**1.** Kortdurend re-integratieverlof duurt niet langer dan noodzakelijk voor het realiseren van het doel waarvoor dit verlof wordt verleend en begint en eindigt op dezelfde dag.
**2.** In geval van een straf tot en met zes jaar kan kortdurend re-integratieverlof op zijn vroegst worden verleend indien:
een periode van minimaal zes weken van de gevangenisstraf is ondergaan dan wel, ingeval de veroordeling nog niet onherroepelijk is, de duur van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd ten minste gelijk is aan zes weken, en
er sprake is van een periode van maximaal achttien maanden voorafgaande aan het moment waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling of de invrijheidstelling aanvangt.
**3.** In geval van een straf van langer dan zes jaar kan kortdurend re-integratieverlof op zijn vroegst worden verleend gedurende een periode van maximaal zes maanden voorafgaande aan het moment waarop een gedetineerde in aanmerking komt voor langdurend re-integratieverlof.
**4.** In afwijking van het bepaalde in het tweede en het derde lid als ook in artikel 16 kan een gedetineerde in geval van zwaarwegende redenen die zien op zijn re-integratie, in aanmerking komen voor kortdurend re-integratieverlof.
Artikel III van Stcrt. 2024/38271 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 19
Het kortdurend re-integratieverlof anders dan voor het onderhouden van een sociaal netwerk
Onderdeel van Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025