**1.** De bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling die een school voor vwo, voor avo en voor vbo inclusief een of meer afdelingen tenminste dient te bevatten, bedraagt voor de onderscheiden schoolsoorten in vierkante meters:
a. vwo, avo, vbo
leerjaar 1 en 2
7,0
vwo/avo
vwo/avo/vbo
b. vwo, avo
leerjaar 3 t/m 6
5,7
vwo/avo
c. gemengde leerweg
leerjaar 3 en 4
7,0
d. vbo
leerjaar 3 en 4
8,1
handel en verkoop
administratie
e. vbo-grafisch
leerjaar 3 en 4
14,8
f. vbo-nautisch
leerjaar 1 t/m 4
14,8
g. vbo-landbouw en natuurlijke omgeving
leerjaar 3 en 4
7,0
h. overige vbo-afdelingen
leerjaar 3 en 4
13,0
i. praktijkonderwijs
alle leerjaren
10,5
toeslag leerwegondersteunend onderwijs
leerjaar 1 en 2
0,7
toeslag leerwegondersteunend onderwijs
leerjaar 3 en 4
1,2
**2.** Er geldt tevens een vaste voet:
van 890 m2 per scholengemeenschap;
van 890 m2 per school, niet zijnde een school voor praktijkonderwijs, die geen deel uitmaakt van een scholengemeenschap;
van 260 m2 per school voor praktijkonderwijs die geen deel uitmaakt van een scholengemeenschap;
van 470 m2 per nevenvestiging die voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van aanvullende personele bekostiging die zijn gesteld in de bijlage behorende bij de Regeling aanvullende bekostiging bij nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak in het voortgezet onderwijs.
Paragraaf 3
Artikel 5
Bruto vloeroppervlakte voortgezet onderwijs
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007