1. 1. Voordat een concessie voor openbaar vervoer per trein over de hoofdspoorweginfrastructuur wordt verleend, vraagt de concessieverlener advies aan de betrokken beheerder, bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet.
  2. 2. Artikel 27, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.