- **1.** Het bepaalde in artikel 35, derde tot en met het vijfde lid, is niet van toepassing op brieven, door de verpleegde gericht aan of afkomstig van:
- - **a.** leden van het Koninklijk Huis;
- - **b.** de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, een commissie daaruit of leden daarvan;
- - **c.** Onze Minister;
- - **d.** justitiële autoriteiten;
- - **e.** de Nationale ombudsman;
- - **f.** de inspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd;
- - **g.** de Raad, een commissie daaruit of leden of buitengewone leden daarvan;
- - **h.** de commissie van toezicht of een beklagcommissie, of leden daarvan;
- - **i.** organen, of leden daarvan, die krachtens een wettelijk voorschrift of een in Nederland geldend verdrag:
- - **1°.** bevoegd zijn tot kennisneming van klachten of behandeling van met een klacht aangevangen zaken; dan wel
- - **2°.** zijn belast met het houden van toezicht op inrichtingen als bedoeld in hoofdstuk II;
- - **j.** diens rechtsbijstandverlener;
- - **k.** diens reclasseringswerker;
- - **l.** het bestuur, voor zover het een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg betreft;
- - **m.** andere door Onze Minister of het hoofd van de instelling aan te wijzen personen of instanties.
- **2.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze van verzending van brieven aan en door de in het eerste lid genoemde personen en instanties.
HOOFDSTUK VII
Artikel 36 BVTG
Onderdeel van Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2023
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 36 BVTG bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon