In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
artikel 50, 52, 53, 54, 55, 62, 62a, 66a en 67 Vw;
artikel 6.5 VV;
artikel 4.18 tot en met 4.21, 4.23, 4.29 tot en met 4.36, 4.39 tot en 4.45, 4.47, 5.5, 5.6, artikel 6.1, 6.5, 6.5a en 6.7 Vb.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
feiten of omstandigheden van de situatie waarin de persoon wordt staande gehouden;
aanwijzingen over de persoon die wordt staande gehouden;
ervaring- of omgevingsgegevens van de politie, KMar of andere overheidsinstanties.
Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:
informatie van overheidsinstanties, zoals de Gemeentelijke Sociale Dienst of de Inspectie SZW of de BRP;
aanwijzingen uit eigen onderzoek van de politie;
aanwijzingen die de politie verkrijgt bij de controle van persoonsgegevens in het kader van de uitoefening van de politietaken;
een controle in een woning of een bedrijf waarbij bij een eerdere controle illegale personen aangetroffen zijn;
het aantreffen van andere personen in dezelfde woning waar een met naam bekende illegale of uitgeprocedeerde vreemdeling ter uitzetting aangehouden wordt of kan worden;
een controle van inzittenden van een voertuig waarvan bij een verkeerscontrole is gebleken dat de bestuurder van dat voertuig illegaal in Nederland verblijft;
voertuigen waarmee personen vervoerd worden naar een bedrijf waar eerder illegale vreemdelingen aangetroffen zijn;
concrete (anonieme) tips over illegale vreemdelingen;
een verdachte van niet-Nederlandse nationaliteit, die zich niet kan identificeren;
als uit EES blijkt dat de vreemdeling de vrije termijn, bedoeld in artikel 3.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, heeft overschreden;
een gelegenheid of plaats, waar zich veel vreemdelingen plegen op te houden, en waarvan vermoed wordt of bekend is dat er zich regelmatig illegale vreemdelingen bevinden;
een redelijk vermoeden van mensensmokkel;
een redelijk vermoeden van illegale tewerkstelling in het kader van de Wav;
een redelijk vermoeden van illegaal in Nederland verblijvende prostituees.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder artikel 4.21 Vb. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het model M107-A.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzoek vraagt.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het model M105 of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het model M105-D.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van artikel 50a, eerste lid, Vw. Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande:
een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier;
een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel;
de overdracht van een vreemdeling naar een verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Asiel- en migratiebeheerverordening.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Alvorens een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indient, aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden (artikel 55, tweede lid, Vw). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt model M105-B gebruikt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van de ketenprocesbeschrijving VRIS wordt overgedragen aan de AVIM of KMar hoeft geen staandehouding als bedoeld in artikel 50, eerste lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het model M105-A (zie ook A5/6.12 Vc).
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ophoudingstermijn van artikel 50 of 50a Vw vangt aan bij de aankomst van de staandegehouden persoon op de plaats bestemd voor verhoor. Bij het overbrengen van de staande gehouden persoon telt de tijd van overbrenging naar de plaats bestemd voor verhoor niet mee.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het model M105-A of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het model M105-D.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
het recht om zich bij te laten staan door een raadsman;
het recht op bijstand van diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland;
het recht op aan kennisgeving van de ophouding aan derden (verwanten, echtgeno(o)t(e) of een levenspartner);
het recht op beroep tegen de ophouding;
Als de opgehouden persoon minderjarig is, worden degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over de minderjarige uitoefenen geïnformeerd over de ophouding. Als daartoe geen gelegenheid bestaat, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de kennisgeving doen aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland. Van de verplichting tot kennisgeving aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging kan worden afgezien indien de minderjarige persoon kenbaar maakt een verblijfsvergunning asiel te willen indienen.
De vreemdeling kan tevens opgehouden worden op grond van artikel 50 Vw, indien dit noodzakelijk is voor de toepassing van artikel 7 van de Screeningsverordening.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In artikel 4.21 Vb worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van artikel 50, eerste lid, Vw kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
het onderzoek wordt verricht door een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen;
andere manieren hebben niet geleid tot het vaststellen van de identiteit en de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:
de vreemdeling voorbereiden op elektronische afname van vingerafdrukken op de Identiteitszuil (de Basis Voorziening Identiteitsvaststelling – BVID);
de instructies volgen volgens de gekozen categorie ‘Vreemdelingen’ op de identiteitszuil;
de uitvoering van de identiteitsvaststelling met de identiteitszuil;
de resultaten opvolgen die voortkomen uit de door de identiteitszuil geraadpleegde systemen;
vaststellen of de vreemdeling valt onder de werking van de Screeningsverordening;
het EES raadplegen om de vreemdeling aan de hand van biometrische gegevens te identificeren en aan de hand van de in- en uitreisnotities de verblijfsrechtelijke positie vast te stellen; en
voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding moet voor een aantal nationaliteiten vingerafdrukken met papier en inkt afgenomen worden. Hiervoor moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mogen geen identiteitsgegevens vermeld worden of een verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.
Voor zover de vreemdeling onder de werking van de Screeningsverordening valt, wordt voor het screeningsproces verwezen naar paragraaf A6/1 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Nationaal Coördinatiecentrum Eurosur, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV en EES raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen (model M107-A) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
Als de vreemdeling stelt minderjarig te zijn maar dit niet met bewijsmiddelen kan onderbouwen, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking, dan wel de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, een leeftijdsindicatie uitvoeren.
De leeftijdsindicatie bestaat uit twee sessies die de volgende samenstelling hebben:
één sessie met één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen; en
één sessie met één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van politie of van de KMar die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der KMar.
De ambtenaren beoordelen per sessie onafhankelijk van de andere sessie of er sprake is van evidente:
meerderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt minderjarig te zijn; en
minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt meerderjarig te zijn.
Er moet unaniem, in beide sessies, geoordeeld zijn dat sprake is van evidente meerder- of minderjarigheid.
Als de betrokken ambtenaren tot evidente meerderjarigheid concluderen, wordt niet van de door de vreemdeling opgegeven leeftijd uitgegaan en wordt de vreemdeling als meerderjarig geregistreerd, tenzij de vreemdeling de minderjarige leeftijd alsnog met voldoende bewijsmiddelen ondersteunt. Als de ambtenaren tot evidente minderjarigheid concluderen, wordt van de opgegeven leeftijd uitgegaan.
De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zorgen ervoor dat de conclusie van de leeftijdsindicatie wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling.
Bij de beoordeling worden alle volgende aspecten van de vreemdeling betrokken:
het uiterlijk;
het gedrag;
de verklaringen; en
eventuele andere relevante omstandigheden.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
de opgehouden persoon recht heeft contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de opgehouden persoon in Nederland;
de opgehouden persoon contact mag opnemen met hulpverlenende instanties en/of verwanten;
de opgehouden persoon bij verhoor op grond van artikel 4.18 Vb, het recht heeft zich bij te laten staan door een raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet deze mededeling op een tijdstip dat deze raadsman bij het verhoor aanwezig kan zijn. De mededeling over de rechtsbijstand wordt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie geregistreerd.
Als de opgehouden persoon aangeeft zich bij het verhoor te willen laten staan door een raadsman, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tenminste één van de volgende personen inlichten:
de door de opgehouden persoon gewenste raadsman;
de raadsman die aangewezen is via de vreemdelingenpiketdienst van het bureau voor rechtshulp.
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De raadsman heeft vrije toegang tot de opgehouden persoon. Hij kan hem alleen spreken of onder toezicht van een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Het gesprek tussen de raadsman en de opgehouden persoon mag uitsluitend onder toezicht van de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen plaatsvinden om te verzekeren dat:
de opgehouden persoon zich niet aan het onderzoek naar zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus onttrekt;
de opgehouden persoon bewijsmiddelen die voor het onderzoek van belang zijn niet wegmaakt.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
moet de hulp van een beëdigde tolk inroepen als door moeilijkheden met de taal geen of onvoldoende contact met de opgehouden persoon mogelijk is;
mag in ten minste een van de volgende situaties gebruik maken van een tolk die geen beëdigde tolk is:
een beëdigde tolk is niet tijdig beschikbaar;
voor de desbetreffende bron- of doeltaal is geen tolk beschikbaar;
moet het gebruik maken van een niet beëdigde tolk met redenen omkleed schriftelijk vastleggen.
De niet beëdigde tolk moet:
voorafgaand aan zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag dan wel een integriteitsverklaring overhandigen als geen sprake is van spoedeisende inzet;
na de inzet een verklaring omtrent het gedrag tonen als vanwege de spoedeisendheid het niet mogelijk is dit voorafgaand aan de inzet te doen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de wens van de opgehouden persoon respecteren om bepaalde vragen van de ambtenaar niet te beantwoorden voordat de vreemdeling met zijn raadsman overleg heeft gepleegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoort de opgehouden persoon over zijn levensloop, woonplaatsen, bezochte onderwijsinstellingen en dergelijke om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon te kunnen vaststellen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de opgehouden persoon vorderen om in ieder geval gegevens te verstrekken over zijn:
identiteit;
nationaliteit;
burgerlijke staat;
beroep;
woon- of verblijfplaats met adres;
datum, plaats en wijze van binnenkomst in Nederland;
doel en duur van verblijf in Nederland;
middelen van bestaan.
Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie worden geregistreerd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De verlenging van de ophouding, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, eerste zin, Vw, is mogelijk, als het onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon nog niet is afgerond. Het verlengen van de ophouding als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, Vw is niet mogelijk.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV neemt aan dat er geen sprake is van rechtmatig verblijf als aanwijzingen daarvoor ontbreken.
Op het moment van de verlenging van de termijn van ophouding, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw moet duidelijk zijn, welk onderzoek naar het rechtmatig verblijf nog moet plaatsvinden en waarom dit onderzoek nog niet heeft plaatsgevonden.
Een reden dat het onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon nog niet is afgerond, kan gelegen zijn in de omstandigheid dat een (relatief) grote groep vreemdelingen is staandegehouden, waardoor capaciteitsproblemen zijn ontstaan en niet alle noodzakelijke onderzoekshandelingen binnen de oorspronkelijke ophoudingstermijn kunnen worden verricht.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV maakt de verlenging van de ophouding kenbaar zodra duidelijk is dat de termijn van zes uur naar verwachting wordt overschreden. Dit kan meebrengen dat deze ambtenaar de verlenging (ruim) voor het verstrijken van de zes uur kenbaar maakt aan de opgehouden persoon.
De termijn van 48 uur voor verlengde ophouding wordt niet volledig gebruikt als de verlengde ophouding niet langer noodzakelijk is. Gedurende de verlengde ophouding dient voortvarend gewerkt te worden. Zo spoedig mogelijk nadat het onderzoek is afgerond beëindigt deze ambtenaar de verlengde ophouding en stelt de opgehouden persoon in vrijheid dan wel in bewaring.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
voor de verlenging van de ophouding van de persoon gebruik maken van het model M105-E;
de beschikking tot verlenging van de ophouding van de persoon voorzien van dagtekening, ondertekening en de redenen voor de verlenging van de ophouding;
een afschrift van de beschikking tot verlenging aan de opgehouden persoon uitreiken;
de opgehouden persoon meedelen dat hij tegen deze beslissing een rechtsmiddel kan aanwenden;
het origineel van de beschikking tot verlenging van de ophouding van de persoon in het archief van de eigen organisatie opbergen;
het tijdstip waarop de verlenging van een ophouding van de persoon ingaat in de vreemdelingenadministratie registreren en benoemen in het model M105-E;
in het model M105-A aangeven welke handelingen zijn verricht in het kader van onderzoek naar de verblijfsrechtelijke status van de opgehouden persoon.
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV de opgehouden persoon niet te horen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
op verzoek van de opgehouden persoon tenminste één van de volgende personen:
de gestelde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de opgehouden persoon in Nederland;
de verwanten, echtgeno(o)t(e) of een levenspartner van de opgehouden persoon;
als de opgehouden persoon minderjarig is, aan degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over de minderjarige uitoefenen. Als daartoe geen gelegenheid bestaat, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de kennisgeving doen aan de gestelde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland tenzij er sprake is van een verzoek om een verblijfsvergunning asiel.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de persoon de gelegenheid bieden de echtgeno(o)t(e) of levenspartner telefonisch in te lichten over zijn vrijheidsontneming. Als de kennisgeving moet worden gedaan aan een persoon buiten Nederland gebeurt dit op de snelst mogelijke manier.
De opgehouden persoon moet door de Korpschef of de Commandant der KMar van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld.
Als de verlenging van de ophouding een Britse onderdaan betreft, moet de Korpschef of de Commandant der KMar op basis van een tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten overeenkomst de betrokken Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding, met het oog op het verlenen van diplomatieke of consulaire bijstand. Ook als de Britse onderdaan niet heeft verzocht de Britse consul te informeren over de verlenging van zijn ophouding, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding van de Britse onderdaan.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
in een geldig document voor grensoverschrijding of in een identiteitsbewijs van een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend;
in bewijsmiddelen die afgegeven zijn door een regering of staat die niet door Nederland is erkend;
in een geldig document voor grensoverschrijding en op een verblijfsdocument van vreemdelingen anders dan door wet- en regelgeving is voorgeschreven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
een visum is verleend maar niet langer aan de afgiftevoorwaarden voor verlening van dit visum wordt voldaan;
daarin is aangetekend dat zijn vertrek op grond van artikel 64 Vw is opgeschort en de grond voor die opschorting is komen te vervallen;
het bezwaar- of beroepschrift of een beroep door de rechtbank (kennelijk) ongegrond is verklaard en in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening over de indiening van dat bezwaar- of beroepschrift of instelling van dat beroep is gesteld.
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen:
het in bewaring nemen van het document is tijdelijk nodig voor het verkrijgen van de gegevens, bedoeld in Titel 5.2 van de Awb:
als een persoon niet de vereiste medewerking aan het verkrijgen van de gevraagde gegevens verleent;
als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in het document een aantekening moet maken over het vertrek of de ongewenstverklaring van de vreemdeling en de vreemdeling weigert het document voor dat doel te overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen;
bij een controle blijkt niet onmiddellijk dat de vreemdeling in Nederland mag verblijven, maar de gelegenheid ontbreekt, of het is niet gewenst, om de vreemdeling over te brengen naar een plaats voor verhoor. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft dan het recht om het document van de vreemdeling tijdelijk in bewaring nemen. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling bij het innemen van het document meedelen dat de vreemdeling voor informatie over de inbewaringneming van het document en het eventueel terug verkrijgen van het document zich moet wenden tot de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen;
de vreemdeling is in bewaring gesteld of ondergaat een vrijheidsstraf. Als de vreemdeling uitgezet wordt, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de documenten overhandigen aan de vreemdeling of aan de KMar als vreemdeling aan de buitenlandse autoriteiten wordt overgegeven;
het in bewaring nemen van het document is nodig met het oog op de uitzetting of de overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten van de vreemdeling.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen op grond van artikel 52, eerste lid Vw, het geldige document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon inneemt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking alle volgende handelingen verrichten:
aan de persoon een ontvangstbewijs verstrekken door gebruik te maken van model M101;
aan de persoon een informatiefolder verstrekken over het tijdelijk in bewaring nemen van geldige bewijsmiddelen documenten voor grensoverschrijding of andere bewijsmiddelen documenten door de KMar of de politie.
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het document komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het document zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen met toestemming van de bewoner een woning binnentreedt, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het verloop van het binnentreden van de woning vastleggen in een proces-verbaal.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
vreemdelingen die op illegale wijze Nederland zijn binnengekomen en/of tegen wie een onderzoek naar de identiteit moet worden ingesteld;
vreemdelingen tegen wie – met het oog op de toepassing van de Vw – een onderzoek naar hun criminele en/of ongunstige politieke antecedenten moet worden ingesteld;
vreemdelingen bij wie een voorschrift aan de verblijfsvergunning wordt verbonden in het belang van de openbare orde en/of de nationale veiligheid;
vreemdelingen aan wie een individuele verplichting tot periodieke aanmelding wordt opgelegd (zie artikel 54, derde lid, Vw);
vreemdelingen aan wie een vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd (zie artikel 56 Vw);
vreemdelingen die ongewenst worden of zijn verklaard (zie artikel 67 Vw);
vreemdelingen aan wie een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd (zie artikel 59 Vw);
vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel hebben ingediend;
vreemdelingen wie de IND een bijzondere aanwijzing heeft gegeven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet voor het afnemen van vingerafdrukken alle handelingen verrichten, als vermeld in paragraaf A2/3 Vc.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in artikel 4.38 Vb, in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in artikel 4.38 Vb te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in artikel 4.40 Vb, verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
De IND heeft de bevoegdheid schriftelijk een bijzondere aanwijzing aan de Korpschef of de Commandant der KMar te geven over het verstrekken van gegevens van een vreemdeling door een werkgever op grond van artikel 4.41 Vb. De Korpschef of de Commandant der KMar moet een vordering aan de werkgever van de vreemdeling tot het verstrekken van gegevens van de vreemdeling overhandigen of per aangetekende brief verzenden aan de werkgever.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden:
welke gegevens de werkgever moet verstrekken;
op welke wijze de werkgever de gegevens moet verstrekken;
binnen welke termijn de werkgever de gegevens moet verstrekken;
(eventueel) ten aanzien van welke categorieën vreemdelingen de werkgever de gegevens moet verstrekken.
De werkgever moet op vordering tot het verstrekken van gegevens, de Korpschef of de Commandant der KMar in ieder geval de volgende gegevens verstrekken:
naam van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever;
voorna(a)m(en) van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever;
geboortedatum en -plaats van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever;
nationaliteit van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever;
datum van indiensttreding van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever;
woonplaats en adres van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever.
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie artikel 54, eerste lid, onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht kenbaar gemaakt door gebruik te maken van het model M117-A. Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef of de Commandant der KMar:
stelt de vreemdeling in kennis dat op hem een periodieke meldplicht rust door uitreiking van het model M117-A;
moet de vreemdeling wijzen op wijzigingen over zijn meldplicht;
moet de vreemdeling wijzen op de verplichtingen die op hem van toepassing zijn, zoals aangegeven in het aan hem uitgereikte model M117-A; en
mag naar eigen oordeel afwijken van de instructies voor oplegging van de meldplicht.
De Korpschef:
mag de ontheffing van de meldplicht beëindigen als ontheffing niet langer gewenst is;
mag naar eigen oordeel afwijken van de instructies voor ontheffing van de meldplicht.
Bij de ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
als voor het vreemdelingentoezicht ontheffing van de meldplicht niet (of niet langer) gewenst is;
de vreemdeling niet langer in Nederland mag verblijven.
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
tijdens het afwachten van de beslissing in eerste aanleg van een verblijfsvergunning asiel in overleg met de IND;
als de vreemdeling minderjarig is, jonger dan twaalf jaar en geen amv is.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De Korpschef legt de vreemdeling die zich niet rechtmatig in Nederland bevindt en zich conform artikel 54, eerste lid onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid Vb meldt, het tijdstip en de plaats van melden op. Deze meldplicht gaat gepaard met terugkeerbegeleiding door DTenV. Het opleggen van de meldplicht met terugkeerbegeleiding kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Voor iedere meldplicht geldt: De Korpschef vordert de vreemdeling aan wie een periodieke meldplicht is opgelegd en die zich twee achtereenvolgende keren niet heeft gehouden aan de periodieke meldplicht, om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de periodieke meldplicht. Als de vreemdeling niet reageert, mag de Korpschef concluderen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en meldt de vreemdeling af in de vreemdelingenadministratie.
Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en DTenV over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een verwijzing in BVV.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door DTenV:
de vreemdeling werkt aantoonbaar aan terugkeer;
de vreemdeling tekent een terugkeercontract met de DTenV waarin rechten en plichten van de vreemdeling met betrekking tot terugkeer en de borgsom zijn vastgelegd.
Het opleggen van de borgsom kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. Het terugkeercontract bevat in ieder geval een termijn van in beginsel 28 dagen waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet hebben voldaan. Het borgbedrag wordt in beginsel gesteld op € 1.500, DTenV kan hiervan afwijken. De borgsom wordt geretourneerd door DTenV als de vreemdeling zich meldt op de luchthaven bij de KMar en daadwerkelijk Nederland verlaat.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In artikel 55, derde lid, Vw is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS en de IND signaleert het bewijsmiddel in het (N)SIS voor de duur van tien jaar.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in artikel 4.22, eerste lid, Vb, een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in artikel 4.21 Vb (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet niet te snel afgaan op de verklaring van een vreemdeling dat de vreemdeling niet (of niet meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding;
bij het afnemen van vingerafdrukken van een vreemdeling, moet het formulier met de vingerafdrukken voorzien worden van een handtekening van de vreemdeling;
de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de hulp van een tolk inroepen als door moeilijkheden met de taal geen of onvoldoende contact met de vreemdeling mogelijk is;
de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van alle aangetroffen bewijsmiddelen die ondersteunend kunnen zijn bij het vaststellen van de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling, fotokopieën maken.
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar DTenV, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar DTenV te versturen. DTenV heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In dit hoofdstuk wordt met lidstaten bedoeld: de landen van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland.
In dit hoofdstuk wordt onder meer beschreven hoe te handelen in de volgende situaties:
Nederland geeft de vreemdeling een terugkeerbesluit en signaleert de vreemdeling in het SIS (Schengeninformatiesysteem) inzake terugkeer;
Nederland geeft de vreemdeling een terugkeerbesluit, legt een inreisverbod op en signaleert de vreemdeling in het SIS inzake terugkeer, omdat de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten nog niet daadwerkelijk heeft verlaten;
Nederland heeft de vreemdeling een terugkeerbesluit gegeven en een inreisverbod opgelegd en zet de signalering inzake terugkeer om in een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf, zodra de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk heeft verlaten;
Nederland neemt een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 en signaleert de vreemdeling in het E&S of het SIS met oog op weigering van toegang en verblijf.
Ook worden in dit hoofdstuk de verschillende raadplegingsprocedures nader omschreven. De raadplegingsprocedure moet voorkomen dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning in een van de lidstaten, in het SIS gesignaleerd staat inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf.
In dit hoofdstuk wordt hierna met 'verblijfsvergunning' een verblijfsvergunning regulier of een visum voor verblijf van langere duur bedoeld. Als 'verblijfsvergunning' ook ziet op de verblijfsvergunning asiel, wordt dit aangegeven met 'verblijfsvergunning inclusief asiel'. In Nederland heet een visum voor verblijf van langere duur een mvv.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Het SIS is een computersysteem waarmee binnen de lidstaten specifieke informatie wordt uitgewisseld.
Het SIS geeft bevoegde autoriteiten onder andere informatie over personen die geen recht hebben om in het Schengengebied te verblijven, of gezocht worden voor (betrokkenheid bij) criminele activiteiten.
In dit hoofdstuk gaat het om:
de signalering inzake terugkeer, genoemd in Verordening (EU) 2018/1860 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende het gebruik van het Schengeninformatiesysteem voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (hierna: Vo (EU) 2018/1860); en
de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf, genoemd in Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006 (hierna: Vo (EU) 2018/1861).
De IND is verantwoordelijk voor de invoering van deze door Nederland opgelegde signaleringen in het SIS. De IND voert signaleringen niet rechtstreeks in het SIS in, maar via NSIS (Nationaal Schengeninformatiesysteem). In dit hoofdstuk wordt enkel nog gesproken over SIS, ook als het om NSIS gaat. Uitwisseling van informatie met andere lidstaten vindt plaats door tussenkomst van Bureau SIRENE.
Het E&S is een informatiesysteem van de Nederlandse politie. In het E&S staan o.a. vreemdelingenrechtelijke signaleringen. Welke signaleringen dit zijn staat in A2/12.6 Vc.
In het E&S worden signaleringen opgenomen volgens het Nederlandse vreemdelingenrecht die niet in het SIS mogen worden opgenomen. Ook worden signaleringen in het E&S opgenomen, die nog niet in het SIS kunnen worden opgenomen. De vreemdeling wordt dan gesignaleerd ter fine van weigering van toegang tot Nederland.
De IND is verantwoordelijk voor de invoering van bovengenoemde signaleringen in E&S.
De signalering in SIS en E&S vanwege een inreisverbod, ongewenstverklaring of besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt beëindigd als de duur van de betreffende maatregel is verstreken of als de maatregel wordt opgeheven.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Onderdanen van een lidstaat en diens familie- of gezinsleden in de zin van richtlijn 2004/38/EG (het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie van burgers van de Unie en hun familieleden), worden niet gesignaleerd in SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf.
De signalerende lidstaat wist op grond van artikel 14 Vo (EU) 2018/1860 een signalering inzake terugkeer van een persoon die het staatsburgerschap heeft verkregen van een van de lidstaten, zodra de signalerende lidstaat er kennis van krijgt dat de betrokken persoon het staatsburgerschap heeft verkregen.
Als een aanvraag om een verblijfsdocument of een verzoek om inschrijving EU bij de IND op grond van artikel 8, aanhef en onder e, Vw wordt ingediend, worden onder andere de systemen SIS en E&S geraadpleegd. Als de vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf en de aanvraag wordt ingewilligd of het verzoek wordt toegekend, dan overlegt de IND met de signalerende lidstaat en verzoekt de IND de signalering te wissen.
Als er een hit is van een familie- of gezinslid in de zin van richtlijn 2004/38/EG, neemt de IND op grond van artikel 26, tweede lid, Vo (EU) 2018/1861 contact op met de signalerende lidstaat om te bepalen welke actie moet worden ondernomen.
Bij een hit van een familielid van een onderdaan van een lidstaat die de IND in het SIS heeft gesignaleerd met het oog op weigering toegang en verblijf, overlegt de lidstaat, die de hit vaststelt, met de IND op grond van artikel 26 Vo (EU) 2018/1861. Als de IND de signalering wist, overweegt de IND of er redenen zijn om het familielid in E&S te signaleren.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Zie A1/3 Vc voor de te verrichten handelingen als een gesignaleerde vreemdeling aan de Nederlandse buitengrens wordt aangetroffen bij inreis.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning (ook geen verblijfsvergunning asiel) voor Nederland of een van de andere lidstaten:
die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen, en
die door een andere lidstaat gesignaleerd is:
inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod; of
met het oog op weigering van toegang en verblijf;
in ieder geval de volgende handeling:
informeert via het Bureau SIRENE de signalerende lidstaat dat de vreemdeling in Nederland is aangetroffen, zodat informatie-uitwisseling op grond van artikel 7, tweede lid, Vo (EU) 2018/1860 plaatsvindt;
informeert via het Bureau SIRENE de signalerende lidstaat wanneer de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten al eerder heeft verlaten; of
informeert via het Bureau SIRENE de signalerende lidstaat van zijn uitreis via een Nederlandse lucht- of zeehaven of treinstation (Eurostar) (hierna: Nederlandse buitengrens) volgens paragraaf A2/12.5.1 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen, die:
in het bezit is van een voor een andere lidstaat geldige verblijfsvergunning inclusief asiel, en
die door een andere lidstaat gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod,
de volgende handelingen:
meldt de treffer bij Bureau SIRENE volgens paragraaf A2/12.10.4 Vc; en
informeert de signalerende lidstaat volgens paragraaf A2/12.5.1 Vc als de vreemdeling via een Nederlandse buitengrens uitreist.
Het Bureau SIRENE verricht vervolgens de volgende handelingen:
registreert de in SIS gemelde treffers; en
informeert de signalerende lidstaat, als sprake is van een signalering door een andere lidstaat.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht in de volgende situaties de genoemde handelingen, als hij een door Nederland gesignaleerde vreemdeling in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis aantreft.
De vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, en verlaat het grondgebied van de lidstaten: de betreffende ambtenaar informeert de IND, zodat de IND de Nederlandse signalering inzake terugkeer wist of omzet naar een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf als er sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861.
De vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, en wordt aangetroffen in het kader van binnenlands toezicht: als blijkt dat de vreemdeling al heeft voldaan aan zijn terugkeerverplichting, informeert de betreffende ambtenaar de IND. De IND wist de signalering inzake terugkeer. Als er sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 zet de IND de signalering om naar een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf. De betreffende ambtenaar beziet of de vreemdeling in aanmerking komt voor een nieuw terugkeerbesluit. De signalering met het oog op weigering toegang en verblijf blijft in stand vanwege het inwerking getreden inreisverbod.
De vreemdeling is gesignaleerd vanwege een ongewenstverklaring. De betreffende ambtenaar:
controleert of de vreemdeling sinds de datum van bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw uit Nederland is vertrokken of uitgezet;
geeft zo nodig een terugkeerbesluit als de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten sinds de datum van de bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw of als hij nog niet eerder een terugkeerbesluit heeft gekregen; en
beziet of een inreisverbod kan worden opgelegd, waarbij de ongewenstverklaring wordt opgeheven (zie paragraaf A4/3.9 Vc), hoort daartoe zo nodig de vreemdeling en dient daartoe een voorstel in bij de IND (model M63).
De vreemdeling is gesignaleerd om een andere reden dan vanwege een ongewenstverklaring, terugkeerbesluit of inreisverbod. De betreffende ambtenaar:
geeft zo nodig een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een (alleen bij uitreis: voornemen tot het opleggen van een) inreisverbod anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw (via model M107-B); of
geeft zo nodig een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een voorstel aan de IND tot het opleggen van een inreisverbod op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw (M63), conform de beleidsregels in de paragrafen A4/2.1, A4/3.2 en A4/3.3 Vc.
De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in SIS.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De terugkeerbevestiging is de uitwisseling van informatie, naar aanleiding van een signalering inzake terugkeer, dat een vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk via een buitengrens heeft verlaten.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Bureau SIRENE informeert naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens verlaat.
Een andere lidstaat informeert Nederland als signalerende lidstaat, als de vreemdeling via de buitengrens van die lidstaat het grondgebied van de lidstaten verlaat. De IND wist de signalering inzake terugkeer op grond van artikel 6 Vo (EU) 2018/1860 direct na ontvangst van de terugkeerbevestiging. Als sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd in SIS.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Bureau SIRENE informeert, naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens wil inreizen.
Een andere lidstaat informeert Nederland als signalerende lidstaat, als de vreemdeling via de buitengrens van die lidstaat het grondgebied van de lidstaten wil inreizen.
De IND wist de signalering inzake terugkeer op grond van artikel 8 Vo (EU) 2018/1860 direct na de informatie-uitwisseling bij inreis. Als er sprake is van een inreisverbod wordt direct een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd in SIS.
Ook paragraaf A2/12.10.4 Vc is van toepassing als de vreemdeling is gesignaleerd door een andere lidstaat dan Nederland en een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft in een andere (derde) lidstaat.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND voert een signalering inzake terugkeer in SIS in van de vreemdeling, die:
een terugkeerbesluit krijgt of heeft gekregen van de daartoe bevoegde ambtenaar als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, VV. Bij dit terugkeerbesluit kan ook een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 zijn opgelegd;
gesignaleerd is vanwege een inreisverbod opgelegd vóór 7 maart 2023, dat nog niet in werking is getreden en er een procedurele gebeurtenis plaatsvindt die leidt tot signalering. De IND wist dan de signalering vanwege het inreisverbod; of
een terugkeerbesluit zonder inreisverbod heeft gekregen vóór 7 maart 2023 en voor zover bekend bij de IND, nog niet voldaan heeft aan de vertrekplicht en er een procedurele gebeurtenis plaatsvindt die leidt tot signalering.
De IND voert een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in SIS in van:
een vreemdeling, die niet beschikt over een verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat of dit niet heeft aangetoond, en
ongewenst is verklaard op grond van artikel 67 Vw;
een besluit heeft gekregen in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861; of
daadwerkelijk het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten, en aan wie:
een zwaar inreisverbod met de rechtsgevolgen van 66a, zevende lid, Vw is opgelegd; of
een licht inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw is opgelegd;
een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd in verband met het gebruik van een vals document voor grensoverschrijding of identiteitspapieren. De signaleringsduur is vijf jaar;
een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd in verband met een aan drugssmokkel gerelateerd misdrijf. De signaleringsduur is vijf jaar;
een vreemdeling die toegang wil verkrijgen tot Nederland of aan wie de toegang tot Nederland wordt geweigerd, bij wie concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De signaleringsduur is twintig jaar; of
een vreemdeling die toegang wil verkrijgen tot Nederland of aan wie de toegang tot Nederland wordt geweigerd, bij wie concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De signaleringsduur is twee jaar.
Deze signaleringstermijnen zijn van toepassing als de vreemdeling niet onder de werking van de Terugkeerrichtlijn valt in Nederland. Dit betekent dat de vreemdeling:
zich buiten de EU bevindt (waaronder ook de vreemdeling die wordt geweigerd aan een grensdoorlaatpost die toegang tot de EU geeft); of
zich weliswaar binnen de EU bevindt, maar zich buiten Nederland bevindt.
De IND voert de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf ook in als de vreemdeling al in SIS is gesignaleerd door een andere lidstaat, zolang de signaleringen niet onverenigbaar zijn met elkaar.
Na de ontvangst van een terugkeerbevestiging van een door Nederland in SIS gesignaleerde vreemdeling, moet de IND:
de signalering inzake terugkeer wissen; en
de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf invoeren, als aan de vreemdeling ook een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 is opgelegd.
De gegevens die een lidstaat bij een signalering in ieder geval in SIS moet invoeren staan vermeld in artikel 4 van Vo (EU) 2018/1860.
Daarnaast voert de IND in ieder geval de gegevens van een verblijfsdocument in SIS in, als:
de vreemdeling:
zich uitgeschreven heeft uit de BRP op grond van emigratie; of
met onbekende bestemming is vertrokken; en
de geldigheidsduur van het verblijfsdocument nog niet is verlopen en het verblijfsdocument niet is ingeleverd bij de IND. De einddatum van de signalering is gelijk aan de einddatum van het verblijfsdocument.
De signalering in SIS vanwege een inreisverbod of vanwege een terugkeerbesluit in combinatie met een inreisverbod gaat voor, als er ook sprake is van een besluit tot signalering.
Als het niet (meer) mogelijk is om de vreemdeling vanwege een inreisverbod of vanwege het terugkeerbesluit in combinatie met het inreisverbod te signaleren, wordt de vreemdeling vanwege het besluit tot signalering gesignaleerd. De vreemdeling wordt dan indien mogelijk gesignaleerd in SIS, en anders in E&S.
Als de vreemdeling een terugkeerbesluit zonder inreisverbod heeft gekregen en ook een besluit tot signalering, dan gaat de signalering in SIS vanwege een besluit tot signalering voor op de signalering inzake terugkeer.
In het E&S staan o.a. vreemdelingenrechtelijke signaleringen, zoals:
een op grond van artikel 67 Vw ongewenst verklaarde onderdaan van een van de lidstaten of diens familie- of gezinsleden;
een op grond van artikel 67 ongewenst verklaarde vreemdeling die geen verblijfsvergunning (ook geen verblijfsvergunning asiel) (meer) heeft in Nederland en zich niet in Nederland bevindt;
een op grond van artikel 67 Vw ongewenst verklaarde vreemdeling die zich niet in Nederland bevindt en een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft in één van de lidstaten;
een vreemdeling die een besluit krijgt in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861;
een op grond van artikel 67 ongewenst verklaarde vreemdeling, die
niet heeft aangetoond over een verblijfsvergunning in een andere lidstaat te beschikken; en
ongewenst is verklaard vanwege een andere grond dan openbare orde of niet voldoet aan artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861;
een vreemdeling met een verblijfsvergunning inclusief asiel in een van de lidstaten die zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van artikel 12 Vw; de termijn van signalering is maximaal zes maanden; en
een mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) voldoet aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven. De duur van deze signalering wordt gelijk gesteld met de (resterende) duur van de afgegeven mvv.
Wanneer signaleren in SIS mogelijk is, gaat dit altijd voor op signaleren in E&S.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft aan de IND ten minste één van de volgende onderbouwingen voor de signalering aan:
gevaar voor de nationale veiligheid;
toegangsweigering: proces-verbaal drugssmokkel gerelateerd misdrijf, (nog) geen veroordeling;
toegangsweigering: proces-verbaal gebruik valse/vervalste reis-/identiteitspapieren; of
opleggen bevel zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat aan een vreemdeling met een verblijfsvergunning inclusief asiel in een van de lidstaten die zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden van artikel 12 Vw.
Daarnaast stuurt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor de signalering de volgende documenten mee:
wanneer aanwezig: kopieën van identiteitsdocumenten van de vreemdeling;
het opgemaakte proces-verbaal van het misdrijf dat aanleiding is voor het voorstel tot signalering;
het nummer van het proces-verbaal; en
als er geen sprake is van een proces-verbaal moeten andere bewijsmiddelen die het voorstel tot signalering ondersteunen, worden meegezonden.
De politie doet op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling als deze niet bekend is. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze in de BVV bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ervoor zorgen dat in het kader van de signalering vingerafdrukken en een foto van de vreemdeling in de BVV beschikbaar zijn. Als dit niet mogelijk is, moet de reden hiervan worden vermeld.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de vreemdeling die gesignaleerd wordt in ieder geval over:
het feit dat de vreemdeling gesignaleerd wordt;
de duur van de signalering;
het gebied waarvoor de signalering geldt; en
de wijze waarop de vreemdeling:
kan kennisnemen van de signalering;
om opheffing kan verzoeken.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De signalering van een vreemdeling in E&S of het SIS vangt aan op:
de datum waarop aan de vreemdeling een terugkeerbesluit wordt bekendgemaakt;
de datum waarop de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk heeft verlaten als het een signalering vanwege een inreisverbod betreft. Als de situatie in paragraaf A4/2.4.3 Vc zich voordoet, waarbij het vertrek vanuit het grondgebied eerder plaatsvindt dan de bekendmaking van de beschikking waarin het inreisverbod wordt opgelegd, vindt de signalering plaats op de datum van de bekendmaking van de beschikking;
als het een onderdaan van een lidstaat of diens familie- of gezinsleden betreft: de datum waarop de vreemdeling een verwijderingsbesluit met ongewenstverklaring heeft ontvangen en de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken of als er een bezwaarschrift is ingediend, na de beslissing op dat bezwaarschrift tenzij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende beroep is ingediend. In dat laatste geval volgt signalering pas nadat het verzoek is afgewezen of nadat de getroffen voorziening is uitgewerkt;
het moment waarop de overdracht op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening van de ongewenstverklaarde vreemdeling naar de andere lidstaat is geëffectueerd;
de datum van de bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw in andere gevallen dan hierboven onder c of d genoemd;
de datum waarop aan de vreemdeling een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt bekendgemaakt;
de datum waarop de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd;
de datum waarop het besluit tot intrekking van de mvv bekend is gemaakt;
de datum waarop aan de vreemdeling een bevel wordt gegeven zich onmiddellijk te begeven naar de verblijfgevende lidstaat.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Een vreemdeling die door Nederland of door een andere lidstaat in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning wordt niet in SIS gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf.
Om te voorkomen dat een vreemdeling zowel in het bezit is van een verblijfsvergunning als gesignaleerd is in het SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf, moet een lidstaat door tussenkomst van het bureau SIRENE van die lidstaat in contact treden met het bureau SIRENE van de andere lidstaat als zich situaties voordoen als beschreven in deze paragraaf. Het in contact treden met een andere lidstaat heet de raadplegingsprocedure.
In de subparagrafen hierna worden o.a. de volgende raadplegingsprocedures beschreven:
de raadpleging voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, terwijl er al sprake is van een signalering;
de raadpleging voorafgaand aan de invoering van een signalering, terwijl al bekend is dat verblijf is verleend;
de raadpleging na invoering van een signalering, terwijl er verblijf is verleend;
de raadpleging bij een hit als Nederland niet betrokken is bij de signalering of verblijfsverlening.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier of asiel in Nederland of een aanvraag om een mvv gaat de IND na of de vreemdeling is gesignaleerd in het E&S of SIS.
Het Bureau SIRENE legt de verrichte raadpleging door een lidstaat vast, als de IND overweegt een verblijfsvergunning te verlenen aan een vreemdeling die in SIS gesignaleerd is:
inzake terugkeer als ook een inreisverbod is opgelegd, of
met het oog op weigering van toegang en verblijf.
De IND brengt de vreemdeling, die gesignaleerd is in SIS of E&S op de hoogte middels een mededeling in de Staatscourant, als naar aanleiding van de raadplegingsprocedure deze signalering:
in SIS wordt omgezet naar een signalering in E&S; of
in E&S wordt omgezet naar een signalering in SIS,
tenzij de vreemdeling op andere wijze van deze wijziging op de hoogte is gesteld.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND verricht bij een vreemdeling:
die door Nederland in het E&S of SIS gesignaleerd staat, en
aan wie een verblijfsvergunning inclusief asiel wordt verleend,
de volgende handeling(en):
wist de signalering uit het SIS of uit E&S; en
heft een eventueel opgelegd inreisverbod of opgelegde ongewenstverklaring of besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 op.
Bij een afwijzing van een verblijfsvergunning blijft de signalering in E&S of SIS gehandhaafd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In deze paragraaf wordt de raadpleging door de IND voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning besproken, terwijl er sprake is van een signalering door een andere lidstaat.
De IND raadpleegt de signalerende lidstaat op grond van artikel 9, eerste lid, van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27 Vo (EU) 2018/1861 over de motivering van het besluit van de signalering, als de vreemdeling:
in het SIS gesignaleerd is door een andere lidstaat inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod of met het oog op weigering van toegang en verblijf; en
een aanvraag om een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft ingediend welke de IND overweegt te verlenen.
Als de signalerende lidstaat het raadplegingsverzoek niet binnen tien dagen beantwoordt, dan neemt de IND aan op grond van artikel 9, eerste lid, onder c, Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27, aanhef en onder c, Vo (EU) 2018/1861 dat de signalerende lidstaat geen bezwaar heeft tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning.
Als aan de vreemdeling, na eerdergenoemde raadplegingsprocedure, een verblijfsvergunning wordt verleend, stelt de IND de signalerende lidstaat hiervan in kennis. De signalerende lidstaat wist vervolgens de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf.
De IND signaleert de vreemdeling in SIS inzake terugkeer als:
de aanvraag om een verblijfsvergunning is afgewezen, en
een terugkeerbesluit is gegeven.
De vreemdeling moet het grondgebied van de lidstaten na de afwijzende beschikking verlaten, als tegen de afwijzende beschikking geen rechtsmiddelen meer open staan of die niet in Nederland mogen worden afgewacht.
De IND verricht bij een vreemdeling:
die in het SIS gesignaleerd is door een andere lidstaat inzake terugkeer zonder inreisverbod; en
die een aanvraag om een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft ingediend welke de IND overweegt te verlenen;
de volgende handeling:
stelt op grond van artikel 9, tweede lid, Vo (EU) 2018/1860 de signalerende lidstaat er onverwijld van in kennis dat hij voornemens is een verblijfsvergunning te verlenen of dat hij deze heeft verleend.
De signalerende lidstaat wist onverwijld de signalering inzake terugkeer.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In deze paragraaf wordt de raadpleging door de IND voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
Voor het geven van een bevel zich onmiddellijk te begeven naar de betrokken lidstaat, zie paragraaf A3/2 Vc.
De ambtenaar belast met grensbewaking of toezicht informeert de IND over de vreemdeling:
die in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit;
aan wie de hier bedoelde ambtenaar een terugkeerbesluit geeft; en
ten aanzien van wie wordt overwogen een signalering in te voeren in SIS inzake terugkeer.
Onderstaande raadplegingsprocedure is dan van toepassing.
De onderstaande raadplegingsprocedure is ook van toepassing als de IND overweegt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in te voeren vanwege:
een zwaar inreisverbod, al dan niet op voorstel van de ambtenaar belast met de grensbewaking of toezicht, of
een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861.
De IND signaleert de vreemdeling in E&S na het opleggen van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861.
De IND start de raadplegingsprocedure op grond van artikel 10 van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 28 van Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
de verblijfgevende lidstaat stelt de IND binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van zijn besluit om de verblijfsvergunning al dan niet in te trekken, of als het voor die lidstaat onmogelijk is om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen;
conform artikel 31, eerste lid, onder g, of 35, eerste lid, onder g, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn van 26 dagen verstreken;
als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken of aangeeft de verblijfsvergunning niet in te trekken, verricht de IND de volgende handelingen:
de IND voert geen signalering in SIS in; en
als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd beoordeelt de IND aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven;
als de andere lidstaat de verblijfsvergunning intrekt:
wist de IND de signalering in E&S vanwege een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861; en
signaleert de IND de vreemdeling in SIS vanwege het terugkeerbesluit, het besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 of vanwege het inreisverbod als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten inmiddels heeft verlaten.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In deze paragraaf en subparagrafen wordt de raadpleging door de IND besproken als na het invoeren van een signalering blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat.
De IND wordt op de volgende wijzen geïnformeerd over de geldige verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat:
het Bureau SIRENE informeert de IND bij een signaal van de verblijfgevende lidstaat dat de vreemdeling daar een verblijfsvergunning heeft;
de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen constateert dat de vreemdeling is gesignaleerd door Nederland en een verblijfsvergunning heeft in een andere lidstaat en meldt de treffer bij Bureau SIRENE en licht de IND in;
de vreemdeling toont zelf aan een verblijfsvergunning te hebben in de andere lidstaat; of
een derde lidstaat stelt vast dat Nederland een vreemdeling heeft gesignaleerd en dat een andere lidstaat een verblijfsvergunning aan die vreemdeling heeft verleend; de derde lidstaat stelt het Bureau SIRENE hiervan in kennis op grond van artikel 12 Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 Vo (EU) 2018/1861.
Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in het SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning inclusief asiel heeft. De IND start de procedure op grond van artikel 11 van Vo (EU) 2018/1860 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
Als de IND besluit het terugkeerbesluit in te trekken of als de ambtenaar belast met grensbewaking of toezicht op vreemdelingen besluit het door hem gegeven terugkeerbesluit in te trekken vanwege het verblijfsrecht in een andere lidstaat, wordt de signalering inzake terugkeer onverwijld gewist. Als het een verblijfsvergunning asiel betreft, wordt het terugkeerbesluit altijd ingetrokken.
Als het terugkeerbesluit wordt gehandhaafd, raadpleegt de IND de verblijfgevende lidstaat zoals hierna omschreven.
De verblijfgevende lidstaat stelt Nederland binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van zijn besluit om de verblijfsvergunning al dan niet in trekken, of als het voor die lidstaat onmogelijk was om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen.
Conform artikel 32, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken.
Als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken of als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning handhaaft, verricht de IND de volgende handelingen:
De IND wist de signalering inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod uit SIS;
Als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd beoordeelt de IND aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven;
Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt, wordt:
de signalering in SIS niet gewist, of
als de vreemdeling in het E&S is gesignaleerd, de signalering in E&S gewist en in SIS opgenomen.
Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit.
De IND start de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
de verblijfgevende lidstaat stelt Nederland binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van zijn besluit om de verblijfsvergunning al dan niet in trekken, of als het voor die lidstaat onmogelijk is om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen;
conform artikel 36, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken;
als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning handhaaft of als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken, verricht de IND de volgende handelingen:
de IND wist de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf uit SIS;
de IND beoordeelt aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven; en
als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt, wordt:
de signalering in SIS niet gewist, of;
als de vreemdeling in het E&S is gesignaleerd, de signalering in E&S gewist en in SIS opgenomen.
Als de in SIS gesignaleerde vreemdeling het grondgebied echter nog niet heeft verlaten en het inreisverbod, dat is opgelegd voor 7 maart 2023, dus nog niet in werking is getreden, start de IND alsnog de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat als een procedurele gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. De procedure zoals hierboven omschreven is dan van toepassing. De IND wist de signalering vanwege het niet in werking getreden inreisverbod en voert een signalering inzake terugkeer in, als de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning inclusief asiel besproken, terwijl er al sprake is van een signalering door Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De IND verricht bij een vreemdeling die door Nederland:
in het SIS gesignaleerd is inzake terugkeer zonder inreisverbod, de volgende handeling:
wist op grond van artikel 9, tweede lid, Vo (EU) 2018/1860 onverwijld de signalering inzake terugkeer, nadat de andere lidstaat Nederland er onverwijld van in kennis stelt dat de andere lidstaat voornemens is een verblijfsvergunning te verlenen of dat hij deze heeft verleend;
in het SIS is gesignaleerd inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod of in combinatie met een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 of is gesignaleerd met het oog op weigering van toegang en verblijf, de volgende handeling(en):
beantwoordt op grond van artikel 9, eerste lid, onder b, Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27, aanhef en onder b, Vo (EU) 2018/1861 de andere lidstaat binnen tien kalenderdagen;
als de IND het raadplegingsverzoek niet binnen tien kalenderdagen beantwoordt, wordt de IND op grond van artikel 9, eerste lid, onder c, Vo (EU) 2018/60 of artikel 27, aanhef en onder c, Vo (EU) 2018/61 geacht geen bezwaar te hebben tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning; en
als de andere lidstaat de IND ervan in kennis stelt dat hij voornemens is of besloten heeft de verblijfsvergunning te verlenen of te verlengen, wist de IND de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf. De IND beoordeelt aan de hand van A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven. Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl er al sprake is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De andere lidstaat overweegt de vreemdeling te signaleren in SIS en raadpleegt de IND:
op grond van artikel 10 Vo (EU) 2018/1860 vanwege een signalering inzake terugkeer; of
op grond van artikel 28 Vo (EU) 2018/1861 vanwege een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf.
Conform de hierboven genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende.
de IND beoordeelt binnen veertien kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging op basis van de verstrekte informatie van de andere lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning in te trekken;
de IND kan de andere lidstaat via het Bureau SIRENE bij uitzondering verzoeken om verlenging van de termijn met maximaal twaalf kalenderdagen;
conform artikel 31, eerste lid, onder g, of artikel 35, eerste lid, onder g, van het SIRENE-handboek moet Nederland de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken;
de IND informeert de signalerende lidstaat of de verleende verblijfsvergunning wel of niet wordt ingetrokken;
als de IND de verblijfsvergunning handhaaft, wordt de signalering niet ingevoerd;
als de IND de verblijfsvergunning intrekt, signaleert de raadplegende lidstaat de vreemdeling in SIS.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In deze paragraaf wordt de raadpleging door de andere lidstaat besproken, als na het invoeren van een signalering door deze andere lidstaat blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De vreemdeling is gesignaleerd in:
SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod. Als de signalerende lidstaat besluit het terugkeerbesluit niet in te trekken, raadpleegt de signalerende lidstaat Nederland op grond van artikel 11 van Vo (EU) 2018/1860; of
SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. De signalerende lidstaat raadpleegt Nederland op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861.
Conform genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende:
de IND beoordeelt binnen veertien kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging op basis van de verstrekte informatie van de signalerende lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning in te trekken;
de IND kan de signalerende lidstaat via het Bureau SIRENE bij uitzondering verzoeken om verlenging van de termijn met maximaal twaalf kalenderdagen;
conform artikel 32, eerste lid, onder f, of artikel 36, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet Nederland de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken;
de IND informeert de signalerende lidstaat of de verleende verblijfsvergunning wel of niet wordt ingetrokken.
De procedure zoals hierboven beschreven wordt op grond van artikel 12 Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 Vo 2018/1861 geïnitieerd door een derde lidstaat als die lidstaat vaststelt dat de vreemdeling in het bezit is van een door Nederland afgegeven verblijfsvergunning en de vreemdeling door een andere lidstaat is gesignaleerd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Deze paragraaf gaat over de raadpleging bij een hit als Nederland niet betrokken is bij de signalering of verblijfsverlening, maar de vreemdeling wel door Nederland wordt aangetroffen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die:
beschikt over een verblijfsvergunning inclusief asiel van een lidstaat; en
door een andere lidstaat is gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf,
de volgende handeling:
meldt de treffer bij Bureau SIRENE zodat de raadplegingsprocedure op grond van artikel 12 van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 van Vo (EU) 2018/1861 kan worden gevolgd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel te willen indienen en in het SIS of E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
de SIS-treffer melden bij het Bureau SIRENE; en
de IND op de hoogte stellen van het bestaan van de SIS- of E&S-signalering; zie verder de procedure beschreven in paragraaf A2/12.10.2.1 als het een SIS-signalering is.
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 2024/1351 (Asiel- en migratiebeheerverordening) neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel over en blijft de SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. De lidstaat die de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND wist een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering inzake terugkeer als de vreemdeling is uitgereisd uit het grondgebied van de lidstaten en zijn vertrek bij de IND bekend is. Een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering met het oog op weigering toegang en verblijf wordt gewist als de duur van het opgelegde inreisverbod is verstreken en zijn vertrek bij de IND bekend is; zie ook paragraaf A4/2.5.6 Vc.
De IND kan een signalering wissen als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot het wissen van de signalering. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
de grondslag voor de signalering is komen te vervallen;
de vreemdeling toont aan dat de signalering berust op onterechte gronden;
aan de vreemdeling wordt verblijf in Nederland toegestaan;
aan de vreemdeling wordt verblijf in een andere lidstaat toegestaan; zie paragraaf A2/12.10 Vc. De IND gaat na of de vreemdeling in het E&S wordt gesignaleerd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Op basis van artikel 53 Vo (EU) 2018/1861 en artikel 19 Vo (EU) 2018/1860 heeft een vreemdeling het recht op inzage in zijn gegevens, correctie van onjuiste gegevens en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens in het SIS, behoudens de in het tweede en derde lid genoemde beperkingen.
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het SIS mag bij elke lidstaat een verzoek indienen om inzage, rectificatie en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens.
In Nederland moet de vreemdeling een dergelijk verzoek, ook als het een signalering van een andere lidstaat betreft, richten aan het volgende adres:
Nationale Politie,
Landelijke Eenheid
t.a.v. de privacyfunctionaris LO/LX
Postbus 100
3970 AC Driebergen
De vreemdeling die een verzoek wil indienen tot inzage in of aanpassing van een signalering in SIS kan hiervoor ook digitaal een formulier gebruiken via: www.politie.nl/contact/formulier/schengen.html
Als het verzoek tot het wissen van de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf feitelijk een verzoek tot het opheffen van het door Nederland opgelegde inreisverbod of ongewenstverklaring betreft, moet het verzoek door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd en is respectievelijk paragraaf A4/2.5 of paragraaf A4/3.5 Vc van toepassing.
Een verzoek tot het wissen van een door Nederland opgenomen signalering inzake terugkeer of met het oog weigering van toegang en verblijf moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd.
Binnen acht weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot het wissen van de signalering.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het E&S kan een verzoek indienen om inzage, correctie en de signalering te wissen in het E&S. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de Nationale Politie, genoemd in paragraaf A2/12.12.1 Vc. De Nationale Politie stuurt het verzoek tot wissen door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen acht weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND in het E&S gewist als de termijn van de maatregel die ten grondslag ligt aan de signalering is verstreken.
De IND kan een signalering in het E&S ook wissen als de onderliggende maatregel wordt opgeheven.
De IND wist een signalering in het E&S als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere lidstaten over deze toegangsverlening.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
de openbare orde;
goede internationale betrekkingen;
de nationale veiligheid.
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor een van de drie genoemde situaties.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Artikel A2
Toezicht
Onderdeel van Vreemdelingencirculaire 2000 (A)· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2013
Verwijzingen
- artikel 24
- artikel 5
- artikel 31
- artikel 24
- artikel 36
- artikel 50a
- artikel 67
- artikel 24
- artikel 9
- artikel 5
- artikel 9
- artikel 12 Vw
- artikel 4
- artikel 24
- artikel 24
- artikel 24
- artikel 4
- artikel 9
- artikel 66a
- artikel 50
- artikel 4
- artikel 24
- artikel 54
- artikel 24
- artikel 9
- artikel 54
- artikel 67 Vw
- artikel 24
- artikel 5
- artikel 24
- artikel 3
- artikel 24
- artikel 4
- artikel 8
- artikel 50
- artikel 6
- artikel 50a
- artikel 24
- artikel 50
- artikel 27
- artikel 59 Vw
- artikel 31
- artikel 67 Vw
- artikel 24
- artikel 26
- artikel 52
- artikel 24
- artikel 4
- artikel 4
- artikel 67 Vw
- artikel 9
- artikel 7
- artikel 27
- artikel 50
- artikel 55
- artikel 24
- artikel 6
- artikel 24
- artikel 24
- artikel 67 Vw
- artikel 27
- artikel 4
- artikel 24
- artikel 4
- artikel 9
- artikel 67 Vw
- artikel 67 Vw
- artikel 4
- artikel 64 Vw
- artikel 24
- artikel 36
- artikel 35
- artikel 56 Vw
- artikel 4
- artikel 4
- artikel 5
- artikel 67 Vw
- artikel 4
- artikel 32
- artikel 66a
- artikel 55
- artikel 50a
- artikel 50 Vw
- artikel 50
- artikel 32
- artikel 50a
- artikel 67
- artikel 50
- artikel 54
- artikel 4
- artikel 24
- artikel 6
- artikel 66a
- artikel 55
- artikel 12 Vw
- artikel 50