Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Geen heffing

Onderdeel van Onderworpenheidsvereiste in het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2001

Indien niet wordt geheven door de andere Mogendheid wordt geacht desalniettemin aan het onderworpenheidsvereiste te zijn voldaan tenzij de andere Mogendheid deze voordelen uitsluitend toekent aan niet-ingezetenen of voor transacties met niet-ingezetenen, dan wel deze voordelen geheel of nagenoeg geheel afschermt van haar binnenlandse economie (dit kan zich bijvoorbeeld uiten in een verbod tot verkoop op de lokale markt van de aldaar gefabriceerde goederen of het niet toegankelijk zijn van een regime voor het lokale bedrijfsleven). Indien belastingplichtige aantoont dat hij en zijn transacties bekend zijn bij de belastingadministratie van het andere land, kan hij gedurende de eerste 10 jaar verder volstaan met een verwijzing naar de relevante bepalingen waaruit formele onderworpenheid voortvloeit. De termijn van 10 jaar begint bij aanvang van de activiteiten door het concern en vangt niet opnieuw aan als de activiteiten binnen het concern of door een verbonden natuurlijk persoon worden voortgezet. Onder het ingetrokken besluit van 12 januari 1999, nr. IFZ98/1535M was een overgangsmaatregel opgenomen. Belastingplichtigen die aan een standpuntbepaling van de inspecteur het vertrouwen konden ontlenen dat aanspraak kon worden gemaakt op een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting, dan wel belastingplichtigen waarvoor de termijn van 10 jaar reeds was verstreken op het moment van publicatie van dat besluit, werd een overgangstermijn van 2 jaar geboden. In gevallen waarin minder dan 2 jaar resteerden voordat de termijn van 10 jaar was verstreken, gold eveneens een overgangstermijn van twee jaar. Deze overgangsmaatregel blijft voor die belastingplichtigen voor de daarvoor resterende tijd bestaan. Dit besluit treedt in werking met ingang van het belastingjaar 2001.

Rechtspraak bij dit artikel