**1.** Buiten het Koninkrijk zijn de in de artikelen 141, 142 en 154 van het Wetboek van Strafvordering van het Europese deel van Nederland bedoelde opsporingsambtenaren bevoegd van de aan de militaire rechtsmacht onderworpen bestuurder van een motorrijtuig de overgifte te vorderen van het hem ingevolge enige binnen het Koninkrijk geldende regeling afgegeven rijbewijs, dan wel van het hem in het buitenland uitgereikte internationaal rijbewijs, indien tegen deze bestuurder proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van overtreding van:
het eerste of het tweede lid van artikel 8 van de Nederlandse Wegenverkeerswet 1994;
artikel 163 of 164 van het Wetboek van Militair Strafrecht dan wel;
met de onder a en b genoemde bepalingen overeenkomende voorschriften van de wegenverkeerswetgeving van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
De bestuurder is op de eerste vordering van de opsporingsambtenaar verplicht tot overgifte van het rijbewijs.
**2.** Het ingevorderde rijbewijs of internationaal rijbewijs of de ingevorderde rijbewijzen worden, tegelijk met het proces-verbaal, onverwijld opgezonden aan de betrokken officier van justitie bij de rechterlijke instantie bedoeld in de Wet militaire strafrechtspraak. Deze is bevoegd dat bewijs of die bewijzen onder zich te houden, totdat de rechterlijke uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen, of indien bij die uitspraak de bestuurder de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is ontzegd, tot het tijdstip waarop die uitspraak, wat betreft de bijkomende straf van ontzegging, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. In dat laatste geval draagt hij zorg dat, na het bovenbedoelde tijdstip, het binnen het Koninkrijk afgegeven rijbewijs wordt ingeleverd bij degene, die dat bewijs heeft afgegeven.
**3.** In geval van toepassing van het eerste lid kan het motorrijtuig, voorzover geen andere bestuurder beschikbaar is, onder toezicht, of voorzover degene die het proces-verbaal opmaakt zulks nodig oordeelt, in bewaring worden gesteld. In dat geval wordt het motorrijtuig op kosten van de verdachte overgebracht naar een door de verbaliserende persoon geschikt geachte plaats en aldaar op kosten van de verdachte bewaard, totdat het door of vanwege de eigenaar of houder wordt afgehaald. Indien de eigenaar of houder een ander is dan de verdachte, is hij bevoegd die kosten op de verdachte te verhalen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt
Hoofdstuk III › § 4
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010