Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van onderdeel P van artikel I, van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.