1. 1. Het norminkomen bedraagt:
    • - a. € 29.400 bij een eenpersoonshuishouden;
    • - b. € 39.925 bij een meerpersoonshuishouden;
    • - c. € 28.089,78 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
    • - d. € 37.183,99 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
  2. 2. Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
  3. 3. De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.