Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Gevolgen voor materiële instandhouding

Onderdeel van Wijziging van het Formatiebesluit WPO per 1 augustus 2000· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 29 maart 2000

De nieuwe formatiesystematiek heeft ook gevolgen voor de berekening van de vergoeding voor materiële instandhouding. In totaal wordt er (vanaf 2002/2003) 53 miljoen gulden toegevoegd aan het budget voor de materiële instandhouding. Een deel van de vergoeding voor materiële instandhouding is gerelateerd aan het normatief bepaalde aantal groepen binnen de school. De nieuwe formatie-systematiek heeft gevolgen voor de wijze waarop dit aantal groepen bepaald wordt. De nieuwe formule voor het normatief bepaalde aantal groepen (G) is per 1 januari 2001: G = (7,92 x A + 6,17 x B + C + 3,2 x D) / 179 waarin: A staat voor het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar; B staat voor het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder; C = 280 – lln x 2,06, oftewel 280 minus 2,06 maal hettotaal aantal leerlingen, maar met een minimum van nul; D is het schoolgewicht. Per 1 januari 2002 wordt het normatief aantal groepen als volgt bepaald: G = (8,50 x A + 6,17 x B + C + 3,2 x D) / 179 En per 1 januari 2003 is de formule: G = (9 x A + 6,17 x B + C + 3,2 x D) / 179 De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. Uit deze formules valt op te maken dat het aantal 4- tot en met 7-jarige leerlingen een steeds groter gewicht in de schaal legt bij de bepaling van het normatieve aantal groepen. De groepsverkleining leidt immers tot een groter aantal groepen in de eerste vier leerjaren. Voor de periode 1 augustus 2000 tot 1 januari 2001 wordt nog een aanvullende vergoeding verstrekt. De hoogte van deze vergoeding is op dit moment nog niet bekend.

Rechtspraak bij dit artikel