Uit een oogpunt van continuïteit van de bedrijfsvoering, is bepaald dat, indien een verzoek tot aanpassing is ingewilligd of afgewezen, de werknemer pas na ten hoogste 2 jaren een nieuw verzoek tot aanpassing mag indienen.
Tijdens de Kamerbehandeling is er echter op gewezen dat er bepaalde omstandigheden zijn, waaronder de werkgever als goed werkgever ook een binnen de termijn van 2 jaren gedaan nieuw verzoek in overweging moet nemen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn, indien het verzoek is afgewezen met het oog op een bepaald dienstbelang en zich binnen de termijn van 2 jaren ontwikkelingen hebben voorgedaan waardoor het betrokken belang redelijkerwijs geen beletsel meer vormt. Ook kan het zijn dat de omstandigheden van de werknemer zodanig ingrijpend zijn gewijzigd dat hij in redelijkheid niet meer aan de termijn van 2 jaren gehouden kan worden. Gedacht kan worden aan de situatie dat de partner van de werknemer plotseling is overleden en de werknemer om financiële redenen meer, of vanwege de zorg voor de kinderen minder, wil gaan werken. In een dergelijke bijzondere situatie brengt het goed werkgeverschap met zich mee dat de termijn van 2 jaren niet aan de werknemer kan worden tegengeworpen.
Artikel 9
Hernieuwd verzoek pas na 2 jaren
Onderdeel van Praktische consequenties Wet aanpassing arbeidsduur· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 19 juni 2000