Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Werkloosheid/ziekte

Onderdeel van Circulaire Overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (OOW-operatie)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 4 juli 1997

Het kabinet heeft besloten dat er onderzoek gedaan moet worden naar de financiering van de werkloosheidsregelingen van de markt- en overheidssector. Het kabinet is daarnaast van mening dat voor de overheidssector in het kader van OOW een stabiel financieringsregime WW moet worden ingevoerd en wil niet de kans lopen dat het financieringsregime binnen enkele jaren na de invoering daarvan op belangrijke onderdelen gewijzigd zal moeten worden. Deze noodzakelijke stabiliteit wordt bereikt doordat de invoering van de integrale WW (financiering, uitvoering en aanspraken) voor het overheidspersoneel voorlopig niet zal plaatsvinden. Volgens planning moeten de onderzoeken uiterlijk in het eerste kwartaal van 1998 zijn afgerond. Het kabinet zal zo spoedig mogelijk daarna een besluit nemen over de invoering van de WW. Indien het kabinet in 1998 zou beslissen dat de huidige WW inclusief het huidige financieringsregime moet gelden voor de overheidssector, is invoering van de WW op zijn vroegst per 1 januari 1999 mogelijk. Ingeval het kabinet zou besluiten het financieringsregime van de WW te wijzigen en de aldus gewijzigde WW ook voor de overheid in te voeren (dus met een uniform financieringsregime), is het tijdstip waarop de WW voor de overheid kan worden ingevoerd afhankelijk van het tijdstip waarop de gewijzigde WW van kracht kan worden, alsmede van de uitvoeringstechnische mogelijkheden. De USZO heeft inmiddels van mij de opdracht gekregen om zich voor te bereiden op het kunnen uitvoeren van de WW met ingang van 1 januari 1999. Vanwege de uitvoeringstechnische complicaties van de toepassing van de WW op de overheidswerknemers die op het moment van invoering van de WW reeds recht hebben op een wachtgeld, stelt het kabinet voor om extra tijd, te weten een jaar, uit te trekken voor de vaststelling van WW-uitkeringen voor die categorie wachtgelders. Dit betekent dat die wet pas een jaar nadat de WW voor het overheidspersoneel is ingevoerd, ook van toepassing wordt op deze categorie wachtgelders. Uitgaande van 1 januari 1999 als de vroegst mogelijke datum voor de invoering van de WW, zullen deze wachtgelders dus op zijn vroegst met ingang van 1 januari 2000 onder de WW gebracht kunnen worden. De WW blijft uiteraard buiten toepassing indien sprake is van afloop van de duur van het wachtgeld vóór de datum waarop de WW van toepassing zou worden op deze categorie wachtgelders. De Wet OOW houdt immers geen uitbreiding of verlenging van uitkeringsrechten in. Gelet op bovenstaande planning, zal de OOW in 1998 geen effect hebben op de ambtelijke ontslaguitkerings- en werkloosheidsregelingen, noch op de voor die regelingen geldende wijze van uitvoering en financiering. In het kader van de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte (Wulbz) is de loondoorbetalingsplicht in de marktsector verlengd tot 52 weken. De ZW is echter niet geheel afgeschaft, maar gehandhaafd voor bepaalde groepen, zoals ingeval van zwangerschaps- en bevallingsverlof en zieke werklozen. In de opvatting van het kabinet kan de beslissing over de invoering van de ZW worden losgekoppeld van de beslissing over de invoering van de WW. Dit, ondanks de relatie tussen die beide wetten op het gebied van de techniek van de financiering. Het wetsvoorstel OOW maakt het mogelijk de ZW afzonderlijk in te voeren. Voorgesteld wordt de invoering van de ZW voor nieuwe en voor oude gevallen, evenals de WW, in twee fasen te laten plaatsvinden. De reden voor deze fasering is eveneens een verdere reductie van de met de invoering van de voorgestelde Wet OOW samenhangende (met name uitvoeringstechnische) complicaties. De USZO heeft opdracht gekregen zich er op voor te bereiden dat met ingang van (volgens planning) 1 januari 1999 de ZW geldt voor het overheidspersoneel, uitgezonderd degenen die op 31 december 1998 recht hebben op een wachtgeld of op bezoldiging of uitkering in geval van ziekte. De ZW wordt overigens wel op een oud geval ZW van toepassing, zodra hij in 1999 gedurende vier weken is hersteld van zijn ziekte. Het kabinet stelt voor de ZW-lasten van de overheid op (materieel) dezelfde wijze als in de marktsector te bekostigen. Dat betekent een verevening van die lasten deels op landelijk niveau en deels binnen de eigen ’bedrijfstak of -takken’ van de overheid. Indien de ZW wordt ingevoerd op het moment dat de WW nog niet is ingevoerd voor de overheid, zijn afzonderlijke bepalingen nodig om de beoogde marktconforme ZW-financiering voor de overheid te realiseren. Gelet op bovenstaande planning, zal de OOW in 1998 geen effect hebben op de rechtspositieregelingen inzake ziekte noch voor de voor die regelingen geldende wijze van uitvoering en financiering.

Rechtspraak bij dit artikel