Een gezamenlijke werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB), de VNG en het toenmalige GBA projectbureau onderkende reeds kort na de invoering van de GBA de noodzaak voor onderzoek naar de mogelijkheden van een verplichte periodieke audit. Daarnaast heeft de Algemene Rekenkamer in oktober 1996 het rapport ‘Gemeentelijke Basis Administratie’ aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 1996-97, 25 040, nrs. 1-2). In dat rapport wordt opgemerkt dat de minister van Binnenlandse Zaken over instrumenten zou moeten beschikken om de kwaliteit van het GBA-stelsel structureel te bewaken. Naar aanleiding van de bespreking van het rapport in de Tweede Kamer heeft de regering aangekondigd een verplichte periodieke audit in te willen voeren (Kamerstukken II, 25 040, nr. 3).
Inmiddels hebben vertegenwoordigers van de gemeenten en afnemers van de GBA ingestemd met de uitgangspunten en de opzet van de GBA-audit. Deze zijn neergelegd in het bovengenoemd wetsvoorstel.
De verplichte audit is ontstaan vanuit de behoefte om binnen het GBA-kwaliteitssysteem een periodieke meting van de kwaliteit van de gegevens te laten uitvoeren. Een regelmatige meting geeft immers inzicht in de kwaliteit van de GBA als geheel en binnen elke gemeente afzonderlijk. Aan de hand van dat inzicht kunnen zonodig aanvullende maatregelen ter handhaving van de kwaliteit van de GBA worden getroffen.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
In deze circulaire wordt verstaan onder:
audit-instelling: het bedrijf dat door de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid is aangewezen om de audit als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van deze circulaire uit te voeren;
auditor: de medewerker van de audit-instelling die het inhoudelijke deel van de audit namens de audit-instelling zal gaan uitvoeren dan wel uitvoert of de medewerker van de audit-instelling onder wiens verantwoordelijkheid het procesmatige deel van de audit namens de audit-instelling zal worden uitgevoerd dan wel wordt uitgevoerd;
auditee: de gemeente die onderwerp is van de audit.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De audit heeft een periodiciteit van drie jaar. Dat betekent dat iedere gemeente eens in de drie jaar een audit zal moeten laten uitvoeren. Om diverse redenen is het van belang dat zowel het aantal audits als de verhouding tussen grote, middelgrote en kleine gemeenten jaarlijks ongeveer gelijk zijn. Een reden is de verdeling van de werklast voor de beschikbare auditoren. Daarnaast kan een gelijkmatiger verdeling van de kosten worden bereikt en zullen ook de resultaten van het ene jaar statistisch te vergelijken zijn met de resultaten van een volgend jaar.
Om deze redenen is gekozen voor een verdeling van de gemeenten over zes tijdvakken van elk zes maanden. Gemeenten zijn verplicht de periodieke audit binnen het met hen overeengekomen tijdvak van zes maanden uit te laten voeren. De verdeling is in beginsel slechts eenmalig, aangezien gemeenten vervolgens op grond van de wet verplicht zijn een volgende audit binnen drie jaren uit te laten voeren. Slechts ingeval van een gemeentelijke herindeling zal de planning aanpassing behoeven.
De definitieve inplanning van gemeenten voor de komende drie jaren (te rekenen vanaf 1 juli 1999) is na horen van de gemeenten vastgesteld. Deze indeling is als bijlage 1 bij deze circulaire gevoegd.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De GBA-audit bestaat uit twee onderdelen:
– een inhoudelijk deel, bestaande uit een controle van een aantal persoonslijsten en – een procesmatig deel, bestaande uit een globaal onderzoek naar bepaalde processen rond de basisadministratie op basis van een door de auditee voorafgaand aan de uitvoering van het procesmatige deel van de audit ingevulde vragenlijst.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Het doel van het inhoudelijke deel van de audit is het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van zowel de GBA-bestanden van de respectievelijke gemeenten (met name van belang voor de betreffende gemeente zelf) als in de kwaliteit van de GBA als geheel (met name van belang voor de minister, die een toezichthoudende en controlerende rol vervult). Aan de hand van dat inzicht kunnen zonodig maatregelen worden genomen ter bevordering en handhaving van de kwaliteit van de GBA.
Daartoe wordt een niet-selecte steekproef getrokken van de beschikbare (waaronder ook een aantal opgeschorte) persoonslijsten van de gemeente. Deze zullen vervolgens worden gecontroleerd aan de hand van de eisen die uit de wet- en regelgeving voortvloeien. Een onderdeel van die controle is de vergelijking van de gegevens die op de persoonslijsten zijn opgenomen met de in de gemeente aanwezige brondocumenten. In het inhoudelijke deel van de audit worden tevens enkele specifieke, select getrokken, persoonslijsten gecontroleerd. Het gaat hierbij om persoonslijsten met foutgevoelige situaties.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Naast het inhoudelijke deel bestaat de GBA-audit uit een procesmatig deel. Het doel van dithet procesmatige deelvan de audit is tweeledig. Ten eerste dat wordt vastgesteld of ten aanzien van de onderdelen back-up en herstel en uitwijk de voorgeschreven maatregelen zijn getroffen en welke risico’s zijn te onderkennen. Ten tweede dat de gemeenten ten aanzien van het onderdeel beveiliging een spiegel krijgen voorgehouden. Gemeenten worden gewezen op risico’s die eventueel bestaan, gezien de opzet van het geheel aan maatregelen die het gemeentebestuur heeft getroffen om de beveiliging op een verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren. Gezien de beperkte tijd die voor het procesmatige deel is ingeraamd, wordt niet onderzocht in hoeverre de werking van de beveiliging overeenkomt met de opzet. Uitgangspunt is dat de werking conform de opzet is en andersom.
Voor dit procesmatige deel dient de door de auditee vooraf ingevulde vragenlijst als referentiekader. Gezien de beperkte tijd die voor de uitvoering van het procesmatige deel van de audit is ingeruimd, wordt bij de beoordeling uitgegaan van de situatie zoals die uit de vragenlijst blijkt. De vragenlijst is als bijlage 4 van deze circulaire opgenomen.
Ook voor dit onderdeel van de audit geldt de GBA-regelgeving als toetsingskader.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De GBA-audit zal worden uitgevoerd door instellingen die door de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid daartoe zijn aangewezen. De kandidaat-instellingen zijn voorafgaand aan de aanwijzing getoetst door de Raad voor Accreditatie. Na aanwijzing vindt jaarlijks een toetsing op onderdelen plaats.
De Raad voor Accreditatie is een onafhankelijke stichting die ten behoeve van de overheid, het bedrijfsleven en consumentenorganisaties toezicht houdt op instellingen in de publieke en private sector, die de kwaliteit beoordelen van onder andere producten en werkprocessen.
Een aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat de toets met positief resultaat is afgerond.
Gemeenten zijn vrij in hun keuze tussen de aangewezen audit-instellingen.
De criteria op grond waarvan de toets plaatsvindt zijn ter kennisneming als bijlage 2 opgenomen bij deze circulaire. Gemeenten zullen via een periodiek in de Staatscourant gepubliceerde lijst op de hoogte worden gehouden van de gegeven aanwijzingen. Deze lijst zal tevens worden geplaatst op de website van het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) op Internet (www.bprbzk.nl).
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Het gemeentebestuur is, als houder van de gemeentelijke basisadministratie, verantwoordelijk voor de basisadministratie, en zal dan ook de opdracht verstrekken aan de als zodanig aangewezen audit-instelling van zijn keuze. De audit-instelling ontvangt de betaling voor de uitvoering van de audit van het gemeentebestuur. Nadat een afschrift van de managementsamenvatting van de audit-rapportage, bedoeld in hoofdstuk 4 van deze circulaire, door het gemeentebestuur aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is gezonden 1Verzenden aan:Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten Postbus 10451 2501 HL Den Haag., ontvangt de gemeente van het ministerie de vastgestelde vergoeding voor de kosten die zij in het kader van de GBA-audit heeft gemaakt.
De hoogte van de vergoeding is gerelateerd aan het aantal inwoners in de gemeente volgens de laatst door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde cijfers. De vergoedingen voor de in 1999 uitgevoerde audits bedragen:
aan gemeenten met minder dan 20.000 inwoners: f 5.167,-;
aan gemeenten van 20.000 tot 100.000 inwoners: f 7.750,-;
aan gemeenten van 100.000 of meer inwoners: f 10.333,-.
De bedragen worden jaarlijks geïn-dexeerd. De basis voor de indexering is het eerste in een jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte voorlopige indexcijfer voor de ‘CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen voor de commerciele dienstverlening’ over het aan de indexering voorafgaande jaar.
Indien onverhoopt blijkt dat een gemeente niet voldoet aan de gestelde eisen en verplicht wordt om een heraudit als bedoeld in hoofdstuk 5 van deze circulaire te laten uitvoeren, zijn de kosten van de heraudit voor rekening van de auditeegemeente zelf.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De GBA-audit heeft een verplicht karakter. Daarnaast hebben gemeenten de mogelijkheid om door middel van de invulling van een vragenlijst de kwaliteit van de getroffen maatregelen en voorzieningen in het kader van de privacy-bescherming te laten toetsen door de Registratiekamer. Deze vragenlijst maakt geen deel uit van de GBA-audit en de invulling daarvan gebeurt op vrijwillige basis.
De gemeenten kunnen in de vragenlijst die in het kader van het procesmatige deel van de audit moet worden ingevuld aangeven of ze de bovenbedoelde vragenlijst willen invullen (zie bijlage 4, onderdeel 11).
De gemeenten die bevestigend hebben geantwoord zal in september 1999 de vragenlijst worden toegestuurd. Op basis van de ingevulde vragenlijsten dan wel op grond van het feit dat een gemeente geen vragenlijst heeft ingevuld kan de Registratiekamer besluiten een onderzoek ter plekke naar de privacy-aspecten rond de basisadministratie van de betreffende gemeente uit te voeren.
Gezien het vrijwillige karakter van dit onderzoek worden de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering ervan niet vergoed door de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, maar komen voor rekening van de auditee zelf.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 1
Algemeen
Onderdeel van Uitvoering periodieke GBA-audit· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1999