Artikel 1 Screeningsverordening regelt welke vreemdelingen onder de werking van de Screeningsverordening vallen en daarmee gescreend moeten worden.
Het gaat enerzijds om screening aan de EU-buitengrens (paragraaf A6/3 Vc) waarbij de vreemdeling:
niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden van artikel 6 SGC; en
de buitengrens onrechtmatig heeft overschreden; of
aan de grensdoorlaatposten of in de transitzones om internationale bescherming heeft verzocht; of
na een opsporings- en reddingsoperatie is ontscheept.
De screening aan de buitengrens wordt uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee op Schiphol waarmee zij als screeningsautoriteit in de zin van artikel 2 lid 10 van de Screeningsverordening zijn aangewezen. Vreemdelingen die zich gemeld hebben aan de andere buitengrenzen en niet voldoen aan de toegangsvoorwaarden, zullen middels gecontroleerd vervoer overgebracht worden naar Schiphol om aldaar gescreend te worden. Hiertoe wordt een vrijheidsontnemende maatregel in de zin van artikel 6 lid 1 en 2 Vw opgelegd.
Anderzijds gaat het om screening op het grondgebied waarbij de vreemdeling:
illegaal op het grondgebied verblijft; en
de buitengrens van de EU onrechtmatig heeft overschreden; en
zij nog niet eerder zijn gescreend;
Screening op het grondgebied wordt uitgevoerd door de IND.
Als een vreemdeling wordt onderworpen aan een nationale strafrechtelijke procedure of uitleveringsprocedure en in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen, dan zal de screeningsautoriteit de vreemdeling niet aan screening onderwerpen gelet op de mogelijkheid die volgt uit artikel 18, zesde lid, Screeningsverordening.
Zowel voor screening aan de buitengrens als voor screening op het grondgebied geldt dat deze achterwege kan blijven of mag worden onderbroken indien een vreemdeling het EU-grondgebied verlaat om naar het land van oorsprong terug te keren, of indien de vreemdeling vrijwillig terugkeert naar een ander derde land indien de terugkeer naar dat andere land is toegelaten.
Voor screening op het grondgebied geldt bovendien dat deze achterwege mag blijven als de vreemdeling op grond van een bilaterale overeenkomst of samenwerkingskader onmiddellijke kan worden overgedragen aan een andere lidstaat, die dan verantwoordelijk wordt voor de screening.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De KMar is aangewezen als screeningsautoriteit aan de buitengrens voor de identificatie, registratie en het uitvoeren van een veiligheidscontrole en voorlopige kwetsbaarheidsbeoordeling bij vreemdelingen die zich aan de buitengrens melden en voldoen aan de criteria onder paragraaf A6/1 Vc.
De locatie Schiphol luchthaven wordt aangewezen als screeningslocatie voor screening aan de buitengrens ingevolge artikel 8 van de Screeningsverordening. Onderdelen van de screening kunnen echter ook op andere locaties plaatsvinden.
De vreemdeling wordt doorverwezen naar de relevante vervolgprocedure door de functionaris van de KMar. Als de vreemdeling een asielwens heeft geuit, wordt de beslissing om toegangsweigering uitgesteld conform het bepaalde in paragraaf A6/7.3 Vc en wordt een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
De vreemdeling wordt voor het voortzetten van de screening overgebracht naar het aanmeldcentrum Schiphol. De voorlopige medische controle wordt uitgevoerd door gekwalificeerd medisch personeel van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Na afronding van de screening wordt de vreemdeling in beginsel doorverwezen naar de asielgrensprocedure (paragraaf C1/3.3 Vc).
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De KMar verleent toegang tot het grondgebied aan een niet-begeleide minderjarige die aan de buitengrens een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel doet. Tevens wordt een beschikbaarheidsaanwijzing in de zin van artikel 55 Vw opgelegd (middels model M117-C). voor de screening en de daaropvolgende asielprocedure. Vervolgens wordt de niet-begeleide minderjarige met gecontroleerd vervoer vervoerd naar de screeningslocatie op het grondgebied.
Op de screeningslocatie op het grondgebied vervolgt de screeningsprocedure als beschreven in paragraaf 4.
Van vorenstaande procedure kan worden afgeweken bij de niet-begeleide minderjarige die een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid of wanneer er aanwijzingen zijn dat de gestelde minderjarige mogelijk meerderjarig is. Dan zal worden bezien of aanleiding bestaat toepassing te geven aan paragraaf A7/3.1 Vc en door te verwijzen naar de asielgrensprocedure (paragraaf C1/3.3 en paragraaf C2/2 Vc). Dat is met name aan de orde als minder dwingende alternatieve maatregelen niet doeltreffend kunnen worden toegepast.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
In het uitzonderingsgeval dat de vreemdeling een die aan de buitengrens een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel doet aan de buitengrens, maar niet in de asielgrensprocedure opgenomen kan worden verleent de KMar toegang tot het grondgebied (paragraaf C1/3.3 en paragraaf C2/2 Vc). Tevens wordt een beschikbaarheidsaanwijzing in de zin van artikel 55 Vw opgelegd (middels model M117-C) voor de screening en de daaropvolgende asielprocedure. Vervolgens wordt de vreemdeling met gecontroleerd vervoer vervoerd naar de screeningslocatie op het grondgebied.
Op de screeningslocatie op het grondgebied start de screeningsprocedure als beschreven in paragraaf 4.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Ook vreemdelingen die in het kader van binnenlands toezicht worden aangetroffen door de KMar of AVIM vallen onder de Screeningsverordening indien de criteria onder paragraaf A6/1 Vc gelden.
De vreemdeling die zich zelf bij een Nederlandse autoriteit, niet zijnde de IND, meldt een aangeeft asiel te willen aanvragen wordt doorverwezen naar de IND waarna het proces onder paragraaf A6/4 Vc of de relevante onderdelen onder hoofdstuk C1 Vc volgen.
Wanneer een vreemdeling in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen en bij de KMar of de Nationale Politie (AVIM) een asielwens uit, kan de KMar of AVIM de vreemdeling ophouden op grond van artikel 50 Vw 2000 ten behoeve van de vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke status of als dat noodzakelijk is voor de screening op het grondgebied. Als blijkt dat de vreemdeling niet eerder gescreend is, of na de eerdere screening het EU-grondgebied heeft verlaten, wordt de vreemdeling per gecontroleerd vervoer overgebracht naar de locatie van de screeningsautoriteit op het grondgebied. Het proces als beschreven in paragraaf A6/4 Vc in combinatie met paragraaf C1/2.2 Vc.
Wanneer de vreemdeling naar de screeningslocatie op het grondgebied wordt overgebracht legt AVIM of KMar de beschikbaarheidsaanwijzing op als bedoeld in artikel 55 Vw (middels model M117-C).
Als blijkt dat de vreemdeling al eerder gescreend is en het EU-grondgebied nadien niet heeft verlaten, dan wordt de vreemdeling verwezen naar het aanmeldcentrum. Daar volgt dan het OVA-proces dan wel het proces voor de registratie en indiening van opvolgende aanvragen (afhankelijk van de vraag of de vreemdeling een eerste asielverzoek indient of een opvolgende aanvraag).
Voor alle categorieën onder paragraaf A6/3 Vc geldt dat indien vreemdelingenbewaring noodzakelijk is om de vreemdeling beschikbaar te houden een bewaringsmaatregel wordt opgelegd (artikel 59b Vw). In dat geval volgt de procedure voor registratie en indiening van de asielaanvraag zoals beschreven paragraaf C1/3.4 Vc.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Als de vreemdeling zich op de screeningslocatie op het grondgebied meldt en nog niet eerder een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend start de fase van het ontvangen en voorbereiden asielaanvraag (verder OVA-fase). Tijdens deze fase beoordeelt de IND als screeningsautoriteit of de vreemdeling onder de werking van de Screeningsverordening valt.
Indien de Screeningsverordening van toepassing blijkt, vallen de stappen van de screening onder A6/5.2 en A6/5.3 Vc binnen de OVA-fase.
Indien de Screeningsverordening niet van toepassing is en de vreemdeling een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel wil indienen volgt het OVA-proces ingevolge A6/5 Vc dan wel het proces voor de registratie en indiening van opvolgende aanvragen ingevolge C1 Vc afhankelijk van de vraag of de vreemdeling een eerste asielverzoek indient of een opvolgende aanvraag.
De processtappen in paragraaf A1/5.2 en paragraaf 5.3 Vc hoeven niet in onderstaande volgorde uitgevoerd te worden.
De vreemdeling ontvangt een aanwijzing als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Vw middels model M117-C, met de aanwijzing dat hij zich voor de screeningsprocedure en aansluitend voor de asielprocedure beschikbaar moet houden. Indien de vreemdeling zich niet houdt aan het opgelegde beschikbaarheidsregime, dan kan een verder gaande vrijheidsbeperkende maatregel of vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd.
Het IND-aanmeldcentrum te Ter Apel wordt aangewezen als screeningslocatie voor screening op het grondgebied in gevolge artikel 8 van de Screeningsverordening. Onderdelen van de screening kunnen echter ook op andere locaties plaatsvinden.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND als screeningsautoriteit ontvangt de vreemdeling en voert de volgende handelingen uit:
verificatie door middel van een vingerafdruk scan of de vreemdeling al in de BVV is geregistreerd;
informatievoorziening over de OVA-fase en de screening en de rechten en plichten van de vreemdeling en de IND;
verstrekking van een aanwijzing op grond van artikel 55 Vw aan de vreemdeling waarin neergelegd is dat de vreemdeling zich gedurende de screening en aansluitend voor de behandeling van de asielaanvraag beschikbaar moet houden op een aangewezen locatie/verblijfplaats.
De vreemdeling maakt gedurende de OVA-fase voor delen van het proces gebruik van een selfservice applicatie indien de vreemdeling daartoe in staat is. Indien noodzakelijk schakelt de IND een (telefonische) tolkendienst in. De vreemdeling verstrekt op verzoek van de IND informatie, zoals bedoeld in artikel 9 Screeningsverordening, over de volgende aspecten:
persoonsgegevens (naam, geboortedatum)
nationaliteit(en)
bewijsmiddelen/documenten
biometrische gegevens
De vreemdeling meldt verder het doel van zijn aanmelding en of de vreemdeling eerder gescreend is door een andere lidstaat of reeds bekend is in Nederland.
De IND kan ook informatie opvragen bij de vreemdeling ter voorbereiding van de asielprocedure, als voor of tijdens de screeningsprocedure blijkt dat de vreemdeling een verzoek tot internationale bescherming wil indienen (zie artikel 26 Asielprocedureverordening). Dit betreft informatie met betrekking tot:
herkomst;
gegevens over familieleden;
informatie met betrekking tot vergunningen of procedures in andere landen;
een eerste indicatie van het asielmotief;
(nationale) veiligheid, openbare orde en 1F-gedragingen.
Zo nodig kan de IND besluiten een opname van een taalindicatie van de aanvrager af te nemen. Deze informatie kan worden gebruikt om te bepalen of er een taalanalyse wordt opgestart en kan worden betrokken bij de voorbereiding en planning van de asielprocedure.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Onderstaande controles kunnen in verschillende volgordes worden uitgevoerd:
Identificatie en verificatie van de identiteit van de aanvrager;
Registratie van biometrische gegevens;
Veiligheidscontrole conform artikel 15 Screeningsverordening;
Voorlopige medische controle conform artikel 12 Screeningsverordening;
Voorlopige beoordeling kwetsbaarheid conform artikel 12 Screeningsverordening.
Signalen van kwetsbaarheid, medische behoeften, veiligheidsrisico’s of andere relevante signalen kunnen gedurende de hele OVA-fase zowel door de vreemdeling worden gemeld als door elke medewerker worden opgemerkt en geregistreerd in interne aantekeningen, en indien vereist worden gedeeld binnen de keten.
De IND vult het screeningsformulier in overeenkomstig artikel 17, Screeningsverordening. De OVA-fase wordt afgerond met de registratie van de asielaanvraag ingevolge C1/2 Vc waarbij gebruik wordt gemaakt van de tijdens de screening verkregen informatie.
Indien de vreemdeling aangeeft af te willen zien van de indiening van de asielaanvraag volgt de procedure als beschreven in C1 Vc. Als de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld, wordt de vreemdeling doorverwezen naar de passende vervolgprocedure. Het zal daarbij met name gaan om een verwijzing naar de DTenV ten behoeve van de terugkeerprocedure.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Identificatie en verificatie van de identiteit van de vreemdeling vindt op grond van artikel 14, eerste lid, Screeningsverordening plaats aan de hand van:
identiteits- en reis- en andere documenten;
verklaringen van de aanvrager;
biometrische gegevens; en
onderzoek van Europese en nationale databanken.
Na de eerste registratie neemt de IND biometrie af van de vreemdeling (gelaatsscan en gerolde vingerafdrukken). Na afname van de biometrie zullen deze gegevens worden gebruikt voor bevragingen en registraties in diverse nationale en internationale databanken (artikel 14 Screeningsverordening).
Op basis van de resultaten uit Eurodac wordt bepaald of de vreemdeling nog niet eerder is gescreend in een andere lidstaat. Indien geconcludeerd wordt dat de vreemdeling al eerder is gescreend, en daarmee niet onder de Screeningsverordening valt, wordt de identificatie en registratie in het kader van de registratie van de asielaanvraag (zie artikel 27 Asielprocedureverordening) uitgevoerd. Zie verder paragraaf C1/2 Vc.
De IND neemt originele reis- en identiteitsdocumenten van de vreemdeling in voor onderzoek door de KMar en/of Bureau Documenten van de IND naar de authenticiteit van deze documenten. De vreemdeling ontvangt:
een bewijs van ontvangst waarin de ingenomen documenten staan benoemd; en
een kopie van de ingenomen documenten.
Na onderzoek draagt de KMar de reis- en identiteitsdocumenten over aan de IND samen met een rapport van bevindingen. De IND neemt het rapport van bevindingen op in het dossier van de vreemdeling. De IND houdt originele reis- en identiteitsdocumenten in bewaring gedurende de asielprocedure en tot eventuele uitzetting van de vreemdeling. Indien het onderzoek van de KMar uitwijst dat de documenten vals of vervalst zijn worden deze in beslag genomen.
De IND neemt ook andere beschikbare bewijsmiddelen in. Wanneer vereist wordt direct onderzoek naar de authenticiteit van documenten gestart. Wanneer het eerste onderzoek geen bijzonderheden uitwijst worden deze documenten geretourneerd aan de vreemdeling aan het einde van de OVA-fase. Indien nodig wordt nader onderzoek uitgezet bij Bureau Documenten. Nader onderzoek van documenten is onderdeel van de hoor- en beslisfase van de asielprocedure.
De IND neemt een kopie van de reis- en identiteitsdocumenten en van de andere beschikbare bewijsmiddelen op in het dossier van de aanvrager. De IND zendt de resultaten van onderzoek zo snel mogelijk na ontvangst aan de vreemdeling of zijn gemachtigde en geeft de onderzochte bewijsmiddelen terug aan de vreemdeling. De IND geeft de bewijsmiddelen niet terug aan de vreemdeling als de IND heeft geconcludeerd dat de bewijsmiddelen vals of vervalst zijn.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De veiligheidscontrole vindt plaats op grond van artikel 15 Screeningsverordening en kan zowel betrekking hebben op de vreemdeling als de voorwerpen die hij bij zich draagt.
In dit kader voert de Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) bij binnenkomst op de screeningslocatie een veiligheidsfouillering van het lichaam en de bagage van de vreemdeling uit. Daarnaast doet de IND op basis van de afgenomen biometrie van de vreemdeling een bevraging op nationale en internationale systemen (artikel 15 lid 2/3/4). De IND stelt de vreemdeling ook enkele vragen die betrekking hebben op nationale veiligheid, 1F-gedragingen en openbare orde schendingen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND biedt de vreemdeling een voorlopige medische controle aan als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, aanhef en onder a, en artikel 12 Screeningsverordening. Dit medisch onderzoek wordt uitgevoerd door medisch gekwalificeerd personeel van Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA). Dit onderzoek vindt plaats na de OVA-fase op de aan de vreemdeling toegewezen COA-opvanglocatie. De uitkomst van de medische controle wordt niet gedeeld met de IND. De IND registreert wel of het onderzoek heeft plaatsgevonden.
De IND beoordeelt gedurende de OVA-fase of de vreemdeling bijzondere waarborgen behoeft in de OVA-fase. De IND gebruikt hierbij verklaringen van de vreemdeling zelf en observaties die de IND registreert gedurende de OVA-fase. In de triage wordt besloten welke waarborgen de vreemdeling behoeft gedurende de asielprocedure en of er nader onderzoek moet plaatsvinden ten aanzien van kwetsbaarheid. Signalen van kwetsbaarheid kunnen gedurende de hele OVA-fase maar ook daarna door de vreemdeling worden gemeld en door elke medewerker worden opgemerkt en geregistreerd.
Indien de IND aanwijzingen heeft dat bij de vreemdeling medische problematiek aanwezig is die van aanmerkelijke invloed kan zijn bij het horen en beslissen, kan de IND een medisch onderzoek in de zin van artikel 20, vierde lid, Procedureverordening aanbieden (zie paragraaf C3/5.1 Vc). Deelname aan het medisch advies is vrijwillig.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND maakt een screeningsformulier op als bedoeld in artikel 17 Screeningsverordening. Dit screeningsformulier is als model M142 opgenomen in de Vc.
De vreemdeling wordt in staat gesteld om te reageren indien er (vermeende) onjuistheden op het screeningsformulier staan. Eventuele opmerkingen van de vreemdeling worden toegevoegd aan het screeningsformulier.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND-medewerker checkt alle beschikbare informatie, die door de vreemdeling is aangeleverd of door de IND op andere wijze is verkregen (paragraaf A1/5.2 en 3 Vc). Zo nodig zorgen IND en vreemdeling voor aanvulling van de gegevens.
De IND informeert de vreemdeling vervolgens over de mogelijke vervolgprocedures (indienen asielaanvraag of terugkeer) en over eventuele opvang door het COA.
De vreemdeling ontvangt:
Een kopie van het screeningsformulier;
Een ontvangstbevestiging van de ingeleverde documenten (indien van toepassing);
Een kopie van de opgelegde aanwijzing als bedoeld in artikel 55;
Informatie over de vervolgprocedure; en
Retour van de onderzochte bewijsmiddelen/documenten, tenzij nader onderzoek nodig is of onderzoek heeft aangetoond dat documenten vals of vervalst zijn (indien van toepassing).
Als de vreemdeling kenbaar maakt dat hij een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel wil dienen, dan volgt de registratie en indiening van de asielaanvraag. De registratie en indiening van de asielaanvraag vormen onderdeel van de OVA-fase, maar zijn geen onderdeel van screening. Zie verder paragraaf C1/2 Vc.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Artikel A6
Toepassing van de Screeningsverordening
Onderdeel van Vreemdelingencirculaire 2000 (A)· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 12 juni 2026