1. 1. De in de hoofdstukken XII tot en met XVI aan de ter beschikking gestelde of de verpleegde toekomende rechten kunnen, behoudens ingeval de beklag- of beroepscommissie of commissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van oordeel is dat zwaarwegende belangen van betrokkene zich daartegen verzetten, mede worden uitgeoefend door:
    • - a. de curator, indien betrokkene onder curatele is gesteld;
    • - b. de mentor, indien ten behoeve van betrokkene een mentorschap is ingesteld;
    • - c. de ouders of voogd, indien betrokkene minderjarig is.
  2. 2. Het hoofd van de instelling draagt zorg dat de in het eerste lid genoemde personen op deze rechten opmerkzaam worden gemaakt.