1. 1. Inrichtingen of afdelingen daarvan zijn naar de mate van beveiliging als volgt te onderscheiden en aan te duiden:
    • - a. beperkt beveiligd: een open inrichting of afdeling;
    • - b. normaal beveiligd: een gesloten inrichting of afdeling.
  2. 2. Onze Minister bepaalt ten aanzien van elke inrichting of afdeling daarvan de mate van beveiliging, bedoeld in het eerste lid.