De WAO kent een ander systeem van betaling van de uitkering dan de WAO-conforme regeling. De invoering van de WAO voor het rijkspersoneel heeft tot gevolg dat het WAO-conforme systeem van betaling van de uitkering vervangen wordt door dat van de WAO. Dit betekent het volgende.
Onder de WAO-conforme regeling is de hoofdregel dat de USZO de WAO-conforme uitkering aan de werkgever van de betrokkene uitbetaalt (artikel 47 van de Wet privatisering ABP (WPA)). Dit ten einde die uitkering door tussenkomst van die werkgever te laten uitbetalen aan de betrokkene. De betrokkene heeft hierin geen keuze, de WPA legt dit systeem op. De betaling aan de werkgever eindigt en de betaling door de USZO rechtstreeks aan de betrokkene vangt aan op het moment dat het dienstverband tussen de overheidswerkgever en de betrokkene wordt beëindigd, of op het moment dat de betrokkene voor zijn resterend verdienvermogen volledig wordt herplaatst met recht op een herplaatsingstoelage op grond van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.
Bij samenloop van dienstverbanden als overheidswerknemer bij verschillende overheidswerkgevers, wordt de WAO-conforme uitkering thans naar rato van de loonsommen gesplitst uitbetaald aan de betrokken werkgevers.
De hoofdregel van de WAO houdt echter in dat de uitvoeringsinstelling de uitkering op grond van die wet rechtstreeks aan de betrokkene betaalt. De betrokkene kan de uitvoeringsinstelling machtigen de uitkering aan een derde, waaronder zijn werkgever, te betalen. Dat zal de praktijk zijn in de sector rijk. Er kan slechts aan één derde worden betaald.
Op de regel van betaling door de uitvoeringsinstelling geldt met ingang van de invoering van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Pemba) de volgende uitzondering. Ingeval van een werkgever die eigen risicodrager voor de WAO is, geschiedt de betaling van de WAO-uitkering niet door de uitvoeringsinstelling, maar door de betreffende werkgever (artikel 75a, vierde lid, van de WAO). Indien de betrokkene echter meer dan één werkgever heeft, is in artikel 71 van de WAO opgenomen dat de WAO-uitkering dan door de uitvoeringsinstelling wordt betaald, ook ingeval één of meer van die werkgevers eigen risicodrager voor de WAO zijn.
Met ingang van 1 januari 1998 gaat het systeem van uitbetaling van de uitkering op grond van de WAO eveneens gelden voor het overheidspersoneel. Dit, in ieder geval voor de op of na 1 januari 1998 nieuw toegekende uitkeringen. In het belang van de continuïteit van de uitbetaling aan de betrokkene geldt voor de lopende gevallen de volgende wijze van overgang naar het WAO-systeem van uitbetaling.
Voor de per 31 december 1997 bestaande uitkeringen die op grond van artikel 47 van de WPA aan de werkgever worden betaald, zal de lopende betaling van de uitkering aan de werkgever op en na 1 januari 1998 worden voortgezet. Dit voor zover sprake is van een werknemer met één (overheids)werkgever.
Indien de werknemer echter meer dan één werkgever heeft, staat de WAO niet toe dat de huidige WAO-conforme praktijk van gesplitste uitbetaling aan meer dan één werkgever, wordt voortgezet. In dat geval betaalt de uitvoeringsinstelling de WAO-uitkering aan de werknemer.
Evenals nu eindigt de betaling van de WAO-uitkering aan de werkgever op of na 1 januari 1998:
bij het einde van het dienstverband met de betrokken werknemer, of
bij herplaatsing voor het volledige resterende verdienvermogen in een andere of aangepaste betrekking zonder dat sprake is van ontslag uit de oorspronkelijke betrekking.
Laatstgenoemde beëindigingsgrond komt materieel overeen met de bestaande beëindigingsgrond ’herplaatsing met recht op herplaatsingstoelage’.
Aan de bestaande beëindigingsgronden is een nieuwe toegevoegd met het oog op het systeem van de WAO. Het systeem van de WAO houdt in dat de werknemer de uitvoeringsinstelling kan machtigen tot betaling aan een derde. De beslissing tot machtiging is zijn keuze. Om administratief-technische redenen is wat betreft de lopende gevallen gekozen voor voortzetting van de betaling aan de werkgever. Dit mag er echter niet toe leiden dat de werknemer, in afwijking van het systeem van de WAO, geen keuze in dezen heeft. Daarom heeft de betrokken werknemer de mogelijkheid om de uitvoeringsinstelling te verzoeken de WAO-uitkering rechtstreeks aan hemzelf of een andere derde dan zijn werkgever te betalen. De betaling via de werkgever eindigt in dat geval. In de sector Rijk wordt er overigens vanuit gegaan dat de ambtenaar in alle gevallen meewerkt aan de doelmatige en efficiënte uitvoering van de WAO en in dat verband de gevraagde machtiging aan de werkgever verstrekt. Indien de ambtenaar een arbeidsverhouding heeft met meerdere werkgevers is het overigens niet mogelijk om bedoelde machtiging te verstrekken. De uitbetaling van de WAO-uitkering zal in het laatste geval altijd door de uitvoeringsinstelling worden verricht.
Artikel 3
Werkgeversbetalingen per 1-1-1998
Onderdeel van Circulaire Overheidswerknemers onder de werknemersverzekeringen (OOW-operatie)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998