Naar hoofdinhoud

Artikel F

Polisbelening en premiefinanciering

Onderdeel van Vragen en antwoorden over kapitaalverzekeringen afgesloten met de eigen BV· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 9 juli 1998

Wat zijn de gevolgen indien een premie voor de kapitaalverzekering met de eigen BV via de rekening-courantverhouding met die BV of een andere eigen BV wordt gefinancierd? Kan dit gevolgen hebben voor de kapitaalverzekering? In een dergelijk geval is sprake van een zogenoemde ‘premiefinanciering’ indien vastgesteld moet worden dat de premies in de ‘debetsfeer’ van de rekening-courant zijn gefinancierd. De renteaftrek ter zake van de rekening-courant, voor zover die betrekking heeft op de premies of een premiedepot, kan met een beroep op fraus legis worden geweigerd. Een bewijsvermoeden daarvan ontstaat, indien het samenstel van rechtshandelingen, afgezien van de fiscale aspecten, voor de aandeelhouder voorzienbaar nadelig is. In bijzondere gevallen wordt de feitelijke stelling van polisbeleningsconstructie van HR 4 februari 1987, nr. 24 335, BNB 87/160 betrokken. Alsdan is de kapitaalverzekering louter een rekengrootheid voor zover staande tegenover het bedrag van de geldlening, voor zover die geldlening is terug te voeren tot het lenen voor de premies en de rentebijschrijvingen ter zake. Zie ook het Besluit van 13 maart 1992, nr. DB92/15, Infobulletin 1992/204. Is een te bestrijden constructie de situatie waarin bij de eigen BV een spaarhypotheek wordt gesloten? De spaarhypotheek houdt in dat enerzijds een hypothecaire geldlening is aangegaan bij de eigen BV en dat anderzijds ook de kapitaalverzekering die moet dienen ter aflossing van de geldlening, bij die BV is gesloten. Een dergelijke opzet is niet ten principale te beschouwen als een te bestrijden constructie. Indien voldaan wordt aan alle voorwaarden met betrekking tot de kapitaalverzekering en overigens geen ‘onzakelijke’ elementen aanwezig zijn – uiteraard dient voor de hypothecaire geldlening een adequaat onderpand te bestaan – is er geen grond de spaarhypotheek bij de eigen BV ter discussie te stellen. Zie ook het antwoord op vraag E.7. Indien met de eigen BV een kapitaalverzekering is gesloten, is het dan toegestaan dat de BV in enig jaar een geldlening verstrekt aan de aandeelhouder/verzekeringnemer? Denkbaar is dat het rendement op de ingelegde premies aldus geheel of gedeeltelijk bestaat uit de door deze betaalde renten ter zake van de geldlening. Indien de lening is aangegaan onder zakelijke voorwaarden – aandacht dient onder andere te worden besteed aan de vraag of gezien de omvang van de geldlening een zekerheid noodzakelijk is – zijn er geen beletselen aan te wijzen. Niet goed denkbaar is overigens dat de geldlening geheel of ten dele de belegging van de premies voor de kapitaalverzekering vormt indien geen onderpand voor de geldlening wordt verstrekt. Zie ook het antwoord op vraag F.2 en F.1.

Rechtspraak bij dit artikel