Het bevoegd gezag kan het verzoek inwilligen dan wel afwijzen.
In geval van inwilliging, wordt het tijdstip van ingang en de omvang van de aanpassing vastgesteld zoals deze zijn aangegeven in het verzoek.
Uitzondering hierop is de situatie waarin tijdens het overleg andere afspraken omtrent ingangsdatum dan wel omvang van de aanpassing zijn gemaakt.
Wat betreft de spreiding van de uren ligt de kwestie iets anders. Het bevoegde gezag dient ook op dit punt te handelen overeenkomstig het ingediende verzoek, tenzij het een zodanig belang heeft dat daarvoor de wens van de ambtenaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Indien de spreiding van de uren afwijkt van de wensen van de ambtenaar, moet dit onder schriftelijke opgave van de redenen in het besluit worden meegedeeld.
Ook een algehele afwijzing van het verzoek dient schriftelijk en goed gemotiveerd te geschieden. Hierbij kan niet volstaan worden met verwijzing naar één van de in de wet opgesomde criteria (bijvoorbeeld ‘problemen op het gebied van de veiligheid’), maar dient dit met argumenten aan de hand van de concrete omstandigheden te worden gestaafd.
Artikel 8
Inhoud van de beslissing van het bevoegde gezag
Onderdeel van Praktische consequenties Wet aanpassing arbeidsduur· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 19 juni 2000