Naar hoofdinhoud

Artikel 1.3

Vrijgestelde kredietverlening

Onderdeel van Regeling inzake kredietverlening· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 30 juni 1997

Wanneer een leverancier of dienstverrichter aan de afnemer van de prestatie tegen vergoeding van rente uitstel van betaling verleent, wordt, mits aan de in § 2.1 en § 2.2 gestelde voorwaarden is voldaan, de voor dit uitstel in rekening gebrachte rente aangemerkt als de vergoeding voor een afzonderlijk verrichte, op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel j, ten 1°, van de Wet vrijgestelde prestatie. Dit houdt in dat in gevallen waarin een factuur moet worden uitgereikt of wordt uitgereikt, het bedrag van de wegens deze vrijgestelde kredietverlening in rekening gebrachte rente afzonderlijk op de factuur moet worden vermeld met inachtneming van alle voorwaarden die artikel 35, lid 1, van de Wet daaraan stelt. Bij de levering van goederen op basis van een overeenkomst tot koop en verkoop op afbetaling en tot huurkoop, komen partijen overeen dat de koopprijs in termijnen wordt betaald nadat de verkochte zaak aan de koper ter beschikking is gesteld. Naast de contantprijs voor de goederen moet de (huur)koper een bepaald bedrag aan rente betalen in verband met de gekozen betalingswijze. Voor zover deze rente afzonderlijk in rekening wordt gebracht en is berekend over een bepaalde periode en op grond van een specifiek overeengekomen rentepercentage, wordt de rente aangemerkt als de vergoeding voor vrijgestelde kredietverlening. Hieraan doet niet af de omstandigheid dat het (huur)verkoper de ter zake van de levering verschuldigde omzetbelasting op basis van het kasstelsel voldoet. Voor zover de terbeschikkingstelling van goederen aan de lessee op basis van een finance lease-overeenkomst voor de heffing van omzetbelasting wordt aangemerkt als een op dat tijdstip plaatsvindende levering van goederen, kan de rente die de lessor aan de lessee in rekening brengt in verband met de uit de lease-overeenkomst voortvloeiende betalingswijze onder dezelfde voorwaarden als de rente bij koop en verkoop op afbetaling en huurkoop worden aangemerkt als de vergoeding voor vrijgestelde kredietverlening. Bij de levering van artikelen door postorder- en dergelijke bedrijven wordt volgens de op de verkoop betrekking hebbende betalingsvoorwaarden aan de koper de keus gelaten de aan hem geleverde artikelen contant te betalen dan wel achteraf in termijnen. In het geval dat de koper van de mogelijkheid tot het betalen in termijnen gebruik wenst te maken, verbindt hij zich tot het naast de contantprijs betalen van een bepaald bedrag aan rente in verband met deze betalingswijze. Voor zover deze rente afzonderlijk in rekening wordt gebracht en is berekend over een bepaalde periode en op grond van een specifiek overeengekomen rentepercentage, wordt de rente aangemerkt als de vergoeding voor vrijgestelde kredietverlening. Hieraan doet niet af de omstandigheid dat het postorderbedrijf de ter zake van de levering verschuldigde omzetbelasting op basis van het kasstelsel voldoet. Bij koop-/aannemingsovereenkomsten behoren alle bedragen die de leverancier/aannemer aan de afnemer in rekening brengt tot de vergoeding voor de levering van de grond of de bouw van de opstal. In het geval dat tussen de betrokken partijen is overeengekomen dat de koop-/aanneemsom niet contant wordt betaald, doch in termijnen, die vervallen naarmate het werk vordert, terwijl aan de afnemer uitstel van betaling van de overeengekomen bouwtermijnen wordt verleend tot het tijdstip van oplevering, zijn ook de bedragen die de leverancier/aannemer in verband met dat uitstel aan de afnemer als ‘rente’ in rekening brengt, onderdeel van de koop-/aanneemsom. Dit geldt eveneens voor het als ‘rente’ in rekening gebrachte bedrag dat betrekking heeft op het uitstel van betaling van de zogenoemde grondtermijn (de koopprijs van de grond) tot de transportdatum. In dit laatste opzicht is geen verschil met het tot nu gevoerde beleid; in de aanschrijving van 17 augustus 1987, nr. VB 87/888 (BTW/R-299) was aangegeven dat het op de transportdatum ter zake van de grond betaalde of verschuldigde bedrag in zijn geheel, dus met inbegrip van de tot de transportdatum berekende rente, werd aangemerkt als de vergoeding voor de levering van de grond. Van vrijgestelde kredietverlening is eveneens sprake in gevallen waarin een uit een levering of dienst voortvloeiende schuld wordt omgezet in een lening. In dit verband wordt onder meer verwezen naar de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage van 12 april 1989, nr. 912/88, VN 1990, blz. 3323.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel