Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Situatie 2 (Educatiemiddelen zijn ingezet voor inburgering nieuwkomers):

Onderdeel van Inzet van middelen over en weer tussen inburgering nieuwkomers en educatie· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 14 maart 2001

voor de uitvoering van de educatieve activiteiten sluit de gemeente een overeenkomst met: ROC A: ƒ 6.000.000 ROC B: ƒ 7.000.000 de gemeente maakt op grond van verwachtingen de volgende inschatting voor de verdeling van het inburgeringsbudget: de welzijnscomponent: ƒ 3.000.000 de educatieve component: ƒ 5.193.000 De gemeente sluit een overeenkomst met beide ROC’s voor in totaal ƒ 5.193.000 en voor 587 nieuwkomers. De gemeente verwacht echter gedurende het jaar meer nieuwkomers en maakt met de ROC’s de afspraak dat als deze situatie zich voordoet de nieuwkomers bij voorrang geplaatst zullen worden in het ROC ten laste van het reguliere educatiebudget. Na afloop van het kalenderjaar weet de gemeente dat voor totaal 590 nieuwkomers onderwijsovereenkomsten zijn afgesloten met de ROC’s. De prijs per nieuwkomer die met de ROC’s is afgesproken bedraagt ƒ 9.400. Gedurende het jaar is gebleken dat bij ROC 02YY drie nieuwkomers meer zijn geplaatst dan vorig jaar was geraamd door de gemeente. De kosten hiervoor bedragen 3 x ƒ 9.400 = ƒ 28.200 De kosten voor de educatieve component bedragen 590 x ƒ 9.400 = ƒ 5.546.000 De kosten voor de welzijnscomponent bedragen ƒ 3.109.000 De gezamenlijke kosten voor de educatieve en welzijnscomponent bedragen ƒ 8.655.000 Uit de bijdrage van VWS op grond van de Welzijnswet 1994 wordt ook ƒ 9.000 bestemd voor de inburgering nieuwkomers. Het budget voor ROC A is voor de educatie op grond van de verplichting uit de overeenkomst bijgesteld op ƒ 6.375.036 voor loon- en prijsbijstellingen en voor ROC B op ƒ 7.409.340. ROC B heeft ƒ 28.200 bestemd voor nieuwkomers.

Rechtspraak bij dit artikel