Als door betrokkene en werkgever aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, kan betrokkene in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Wet financiering loopbaanonderbreking.
In grote lijnen moet dan aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
de overeengekomen verlofperiode bedraagt minimaal twee maanden en moet worden gebruikt voor zorgtaken of studie;
het verlof moet tenminste de helft van de gemiddelde arbeidsduur per week bedragen;
de werkgever moet een vervanger in dienst nemen die als werkzoekende staat ingeschreven bij de Arbeidsvoorziening, en
uitkeringsgerechtigd is (WW/ BWOO, WAO, ABW, IOAW/Z) of
in de twee jaar voorafgaand aan de vervangingsperiode niet meer dan vijftig (werk)dagen of op jaarbasis vierhonderd uur betaald werk heeft verricht (herintreder);
het dienstverband met de vervanger moet worden aangegaan voor ten minste de periode waarover de verlofganger verlof opneemt. Dit dienstverband moet daarbij worden aangegaan voor ten minste hetzelfde aantal uren per week als het aantal uren per week dat de verlofganger verlof opneemt met een minimum van 18 uur per week.
De vervanger die door het bevoegd gezag in dienst wordt genomen hoeft niet de functie van de verlofganger over te nemen.
De uitkering wordt verleend over de in verlofperiode liggende volle kalendermaanden gedurende ten hoogste zes maanden, tenzij bij CAO (of met het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad) hierover andere afspraken zijn gemaakt. De Wet financiering loopbaanonderbreking stelt als voorwaarde voor toekenning van de uitkering dat in een aaneengesloten periode van 12 maanden voorafgaande aan de verlofopname door betrokkene geen uitkering op grond van die wet is ontvangen. Bij CAO dan wel in een afspraak met de personeelsvertegenwoordiging kan echter worden afgesproken om deze bepaling niet toe te passen. In dat geval kan de uitkering gedurende 18 maanden worden toegekend. Per maand bedraagt de hoogte van de uitkering voor elk uur verlof dat per week wordt opgenomen bruto ƒ25,25. Maximaal bedraagt de uitkering bruto ƒ960,- per maand. De uitkering moet worden aangevraagd bij het LISV en voor het onderwijs wordt de wet uitgevoerd door de Stichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO).
Artikel 7
Toepassing van de Wet financiering loopbaanonderbreking bij ouderschapsverlof
Onderdeel van Ouderschapsverlof in het primair onderwijs· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 19 april 2000