Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Nadere afspraak over de arbeidsduur in het Primair Onderwijs

Onderdeel van Verhoging flexibilisering arbeidsduur· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2000

Vanwege de toenemende personeelstekorten in het onderwijs is afgesproken om voor de periode van drie jaar de mogelijkheden voor verzilvering van de adv te verruimen. Afgesproken is om verzilveringsmogelijkheid te verruimen tot het volledige adv-verlof (131 uur op jaarbasis, bij een normbetrekking). Deze mogelijkheid wordt per 1 december 2000 van kracht. Verzilvering van de volledige adv betekent dat werknemers de mogelijkheid krijgen om, op hun verzoek en in overleg met de werkgever, de 131 adv-uren (80 uren les-adv) die per 1 augustus 1998 zijn ingevoerd, om te zetten in bezoldigde werkzaamheden. Ook deze mogelijkheid staat open voor alle personeelscategorieën. Om vrijwilligheid en tijdelijkheid van verzilvering van de volledige adv te waarborgen, dient ook deze keuze steeds per schooljaar plaats te vinden. De afgesproken verruiming betekent dat er twee mogelijkheden zijn om adv te verzilveren, waarbij de invulling van de arbeidsduur er als volgt uitziet: Arbeidsduur Feitelijk te werken Deskundigheidsbevordering Maximale Lessentaak Minimale -niet Lessentaak Verzilvering adv-verlof Verzilvering-lesadv Feitelijke Maximale Lessentaak 1790 1790 179 1010 601 131 (80) 1010 1710 1710 171 961 578 51 (31) 961 Zoals aangegeven in de inleiding, is onderdeel van de nadere afspraak een extra financiële impuls aan het arbeidsmarkt- en personeelsbeleid op instellingsniveau. Met deze extra impuls is een budget gemoeid van 24 mln structureel voor de sectoren PO, VO en BVE tezamen, ingaande 1 december 2000. Voor de sector PO zal dit bedrag, voor het lopende schooljaar 2000-2001, worden toegekend in de vorm van een verhoging van het MOA-budget. Voor de besteding van dit additionele budget gelden dezelfde voorwaarden als voor het MOA-budget. Het budget is derhalve op het niveau van de school vrij besteedbaar ten behoeve van specifieke omstandigheden en problemen, met dien verstande dat het budget uitsluitend besteed kan worden ten behoeve van personeel binnen de aandachtgebieden management, ondersteuning, arbeidsmarkt en arbeidsomstandigheden. Naast de, in de publicatie Schoolbudget voor management, ondersteuning, arbeidsmarkt en arbeidsomstandigheden (MOA-budget) opgenomen, suggesties voor besteding (zie publicatie PO/PJ-2000/28534, 28537 en 28539, gepubliceerd in Gele katern nr. 18b van 26 juli 2000) kan bij de besteding van het budget worden gedacht aan: extra inzet van ondersteunend personeel, gericht op het verlichten van de werkdruk van personeel dat van de mogelijkheid gebruik maakt om de (volledige) adv te verzilveren; bewust belonen van personeel dat zich extra inzet om de knelpunten binnen de personeelsvoorziening van de school op te lossen. Dit kan worden vormgegeven via een bonus in tijd (extra verlofuren) of in geld (toelagen, gratificaties). Werknemers kunnen deze mogelijkheden betrekken bij de keuze om meer te gaan werken. Over deze extra financiële impuls wordt u nader geïnformeerd in een op korte termijn te verschijnen afzonderlijke publicatie. Aan het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) zal advies gevraagd worden over de technische haalbaarheid en de effectiviteit van een toekenningsmethodiek van deze additionele middelen, die rekening houdt met (relatieve) omvang van de personeelstekorten per regio. Het ROA zal gevraagd worden om uiterlijk mei 2001 dit advies uit te brengen. Op basis van het advies zal overleg worden gevoerd over de verdeling van de budgetten vanaf schooljaar 2001-2002.

Rechtspraak bij dit artikel