Naar hoofdinhoud

Artikel XVI

Participatie ouderen (onderdeel 7 van de overeenkomst)

Onderdeel van Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 1999-2000· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 28 juni 1999

Ten einde de participatie van ouderen in het arbeidsproces te verhogen zijn de volgende afspraken gemaakt. Het personeelsbeleid van de departementen gaat uit van het verbeteren van de inzetbaarheid van het personeel voor alle leeftijden. Bij het uitvoeren van dit beleid wordt rekening gehouden met de levensfase waarin de medewerker verkeert. Instrumenten daartoe zijn scholing, bevordering van mobiliteit en het maken van persoonlijke ontwikkelingsprofielen. Door middel van een nieuw artikel 57b in het ARAR wordt het mogelijk gemaakt om een ambtenaar van 57 jaar en ouder op eigen verzoek een minder belastende functie te laten vervullen. De ambtenaar behoudt daarbij het voor hem geldende salaris en de voor hem geldende salarisschaal maar op zijn salaris wordt een inhouding toegepast. De inhouding is gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet en het salaris dat de ambtenaar zou genieten bij inpassing in de lagere schaal. De aan het salaris van de ambtenaar gerelateerde aanspraken (zoals vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering) blijven op deze wijze in stand. Ook voor pensioenen en sociale zekerheid zijn er voor de ambtenaar geen nadelige consequenties. Het ministerie van BZK organiseert in samenwerking met het A+O en de departementen dit najaar een werkconferentie over het onderwerp ’leeftijd en personeelsbeleid’. Deze conferentie zal gericht zijn op het doen van concrete aanbevelingen op grond van de uitkomst van een gespreksronde langs departementen en van de conclusies in het IBO-rapport Arbeidsparticipatie van oudere werknemers bij de Rijksoverheid. Ter voorbereiding van de conferentie zal, onder voorzitterschap van het ministerie van BZK, een werkgroep worden gevormd met vertegenwoordigers van het A+O fonds, de departementen en de centrales. Parallel aan deze actie wordt overwogen een communicatietraject uit te zetten met als doel de grotendeels negatieve beeldvorming over oudere medewerkers te corrigeren. Het aantal FLO-functies wordt verminderd. Het koninklijk besluit dat de lijst met FLO-functies bevat, wordt vervangen door een nieuwe lijst waarin de nu als substantieel bezwarend aangeduide functies zijn opgenomen. Voor de functies die als substantieel bezwarend zijn aangeduid wordt nagegaan of, op welke onderdelen en in welke mate preventief beleid mogelijk is. Van de desbetreffende departementen wordt een bijdrage verwacht bij het formuleren van een beleidsnota over dit onderwerp. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de ervaringen die zijn opgedaan in de pilot-studies. Voor de als substantieel bezwarend aangeduide functies wordt de uitkeringsregeling bij ontslag gemoderniseerd. Daarbij wordt een geldelijke stimulans gegeven voor langer doorwerken. Voor de niet meer als substantieel bezwarend aangegeven functies vervalt het functioneel leeftijdsontslag. Voor degene aan wiens functie het FLO-ontslag komt te vervallen wordt een overgangsregeling getroffen. Voor de functies bij het dienstonderdeel de Binnenlandse Veiligheidsdienst van het ministerie van BZK – tot nu toe benoemd in een afzonderlijk koninklijk besluit – zal het bevoegd gezag op een overeenkomstige wijze handelen als dat gebeurt ten aanzien van de overige FLO-functies binnen de rijksdienst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel