Over uitkeringen op grond van de WAO wordt ingevolge de systematiek van de werknemersverzekeringen een premie WW geheven. Die premie WW wordt voor een deel gestort in het wachtgeldfonds (Wgf) van de betreffende sector en voor het resterende deel in het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf). De verdeling van de premie WW over de betreffende fondsen vindt plaats op basis van de artikelen 85, vijfde lid, 86, 89 en 92 van de WW. Zonder nadere bepaling gaat deze premieheffing WW ook gelden voor de werknemers van de sector rijk op het moment dat zij onder de WAO worden gebracht. Alsdan zouden over WAO-uitkeringen van werknemers dus premies WW moeten worden afgedragen aan de fondsen van de WW. Dit is een onbedoeld en ongewenst effect. De WW zal namelijk op het voorziene tijdstip van de WAO, 1 januari 1998, niet gelden voor het overheidspersoneel, zodat de overheid dus niet bijdraagt aan de fondsen van de WW en de werkloosheidslasten van de overheid evenmin worden bekostigd vanuit die fondsen. Zolang de WW niet geldt voor het overheidspersoneel, dient geen premieafdracht over inkomsten van werknemers naar de fondsen van de WW plaats te vinden.
Daarom zal de premie WW over WAO-uitkeringen van werknemers overeenkomstig de artikelen 85 en 86 van de WW worden geheven, maar niet worden gestort in de fondsen van de WW. De bedoelde premie WW wordt door het Lisv in het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) gestort. Dit bedrag zal vervolgens door het Aof worden teruggegeven aan de werkgevers. Een teruggave in het lopende jaar, al dan niet per maand, is volgens het Lisv en de USZO uitvoeringstechnisch bezwaarlijk. Daarom zal de teruggave eenmaal per jaar, zo spoedig mogelijk na de afsluiting van het betreffende jaar, in het daarop volgende jaar (bij voorbeeld in de maand januari of februari) plaatsvinden. De in de loop van het betreffende jaar binnen het Aof bijeengebrachte WW-premies en de eventuele opbrengsten van de beleggingen van die middelen, zullen daartoe afzonderlijk worden bijgehouden. Alvorens de betreffende gelden ten gunste worden gebracht van de werkgevers, wordt op het totaalbedrag eerst het bedrag in mindering gebracht dat in het kader van de vorenbedoelde compensatie in de WW-fondsen zal worden gestort. Tevens worden de uitvoeringskosten van het Lisv en de betrokken uitvoeringsinstelling in verband met deze aanpak in mindering gebracht.
Indien de WAO-uitkering mede betrekking heeft op een dienstbetrekking in de marktsector, wordt in deze aanpak niet een evenredig deel van de WW-premie afgezonderd en in de WW-fondsen gestort. De volledige WW-premie wordt in het Aof gestort. De WW-fondsen zullen worden gecompenseerd voor de als gevolg van deze aanpak optredende vermindering van hun premie-inkomsten. De daarbij te hanteren methode wordt uitgewerkt in een ministeriële regeling.
In verband met de keuze om WW-premies over WAO-uitkeringen van werknemers te heffen, komt de huidige inhouding inzake werkloosheid, bedoeld in artikel 31 van de Wet FVP/ABP, te vervallen.
Voor de situatie waarin de WAO-uitkering aan een werknemer wordt uitbetaald door tussenkomst van zijn werkgever (dit zal de praktijk zijn in de sector rijk), is bepaald hoe het Lisv dan dient te handelen. De werkgever treedt in een dergelijk geval in de plaats van het Lisv voor de afwikkeling van het bruto/netto-traject ten aanzien van de uitkering en de afdracht van de premies. Dit, met uitzondering van de premie WW over die uitkering. Het Lisv brengt in die situatie de premie WW in mindering op de WAO-uitkering alvorens die aan de overheidswerkgever te betalen. Het Lisv draagt alsdan zelf zorg voor de afdracht van die premie WW aan het Aof. De werkgever behoeft dan ten aanzien van zijn werknemers die werknemer in de zin van de Wet OOW zijn, geen voorzieningen te treffen in zijn salarisadministratie ten behoeve van het afdragen van premie WW aan het Lisv.
Voor zover de werkgever de WAO-uitkering aanvult met loon, kan hij op dat aanvullende loon de inhouding inzake werkloosheid, bedoeld in artikel 31 van de Wet FVP/ABP inhouden.
Over de WAO-uitkering is echter reeds werknemerspremie WW geheven. Het Lisv heeft de uitkering immers aan de werkgever betaald onder aftrek van het werknemersdeel WW-premie. Ten einde een dubbele inhouding bij de werknemer te voorkomen, dient de werkgever derhalve het door het Lisv ingehouden werknemersdeel van de premie WW over de WAO-uitkering in mindering te brengen op de inhouding die hij pleegt over de bezoldiging, inclusief de uitkering. De uitvoeringsinstelling maakt daartoe aan de werkgever bekend hoe groot dat werknemersdeel van die premie is. De werkgever houdt vervolgens de inhouding inzake werkloosheid in, onder aftrek van dat werknemersdeel van de premie WW.
De heffing en afdracht van WW-premies over ZW-uitkeringen van (gewezen) werknemers, zal op een soortgelijke wijze plaatsvinden.
Artikel 6
Ww-premies over wao-uitkeringen van (gewezen) werknemers
Onderdeel van Circulaire Overheidswerknemers onder de werknemersverzekeringen (OOW-operatie)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998