Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I › § 4

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017

1. De officier van justitie, genoemd in artikel 5, tweede lid, draagt zorg dat de krachtens artikel 59, eerste lid, van de Wet militaire strafrechtspraak aangewezen bevelvoerende militairen door tussenkomst van de commandanten van de operationele commando's in het bezit worden gesteld van de richtlijnen, bedoeld in artikel 59, derde lid, van het Wetboek van Militair Strafrecht, waarin per delictscategorie de geldboetebedragen worden aangegeven. Aan de betrokken personen verleent de bevelvoerende militair ter gelegenheid van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5, desgevraagd inzage in de richtlijn. 2. De officier van justitie ziet erop toe dat de bevelvoerende militair bij de uitoefening van diens bevoegdheid dit besluit en de richtlijnen naleeft. 3. De officier van justitie kan bepalen dat het belang van de strafvordering vergt dat de bevoegdheid tot het uitvaardigen van een strafbeschikking wordt opgeschort. Van de opschorting wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de commandanten van de betrokken operationele commando's. Deze dragen zorg dat de mededeling de betrokken bevelvoerende militairen onverwijld bereikt en dat deze dienovereenkomstig handelen. 4. Indien de redenen van de opschorting zijn vervallen, doet de officier van justitie de commandanten van de betrokken operationele commando's daarvan onverwijld schriftelijk mededeling. Deze dragen zorg dat deze mededeling de betrokken bevelvoerende militairen onverwijld bereikt. Artikel III van Stb. 2016/470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel