Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Branch profit taxes

Onderdeel van Onderworpenheidsvereiste in het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001

Het komt voor dat winsten behaald met bepaalde activiteiten zijn vrijgesteld van jaarlijkse belastingheffing in de andere Mogendheid (geen onderworpenheid van de jaarwinst), maar dat de andere Mogendheid de ‘netto-inkomsten’ van de vaste inrichting wel onderwerpt aan een bronbelasting (branch profit tax) op het moment van winstovermaking naar het hoofdhuis. Voor zover nodig keur ik goed dat zo’n heffing wordt aangemerkt als een belasting naar de winst of het inkomen die toepassing van de vrijstellingsmethode dan wel de verrekeningsmethode rechtvaardigt. De systematiek van artikel 10, 11 en 12 of 33, 34 en 35 van het Besluit is onverkort van toepassing. Ook hier geldt echter dat belastingplichtige niet kan volstaan (zie hiervoor) met een enkele verwijzing naar de relevante heffingsbepalingen van de andere Mogendheid. Indien blijkt dat op het moment van repatriëring niet daadwerkelijk belasting wordt geheven, wordt dit aangemerkt als een nieuw feit in de zin van artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en zal de belasting over het vrijgestelde inkomen binnen de termijn van artikel 16, vierde lid, van de AWR worden nagevorderd. Tevens zal dit leiden tot intrekking van deze goedkeuring ten aanzien van het betreffende land.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel