met een voorlopig reïntegratieplan in plaats van een volledig reïntegratieplan kan worden volstaan, gelden onverkort ten aanzien van de reïntegratieplannen die in de onderhavige overgangsgevallen moeten worden opgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel