De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar sector Stadstoezicht van de Dienst Milieu en Beheer van de gemeente Leiden 2001· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 9 maart 2001