Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Situatie 1 (overheveling van inburgering naar educatie):

Onderdeel van Inzet van middelen over en weer tussen inburgering nieuwkomers en educatie· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 14 maart 2001

voor de uitvoering van de educatieve activiteiten sluit de gemeente een overeenkomst met: ROC A: ƒ 6.000.000 ROC B: ƒ 7.000.000 de gemeente maakt op grond van verwachtingen de volgende inschatting voor de verdeling van het inburgeringsbudget: de welzijnscomponent: ƒ 2.600.000 de educatieve component: ƒ 4.600.000 reservering: ƒ 993.000 ƒ 8.193.000 De gemeente sluit een overeenkomst met beide ROC’s voor totaal 4.600.000 gebaseerd op een verwachting van 520 nieuwkomers, die ingeburgerd moeten worden. De gemeente maakt tevens de afspraak dat als gedurende het jaar blijkt dat er niet voldoende nieuwkomers zijn dat de ROC’s (na overleg met de gemeente) middelen mogen gebruiken voor deelnemers in de reguliere educatie. Gedurende het kalenderjaar is gebleken dat bij ROC B ca 40 nieuwkomers minder worden geplaatst dan vorig jaar was geraamd door de gemeente. Daarom heeft de gemeente in oktober van dat jaar met het ROC B afgesproken dat de resterende middelen ingezet mogen worden voor deelnemers in de reguliere educatie. De prijs per nieuwkomer die met de ROC’s is afgesproken bedraagt ƒ 9.400. Het ROC B mocht dus 40 x ƒ 9.400 = ƒ 376.000 inzetten voor reguliere educatie. Na afloop van het kalenderjaar weet de gemeente dat voor (520 -40) 480 nieuwkomers onderwijsovereenkomsten zijn afgesloten met de ROC’s. De kosten voor de educatieve component bedragen 480 x ƒ 9.400 = ƒ 4.512.000 De kosten voor de welzijnscomponent bedragen ƒ 2.530.000 ƒ 7.042.000 Voor de welzijnscomponent is aan het bedrag van ƒ 2.600.000 de prijsbijstelling van ƒ 100.000 toegevoegd. Het restant ad ƒ 170.000 (ƒ 2.700.000 – ƒ 2.530.000) dat de gemeente niet aan inburgering heeft besteed, is ingezet voor de integratie van minderheden. Het budget voor ROC A is voor de educatie op grond van de verplichting uit de overeenkomst bijgesteld op ƒ 6.375.036 voor loon- en prijsbijstellingen en voor ROC B op ƒ 7.437.540. ROC B heeft ook nog ƒ 376.000 aan inburgeringmiddelen voor de reguliere educatie kunnen inzetten, wordt totaal ƒ 7.813.540 De onderscheiden verantwoordingen zien er als volgt uit: a. beschikbaar saldo uit het jaar 1999 ƒ ……..…… b. rijksbijdrage 2000 ƒ 13.812.576 c. terugontvangen gelden van instellingen in 2000 ƒ ………..… d. middelen besteed aan educatieve programma’s inburgering*als baten op te nemen in de verantwoording inburgering ƒ.. ( – ) e. middelen toegevoegd uit de rijksbijdrage inburgering**als lasten op te nemen in de verantwoording inburgering ƒ 376.000 Totaal budget ƒ 14.188.576 In het jaar 2000 op basis van overeenkomsten verplicht aan: instelling 1. (ROC A) ƒ 6.375.036 instelling 2. (ROC B) ƒ 7.813.540 instelling 3. (naam en BRIN-nummer) ƒ enzovoorts ƒ ƒ ……………… Waarvan bestemd voor inburgering ƒ(-) Totaal verplichte bedragen ƒ 14.188.576 Overschot 2000 ƒ 0 ( 2 – 3) a. Rijksbijdrage welzijnscomponent 2000 ƒ 3.100.000 b. Rijksbijdrage educatieve programma’s 2000 ƒ 5.517.800 c. Middelen verstrekt op grond van de Welzijnswet 1994 voor zover aangewend voor inburgering ƒ.. d. Middelen verstrekt op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs wat betreft opleidingen educatie, voor zover aangewend voor inburgering*als lasten op te nemen in de verantwoording reguliere educatie ƒ.. e. Van andere gemeenten ontvangen/aan andere gemeenten betaalde bedragen in verband met verhuizing van nieuwkomers +/- f.. f. Reserveringen/tekort inburgering uit 1999 +/- ƒ .. g. Totaal beschikbaar voor 2000 ƒ 8.617.800 h. Lasten van inburgering (welzijnscomponent en educatieve programma’s) -/- ƒ 7.042.000 i. Saldo inburgering ƒ 1.575.800 j. Lasten van reguliere educatie**als baten op te nemen in de verantwoording reguliere educatie -/- ƒ 376.000 k. Lasten van integratie van minderheden -/- ƒ 170.000 Stand reserveringen ultimo 2000 ƒ 1.029.800

Rechtspraak bij dit artikel