Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Keuringsreglement COKZ kaas· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998

1. Doorlevering van kaas, uitgezonderd boerenkaas, binnen de voor de onderscheiden kaassoorten voorgeschreven minimale rijpingsduur als bedoeld in bijlage 2 van de regeling resp. binnen de voor de desbetreffende kaas in het productdossier genoemde minimale rijpingsduur, van de opvolgende bereider aan de volgende opvolgende bereider, mag slechts plaatsvinden: in hoeveelheden van ten minste tien kazen van dezelfde bak of charge bijeen; op een zodanig tijdstip dat de verplaatsing van de kaas is beëindigd op de voorlaatste dag van de voor de onderscheiden kaassoorten voorgeschreven minimale rijpingsduur als bedoeld in bijlage 2 van de regeling resp. op de voorlaatste dag van de voor de desbetreffende kaas in het productdossier genoemde minimale rijpingsduur des middags om twaalf uur; 2. In geval van doorlevering van kaas, als in het eerste lid bedoeld, is de opvolgende bereider verplicht van elke aflevering schriftelijk kennis te geven aan het COKZ onder vermelding per partij van: de datum van doorlevering; de kaassoort danwel de naam van de kaas als bedoeld in het productdossier; de datum van de eerste dag van bereiding; de naam van de eerste bereider; het aantal kazen; de naam en het adres van de volgende opvolgende bereider, alsmede het opslagadres van de kaas, indien dit afwijkt van het eerstgenoemde adres. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 11 dient deze kennisgeving uiterlijk op de dag van doorlevering te geschieden. 4. De opvolgende bereider is verplicht: de in het eerste lid bedoelde kaas naar bereidingsdatum gescheiden op te slaan totdat de gehele voor de desbetreffende kaassoort voorgeschreven minimale rijpingsduur als bedoeld in bijlage 2 van de regeling resp. totdat de voor de desbetreffende kaas in het productdossier genoemde minimale rijpingsduur, is verstreken; de kaas in een ter plaatse aanwezige voorraadadministratie naar bereidingsda-tum gescheiden te vermelden. 5. Door of namens het bestuur kunnen aanwijzingen worden gegeven omtrent de wijze waarop: de in het tweede lid bedoelde kennisgeving moet geschieden; de in het vierde lid bedoelde administratie moet worden gevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel