In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van de artikelen 32, 41 en 45 Vw en van de 3.106 en 3.116 Vb. Het gaat hier om de intrekkingsprocedure van de verblijfsvergunning asiel op grond van vluchtelingschap, subsidiaire bescherming en de afgeleide vergunningen asiel op grond van meereis en nareis.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Het startmoment van het onderzoek is het moment waarop de IND de vreemdeling voor het eerst in kennis stelt van een mogelijke intrekking van de verblijfsvergunning.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Op grond van artikel 66, eerste lid, onder b en c, Procedureverordening is de vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 of 29a Vw verplicht mee te werken aan alle procedurestappen van de intrekkingsprocedure. Dit betekent dat de vreemdeling beschikbaar is, gevraagde informatie verstrekt en op een (intrekkings)gehoor verschijnt indien hij daarvoor uitgenodigd is.
Het niet medewerken aan de intrekkingsprocedure staat de IND niet in de weg om de procedure te vervolgen of een intrekkingsbeslissing te nemen overeenkomstig artikel 66, vijfde lid, Procedureverordening.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Overeenkomstig artikel 66, eerste lid, onder a, Procedureverordening en artikel 41 Vw wordt de vreemdeling schriftelijk in kennis gesteld dat de verleende verblijfsvergunning asiel mogelijk wordt ingetrokken en wat de redenen voor deze mogelijke intrekking zijn en welke rechtsgevolgen de mogelijke intrekking heeft.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De vreemdeling krijgt op grond van artikel 41 Vw en in samenhang met artikel 3.116, tweede lid, Vb de gelegenheid om binnen een termijn van zes weken zijn zienswijze op de schriftelijke kennisgeving in te dienen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De vreemdeling, of diens gemachtigde, kan een verzoek voor uitstel van de zienswijze aanvragen.
De IND verleent in beginsel een termijn van twee weken uitstel als er naar oordeel van de IND toereikende redenen zijn om uitstel te verlenen.
Toereikende redenen kunnen zijn:
Het niet tijdig beschikbaar zijn van een tolk;
Plotselinge ziekte van de vreemdeling als de ziekte door het verstrekken van een medische verklaring is aangetoond;
Overplaatsing van de vreemdeling (door het COA) naar een andere verblijfslocatie als de vreemdeling schriftelijk heeft aangetoond dat de overplaatsing samenviel met de kennisgeving en de termijn om een zienswijze in te dienen en hij deze termijn hierdoor heeft gemist, of deze overplaatsing samenviel met de afspraak met de gemachtigde; of
Plotselinge ziekte van de gemachtigde van de vreemdeling;
Vakantie van de gemachtigde van de vreemdeling als de vakantie ten minste één maand van tevoren en met betrekking tot elke betreffende zaak is gemeld aan de IND.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Het persoonlijk onderhoud als bedoeld in 66, eerste lid, aanhef en onder d, Procedureverordening wordt in deze paragraaf aangeduid als het intrekkingsgehoor. Voor gezinsleden als bedoeld in artikel 29b, 29c en 29d Vw zal een zelfde intrekkingsgehoor worden gehouden indien de aan hen verleende verblijfsvergunning wordt ingetrokken. Paragraaf C1/5 Vc onder ‘Algemeen’ is van overeenkomstige toepassing op het intrekkingsgehoor. Dit geldt ook voor andere gehoren die binnen de intrekkingsprocedure kunnen plaatsvinden.
De IND stelt de vreemdeling tijdens het intrekkingsgehoor in de gelegenheid om relevante feiten en omstandigheden naar voren te brengen ten aanzien van de kennisgeving om de verblijfsvergunning asiel in te trekken. Indien de vreemdeling het niet eens is met het voornemen om de verblijfsvergunning asiel in te trekken, kan hij in het intrekkingsgehoor naar voren brengen wat zijn bezwaren zijn tegen de intrekking.
Bij het intrekkingsgehoor stelt de IND de vreemdeling ook in de gelegenheid om eventuele andere gronden waarop de IND een verblijfsvergunning asiel kan verlenen naar voren te brengen. Ook wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om zijn standpunt naar voren te brengen over de overige onderdelen van de intrekkingsprocedure zoals neergelegd in C6/8 Vc.
Als de vreemdeling niet in de gelegenheid is om te verschijnen op het geplande intrekkingsgehoor, dan moet hij zo snel mogelijk contact met de IND opnemen om een nieuwe afspraak te maken voor het gehoor. Hierbij moet de vreemdeling of zijn gemachtigde aangeven en onderbouwen, waarom het gehoor niet op het geplande moment kan plaatsvinden.
De IND kan de intrekkingsprocedure zonder intrekkingsgehoor voortzetten, als ten minste één van de onderstaande situaties van toepassing is:
de vreemdeling is niet bereikbaar;
de verblijfsplaats van de vreemdeling is niet bekend;
de vreemdeling heeft geen zienswijze ingediend; of
de vreemdeling heeft geen verschoonbare reden voor het niet verschijnen bij een gepland intrekkingsgehoor.
Als de vreemdeling niet verschijnt bij het intrekkingsgehoor, neemt de IND contact op met de vreemdeling of met zijn gemachtigde om navraag te doen naar de redenen hiervoor. Het niet komen opdagen bij een intrekkingsgehoor of op andere wijze geen medewerking verlenen in de zin van artikel 66, eerste lid, onder b en c, Procedureverordening staat de IND niet in de weg om een beslissing op intrekking te nemen.
Als de vreemdeling een verschoonbare reden heeft, dan nodigt de IND de vreemdeling opnieuw uit voor een intrekkingsgehoor. De IND merkt de volgende omstandigheden in beginsel niet aan als verschoonbare redenen voor het niet verschijnen:
vakantie of werk van de vreemdeling;
detentie van de vreemdeling;
nalatigheid; of
de vreemdeling heeft de uitnodigingsbrief na ontvangst niet gelezen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND geeft de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken om schriftelijk op het rapport van het intrekkingsgehoor te reageren. Paragraaf C1/5.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND sluit de erkenning van internationale bescherming op grond van artikel 32, zesde lid Vw als er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
De vreemdeling ziet ondubbelzinnig af van de erkenning van de beschermingsstatus;
De vreemdeling is een onderdaan geworden van een andere lidstaat; of
De vreemdeling heeft na het verkrijgen van internationale bescherming in Nederland in een andere lidstaat internationale bescherming gekregen.
Indien de IND de erkenning van internationale bescherming afsluit, wordt bezien of een terugkeerbesluit kan worden genomen. Met name in de situatie dat de vreemdeling ondubbelzinnig afziet van zijn erkenning, zal het niet altijd op voorhand duidelijk zijn of de vreemdeling nog in Nederland is en of een terugkeerbesluit kan worden genomen. De IND kan er in een voorkomend geval voor kiezen om navraag te doen bij de vreemdeling wat de reden is van het afzien van internationale bescherming en of er wellicht sprake is van rechtmatig verblijf in een andere lidstaat waardoor geen terugkeerbesluit mogelijk is. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld om redenen aan te voeren waarom aan hem geen terugkeerbesluit mag worden gegeven.
Op grond van artikel 66, zesde lid, Procedureverordening in combinatie met artikel 32, zesde lid, Vw vermeldt de IND de afsluiting en de rechtsgrond voor deze afsluiting in het dossier.
Het ondubbelzinnige afzien van de erkenning als persoon die internationale bescherming geniet blijkt onder andere uit een ondertekende brief van de vreemdeling of diens gemachtigde, toezending van model M53-A, of een verklaring van vrijwillig vertrek, inclusief verklaringen van IOM of DTenV.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Indien de vreemdeling voor 12 juni 2026 in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid Vw of artikel 29, tweede lid Vw, wordt deze op grond van artikel 9, achtste lid, Vw van rechtswege aangemerkt als respectievelijk een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw, 29a Vw, 29b Vw, 29c Vw of 29d Vw.
Dit houdt in dat de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, afgegeven voor 12 juni 2026, intrekt op grond van het recht dat op het moment van intrekken geldt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, verleend voor 12 juni 2026, geldt het recht zoals dat gold voor 12 juni 2026. Alleen op basis van het recht dat gold voor 12 juni 2026 kan deze verblijfsvergunning dan ook worden ingetrokken. Dat betekent onder meer dat de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet wordt ingetrokken indien de omstandigheden op grond waarvan de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus is verleend niet langer bestaan of zodanig zijn gewijzigd dat deze bescherming niet langer nodig is.
Er kunnen zich situaties voordoen waarop de vreemdeling mogelijk in aanmerking komt voor de intrekking van een vergunning (bepaalde of onbepaalde tijd) die gebaseerd is op het recht dat nog verder in het verleden ligt. Voor die vergunningen geldt de bepaling dat per geval wordt beoordeeld welk recht van toepassing is om een verblijfsvergunning asiel op grond van internationale bescherming afgegeven voor 12 juni 2026, in te trekken. Dit met inachtneming van eerdere overgangsrechtelijke bepalingen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De vreemdeling dient de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfstitel in met het vereiste aanvraagformulier.
Als de vreemdeling de aanvraag te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend.
De aanvraag is te vroeg ingediend als de vreemdeling de aanvraag voor verlenging van de verblijfstitel meer dan drie maanden voor afloop van de geldigheidsduur heeft ingediend.
De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag indienen op zijn vroegst drie maanden voordat de geldigheidsduur zal verlopen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Op grond van artikel 9, derde lid Vw verlengt de IND de verblijfstitel van de vreemdeling met de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus voor een periode van drie jaar en geeft een nieuw verblijfsdocument af.
Op grond van artikel 9, vierde lid, Vw, verlengt de IND de verblijfstitel van mee- of nareizende gezinsleden als bedoeld in artikel 29b, 29c of 29d, Vw, voor de duur van de verblijfstitel die aan de vreemdeling met de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend en geeft een nieuw verblijfsdocument af.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND kan op grond van artikel 32 Vw een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, 29a, 29b, 29c of 29d Vw intrekken. De volgende artikelen zijn van toepassing:
artikel 14 Kwalificatieverordening indien de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw (vluchtelingschap);
artikel 19 Kwalificatieverordening indien de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a Vw (subsidiaire bescherming);
artikel 32, derde en vierde lid, Vw en artikel 23, derde tot en met vijfde lid Kwalificatieverordening indien de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29b Vw (afgeleide asielvergunning meereizend gezinslid).
Artikel 32, derde en vijfde lid, Vw indien de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c of 29d Vw (afgeleide asielvergunning nareizend gezinslid).
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND trekt de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus van een vreemdeling in als:
de vreemdeling is opgehouden vluchteling te zijn of niet meer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming (conform artikel 11 en 16, Kwalificatieverordening);
de vreemdeling uitgesloten is of had moeten zijn van de erkenning als vluchteling of subsidiaire bescherming (conform artikel 12 en 17, Kwalificatieverordening);
de vreemdeling feiten verkeerd heeft weergegeven of valse documenten heeft gebruikt of feiten heeft achtergehouden, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus;
er redelijke gronden zijn de vluchteling te beschouwen als een gevaar voor de nationale veiligheid;
de vluchteling definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar vormt voor de gemeenschap van de lidstaat waar de vreemdeling zich op dat moment bevindt;
er ernstige redenen bestaan dat de subsidiair beschermde een gevaar vormt voor de nationale veiligheid;
de subsidiair beschermde een ernstig misdrijf heeft gepleegd voorafgaand aan zijn of haar aankomst in Nederland of voor een ernstig misdrijf is veroordeeld na zijn of haar aankomst;
Al deze gronden zijn imperatief voor de vluchtelingstatus en de subsidiairebeschermingsstatus. Dit betekent dat het intrekken van de vergunning asiel dwingend wordt voorgeschreven als wordt voldaan aan minimaal één van de gronden. De IND voert voor deze intrekkingsgronden geen evenredigheidstoets uit. Er bestaat geen discretionaire bevoegdheid om van deze bepaling af te wijken.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht.
Indien één van de intrekkingsgronden ziet op het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid, en deze al dan niet het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht, vermeldt de IND deze intrekkingsgrond in ieder geval in het intrekkingsbesluit. De IND betrekt de openbare orde of nationale veiligheidsaspecten altijd bij de besluitvorming.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw in als er sprake is van een vervallen verleningsgrond. Dit houdt in dat de vreemdeling opgehouden is vluchteling te zijn. Dit volgt uit artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a Kwalificatieverordening. In artikel 11, eerste lid, Kwalificatieverordening zijn de situaties neergelegd wanneer de vreemdeling ophoudt een vluchteling te zijn.
Overeenkomstig artikel 11, tweede lid, Kwalificatieverordening wordt – om te beoordelen of de voornoemde omstandigheden niet langer bestaan of zodanig zijn gewijzigd dat bescherming niet langer nodig is in het kader van terugkeer en het inroepen van bescherming in het land van herkomst – onder meer rekening gehouden met nauwkeurige en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst. Ook beoordeelt de IND of de verandering van de omstandigheden een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft waardoor niet langer sprake is van een gegronde vrees voor vervolging.
Voor de beoordeling of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) het land van herkomst een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft om aan te nemen dat een situatie zoals in artikel 11, eerste lid, aanhef en onder e en f, Kwalificatieverordening zich voordoet, is het landgebonden beleid zoals opgenomen in hoofdstuk C9 Vc leidend.
Op grond van artikel 11, eerste lid, laatste alinea Kwalificatieverordening kunnen er ‘dwingende redenen’ zijn, voortvloeiende uit vroegere vervolging, waardoor de vreemdeling kan weigeren de bescherming in te roepen. Dit kan een reden zijn om de eerder verleende vluchtelingenstatus niet te beëindigen. De IND zal in een dergelijk geval niet tot intrekking van de vluchtelingenstatus overgaan.
Het intrekken van de status met terugwerkende kracht is hier niet van toepassing.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw in als er sprake is van een situatie waarin de vreemdeling uitgesloten is of had moeten worden op grond van artikel 12 Kwalificatieverordening.
Het beleid zoals bedoeld in paragraaf C3/3.2.2 Vc is overeenkomstig van toepassing op de uitsluitingsgrond 1D en 1E van het Vluchtelingenverdrag.
Het beleid zoals bedoeld in paragraaf C4/3.6.9 Vc is overeenkomstig van toepassing op de uitsluitingsgrond 1F van het Vluchtelingenverdrag.
Indien geconcludeerd wordt dat feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt ingetrokken, reeds bestonden bij verlening van de vergunning, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de afgegeven vergunning, omdat de vreemdeling nooit de vluchtelingstatus toegekend had mogen krijgen.
Indien geconcludeerd wordt dat feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt ingetrokken nog niet bestonden bij verlening van de vergunning, maar pas na verlening van de vergunning zijn ontstaan, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot het moment waarop de uitsluitingsgrond van toepassing is (geworden). De IND beoordeelt en bepaalt dit aan de hand van de individuele omstandigheden in de zaak.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw in als er sprake is van een situatie waarin de vreemdeling feiten verkeerd heeft weergegeven of valse documenten heeft gebruikt of feiten heeft achtergehouden, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de vluchtelingstatus.
Bij de beoordeling of sprake is van deze intrekkingsgrond, wordt beoordeeld of de nieuw bekend geworden gegevens, wanneer ze op het moment van inwilligen bekend waren geweest, hadden geleid tot een afwijzing. Daarbij wordt getoetst aan de hand van het beleid dat op het moment van inwilliging geldig was en op basis van de informatie over het land van herkomst dat op dat moment bekend was.
Wanneer de IND overgaat tot het intrekken van de vluchtelingstatus, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de afgegeven vergunning, omdat de vreemdeling nooit de vluchtelingstatus toegekend had mogen krijgen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw in als er redelijke gronden bestaan de vreemdeling te beschouwen als gevaar voor de nationale veiligheid.
Het beleid in paragraaf C4/3.6.8 Vc en paragraaf B1/4.4 Vc onder nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.
Indien geconcludeerd wordt dat feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt ingetrokken, reeds bestonden bij verlening van de vergunning, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de afgegeven vergunning, omdat de vreemdeling nooit de vluchtelingstatus toegekend had mogen krijgen.
Indien geconcludeerd wordt dat feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt ingetrokken nog niet bestonden bij verlening van de vergunning, maar pas na verlening van de vergunning zijn ontstaan, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot het moment waarop de intrekkingsgrond van toepassing is (geworden). De IND beoordeelt en bepaalt dit aan de hand van de individuele omstandigheden in de zaak.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw in als de vreemdeling definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar vormt voor de gemeenschap. De vreemdeling vormt dan namelijk een gevaar voor de openbare orde.
Bij de beoordeling of sprake is van een intrekkingsgrond omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, is paragraaf C4/3.6.7 Vc van overeenkomstige toepassing.
Wanneer de IND overgaat tot het intrekken van de vluchtelingstatus, wordt de eerdere beslissing om de vluchtelingstatus te verlenen herroepen. De IND trekt in die gevallen met terugwerkende kracht in tot de datum waarop de veroordeling voor het bijzonder ernstig misdrijf definitief geworden is, overeenkomstig artikel 14, eerste lid en onder e, Kwalificatieverordening. Dit houdt in dat indien de veroordeling voor het bijzonder ernstig misdrijf definitief geworden is voor de vergunningverlening, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de afgegeven vergunning, omdat de vreemdeling nooit de vluchtelingstatus toegekend had mogen krijgen.
Indien de veroordeling voor het bijzonder ernstig misdrijf definitief is geworden na het verlenen van de vluchtelingstatus, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot de datum van definitief worden van de veroordeling. De feiten en omstandigheden waarop de vluchtelingstatus moet worden ingetrokken zijn immers ontstaan na verlening van de vluchtelingstatus.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a Vw in als er sprake is van een vervallen verleningsgrond. Dit houdt in dat de vreemdeling niet meer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming wanneer de omstandigheden op grond waarvan die status is verleend, niet langer bestaan of zodanig zijn gewijzigd dat bescherming niet langer nodig is. Dit volgt uit artikel 16, eerste lid, Kwalificatieverordening. De subsidiairebeschermingsstatus wordt dan beëindigd. Het intrekken van de status met terugwerkende kracht is hier niet van toepassing.
Op grond van artikel 16, derde lid Kwalificatieverordening kunnen er ‘dwingende reden’ zijn, voortvloeiend uit vroegere ernstige schade, om de eerder verleende subsidiairebeschermingsstatus niet te beëindigen. De IND zal in een dergelijk geval niet tot intrekking van de subsidiairebeschermingsstatus overgaan zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a Kwalificatieverordening.
Wanneer de IND concludeert dat er sprake is van ‘dwingende redenen’ sluit de IND aan bij hetgeen in paragraaf C6/2.1 Vc staat opgenomen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a Vw in als de vreemdeling van subsidiaire bescherming uitgesloten is of had moeten zijn op grond van artikel 17 Kwalificatieverordening.
Als de IND beoordeelt dat er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd, is het beleid als bedoeld in paragraaf C4/3.6.9 Vc onverkort van toepassing.
Indien geconcludeerd wordt dat feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt ingetrokken, reeds bestonden bij verlening van de vergunning, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de afgegeven vergunning, omdat de vreemdeling nooit de subsidiairebeschermingsstatus toegekend had mogen krijgen.
Indien geconcludeerd wordt dat feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt ingetrokken nog niet bestonden bij verlening van de vergunning, maar pas na verlening van de vergunning zijn ontstaan, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot het moment waarop de intrekkingsgrond van toepassing is (geworden). De IND beoordeelt en bepaalt dit aan de hand van de individuele omstandigheden in de zaak.
Indien de IND beoordeelt dat er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling een ernstig misdrijf heeft gepleegd voorafgaand aan zijn of haar aankomst in Nederland of voor een ernstig misdrijf is veroordeeld na zijn of haar aankomst in Nederland is het beleid als bedoeld in paragraaf C4/3.6.4.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
Wanneer de vreemdeling voor zijn aankomst in Nederland een ernstig misdrijf heeft gepleegd en dit op een later moment bekend wordt bij de IND, trekt de IND met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum de verblijfsvergunning asiel op grond van 29a Vw in, omdat de vreemdeling nooit de subsidiaire beschermingsstatus toegekend had mogen krijgen.
Wanneer de vreemdeling is veroordeeld voor een ernstig misdrijf na zijn aankomst in Nederland, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot de datum van de veroordeling voor het ernstig misdrijf overeenkomstig artikel 17, eerste lid, onder b, Kwalificatieverordening.
Indien de IND beoordeelt dat er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid is het beleid als bedoeld in paragraaf C4/3.6.8 Vc en paragraaf B1/4.4 van overeenkomstige toepassing.
Indien de IND beoordeelt dat er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap is het beleid als bedoeld in paragraaf C4/3.6.4.2 Vc van overeenkomstige toepassing.
Indien geconcludeerd wordt dat feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt ingetrokken nog niet bestonden bij verlening van de vergunning, maar pas na verlening van de vergunning zijn ontstaan, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot het moment waarop de intrekkingsgrond van toepassing is (geworden). De IND beoordeelt en bepaalt dit aan de hand van de individuele omstandigheden in de zaak.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a Vw in als er sprake is van een situatie waarin de IND heeft beoordeeld dat de vreemdeling feiten verkeerd heeft weergegeven of valse documenten heeft gebruikt of feiten heeft achtergehouden, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de subsidiaire beschermingsstatus.
Hetgeen is opgenomen onder paragraaf 2.3 is van overeenkomstige toepassing bij de intrekking van de subsidiairebescherminggstatus op grond van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Als de verblijfsvergunning asiel van de hoofdpersoon (referent) wordt ingetrokken, dan trekt de IND gelijktijdig de verblijfsvergunning asiel van het gezinslid in. Dit volgt uit artikel 32, derde lid, Vw. Vanwege de aard van de afgegeven vergunning aan het gezinslid is er geen sprake van (zelfstandige) asielmotieven. Het intrekken van de vergunning asiel op grond van meereis en/of nareis wordt in die gevallen dwingend voorgeschreven. De IND voert voor deze intrekkingsgronden geen evenredigheidstoets uit. Er bestaat geen discretionaire bevoegdheid om van deze bepaling af te wijken. Wel kan het gezinslid tijdens de intrekkingsprocedure zelfstandige asielmotieven zelf naar voren brengen. De IND betrekt dit bij de ex nunc beoordeling. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf C6/8.1 Vc.
Indien de IND beoordeelt dat de vergunning asiel van het gezinslid, die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29b, 29c of 29d Vw, op eigen merites kan worden ingetrokken, is het aan de vreemdeling om in de zienswijze en tijdens het gehoor te verklaren over redenen waarom de vergunning niet zou mogen worden ingetrokken. Eventuele zelfstandige asielmotieven moet de vreemdeling zelf naar voren brengen. Deze betrekt de IND bij de beoordeling. In deze gevallen voert de IND wel een evenredigheidstoetsing uit. Indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, wordt voor de evenredigheidstoets aangesloten bij het beoordelingskader van C4/3.6.5 en C4/3.6.6.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Intrekking van artikel 29b Vw is op grond van artikel 32, vierde lid, Vw, mogelijk wanneer de gevallen zich voordoen zoals genoemd in artikel 23, derde tot en met vijfde lid, van de Kwalificatieverordening.
Als het om redenen van nationale veiligheid of openbare orde noodzakelijk wordt geacht, wordt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29b Vw ingetrokken of niet verlengd op grond van artikel 23, vijfde lid Kwalificatieverordening. Voor de beoordeling van de openbare orde wordt aangesloten bij paragraaf C4/3.6.5 Vc. Paragraaf B1/4.4 Vc onder nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing. Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C6/8.1 Vc.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Intrekking van artikelen 29c en 29d Vw is op grond van artikel 32, vijfde lid, Vw, mogelijk wanneer:
achteraf blijkt dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt of achterhouden;
de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;
de gronden voor verlening zijn komen te vervallen voor de vreemdeling; of
de vreemdeling niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt.
In geval van een intrekking op grond van artikel 32, vijfde lid, aanhef en onder b, Vw, trekt de IND de afgeleide verblijfsvergunning asiel in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de afgegeven vergunning, omdat de vreemdeling nooit de verblijfsvergunning had mogen krijgen.
In geval van een intrekking op grond van artikel 32, vijfde lid, aanhef en onder d, Vw trekt de IND de afgeleide verblijfsvergunning asiel in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
Indien de erkenning van internationale bescherming op grond van artikel 32, zesde lid Vw wordt afgesloten van de hoofdpersoon, volgt ten aanzien van diens gezinsleden die een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29b, 29c of 29d Vw hebben een intrekkingsbesluit gelet op het bepaalde in artikel 32, derde lid Vw. Eventuele zelfstandige asielmotieven moet de vreemdeling zelf naar voren brengen.
Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C6/8.1 Vc.
Indien sprake is van een gevaar voor de openbare orde beoordeelt de IND of de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c en 29d Vw kan worden ingetrokken op grond van artikel 32, vijfde lid, onder b, Vw. Voor de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde wordt aangesloten bij paragraaf C4/3.6.6 Vc.
Indien sprake is van een verblijfsvergunning asiel op grond van 29c of 29d Vw toetst de IND aan artikel 3.86, eerste tot en met het twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede artikel 3.87 Vb en paragraaf B1/6.2.2 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid, beoordeelt de IND of de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c en 29d kan worden ingetrokken op grond van artikel 32, vijfde lid, onder b, Vw. Paragraaf B1/4.4 Vc onder nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen echtgenoten wordt verwezen naar paragraaf C5/1.4 Vc.
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C5/1.4 Vc.
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de verblijfstitel in ieder geval niet af als:
het minderjarig of meerderjarig kind op het moment van het verbreken van de gezinsband langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning asiel in het kader van nareis bij zijn of haar ouder(s);
de ouder(s) op het moment van verbreken van de gezinsband langer dan één jaar houder zijn van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij hun (minderjarige) kind; of
een situatie zoals bedoeld in artikel 3.106 Vb zich voordoet.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Indien de IND heeft geconcludeerd dat een intrekkingsgrond van toepassing is en heeft geconcludeerd dat de verleende verblijfsvergunning asiel ingetrokken moet worden, kan de intrekkingsprocedure de volgende onderdelen bevatten:
de ex-nunc beoordeling;
de ambtshalve toets;
de beoordeling van de actuele vrees bij terugkeer (terugkeerbeletsel);
het nemen van een terugkeerbesluit; en
het opleggen van een maatregel.
Deze worden hieronder verder uitgewerkt. Vervolgens wordt toegelicht hoe de beoordeling er in verschillende situaties uit komt te zien.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
De ex nunc beoordeling houdt in dat de IND beoordeelt of op het moment van herbeoordelen alsnog aannemelijk is dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst en op grond daarvan in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 of 29a Vw. Dit geldt voor vreemdelingen die een internationale beschermingsstatus hebben, maar ook voor vreemdelingen die op dit moment een afgeleide asielstatus hebben op grond van meereis of nareis en waarvan de vergunning wordt ingetrokken.
Het is aan de vreemdeling om gedurende de intrekkingsprocedure aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. De vreemdeling kan dit op ieder gewenst moment doen, waaronder in de zienswijze en tijdens het gehoor. De IND betrekt deze gronden in de besluitvorming van het intrekkingsbesluit. In deze beoordeling betrekt de IND of de eerdere intrekkingsgrond alsnog in de weg staat aan de verlening van de status en de daarmee samenhangende vergunning. Indien de vreemdeling niet meewerkt, vormt het ontbreken van een verklaring, conform artikel 66, vijfde lid, Procedureverordening geen beletsel om een beslissing tot intrekking van de internationale bescherming te nemen.
Indien de IND tot de conclusie komt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor bescherming op een andere grond dan waarvoor de huidige vergunning is afgegeven, maakt de IND een tweeledig besluit op waarin de IND de huidige asielstatus intrekt op grond van de intrekkingsgrond die van toepassing is. Tegelijk wordt gemotiveerd op welke grond de vreemdeling (alsnog) in aanmerking komt voor een internationale beschermingsstatus.
Een ex nunc toets wordt niet gedaan om te beoordelen of de vreemdeling opnieuw in aanmerking komt voor een afgeleide vergunning. In het kader van ex nunc wordt namelijk beoordeeld of er sprake is van een actuele vrees bij terugkeer. Bij de afgeleide vergunning is vanwege de aard van de vergunning geen sprake van (zelfstandige) vrees bij terugkeer.
Indien er sprake is van openbare orde aspecten die een eerste indicatie geven voor een herbeoordeling van de status, beoordeelt de IND of er sprake is van één of meerdere intrekkingsgronden. Indien de vreemdeling opgehouden is vluchteling of subsidiair beschermde te zijn, wordt in beginsel ingetrokken op het vervallen van de verleningsgrond. De IND betrekt de openbare orde of nationale veiligheidsaspecten wel bij de beoordeling of een maatregel opgelegd moet worden.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Als de IND de verblijfsvergunning asiel intrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling in aanmerking komt voor:
een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.6a, eerste en vijfde lid, Vb en de onder de in dit artikel genoemde beperkingen; of
uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie verder paragraaf C1/7 Vc onder ‘ambtshalve toets’).
Als er een zwaar inreisverbod is of wordt opgelegd, laat de IND de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM. Zie hiervoor C1/7 Vc.
Bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel toetst de IND niet ambtshalve of op verzoek of aanleiding bestaat gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid als bedoeld in artikel 14, eerste lid, Vw.
Daarnaast blijft bij het vervallen van de verleningsgrond de ambtshalve toets achterwege in de situatie wanneer de vreemdeling niet in Nederland verblijft.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Aan de hand van de ex nunc beoordeling, concludeert de IND of de vreemdeling een (actuele) gegronde vrees heeft om vervolgd te worden of een (actueel) reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst of derde land. Indien dat het geval is, is er sprake van een terugkeerbeletsel. Indien de IND beoordeelt dat er sprake is van een terugkeerbeletsel, legt de IND geen terugkeerbesluit op. Paragraaf C3/3.3.2.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Indien de IND de verblijfsvergunning asiel intrekt en heeft beoordeeld dat er geen sprake is van een terugkeerbeletsel, neemt de IND een terugkeerbesluit. Paragraaf A3/1.1 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Indien de IND de verblijfsvergunning asiel heeft ingetrokken, heeft beoordeeld dat er geen sprake is van een terugkeerbeletsel en daarom een terugkeerbesluit genomen heeft, beoordeelt de IND of er een maatregel opgelegd moet worden. Het kan hier gaan om een (zwaar) inreisverbod, een ongewenstverklaring en een Besluit tot Signalering. Zie hiervoor hoofdstuk A4 Vc.
Als de IND de verblijfsvergunning asiel intrekt en heeft beoordeeld dat er wel sprake is van een terugkeerbeletsel, beoordeelt de IND of er een Besluit tot Signalering dan wel ongewenstverklaring moet worden opgelegd. Zie hiervoor paragrafen A4/3 en A4/4 Vc.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoerings- en
implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in werking treedt.
Artikel C6
Intrekkingen en verlengingen
Onderdeel van Vreemdelingencirculaire 2000 (C)· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 12 juni 2026
Verwijzingen
- artikel 29 Vw
- artikel 11
- artikel 41 Vw
- artikel 29 Vw
- artikel 29 Vw
- artikel 29 Vw
- artikel 29a Vw
- artikel 29
- artikel 66
- artikel 66
- artikel 66
- artikel 12
- artikel 29a Vw
- artikel 32
- artikel 23
- artikel 29 Vw
- artikel 66
- artikel 3
- artikel 9
- artikel 29b Vw
- artikel 29 Vw
- artikel 32
- artikel 11
- artikel 29c
- artikel 32 Vw
- artikel 29b
- artikel 29b
- artikel 14
- artikel 14
- artikel 32
- Artikel 32
- artikel 29
- artikel 11
- artikel 11
- artikel 29
- artikel 9
- artikel 66
- artikel 29
- artikel 9
- artikel 41 Vw
- artikel 29 Vw
- artikel 11
- artikel 66
- artikel 32
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 32
- artikel 64 Vw
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 32
- artikel 29b Vw
- artikel 29
- artikel 16
- artikel 19
- artikel 29a Vw
- artikel 17
- artikel 29c
- artikel 19
- artikel 32
- artikel 32
- artikel 32
- artikel 29b Vw
- artikel 29a Vw
- artikel 16
- artikel 29b
- artikel 3
- artikel 32
- artikel 29b
- artikel 23
- artikel 32
- artikel 32
- artikel 29c
- artikel 23
- artikel 14