1. 1. Onze Minister brengt jaarlijks verslag uit aan de Staten-Generaal over de werking van deze wet.
  2. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid zendt Onze Minister binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.