Naar hoofdinhoud

Artikel B2

Uitwisseling

Onderdeel van Vreemdelingencirculaire 2000 (B)· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 30 november 2017

In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven in het kader van uitwisseling om kennis te maken met de Nederlandse samenleving en cultuur. Verblijf in het kader van uitwisseling heeft verschillende vormen: Working Holiday Scheme (WHS) en/of Working Holiday Programme (WHP); Au pair; Particuliere uitwisseling; en Europees vrijwilligerswerk (EVS). De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het Vb en VV: artikel 3.43 Vb; en artikel 3.24 en 3.24a VV. Nederland heeft met Canada, Zuid-Korea, Argentinië, Hongkong, Japan, Taiwan, Uruguay (WHP), Australië en Nieuw-Zeeland (WHS) een overeenkomst gesloten op grond waarvan jongeren uit deze landen of gebieden onder bepaalde voorwaarden tijdelijk in Nederland mogen verblijven om kennis te maken met de Nederlandse samenleving en cultuur, en omgekeerd. Met Canada, Zuid-Korea, Argentinië, Hongkong, Taiwan, Uruguay, Australië en Nieuw-Zeeland is de overeenkomst op basis van een Memorandum of Understanding (MoU). Met Japan is de overeenkomst op basis van een Note Verbale. Voor de buitenlandse deelnemers heeft het verblijf het karakter van een kennismaking met de Nederlandse samenleving en cultuur en is daarom slechts éénmalig en de verblijfsvergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend. De jongeren mogen niet ten laste komen van de publieke middelen en de (tijdige) terugreis moet gewaarborgd zijn. Het begrip uitwisseling kenmerkt zich door wederkerigheid, in die zin dat de mogelijkheid om de samenleving en cultuur te leren kennen ook in de landen en gebieden van herkomst van de buitenlandse jongeren bestaat voor de Nederlandse jongeren. De uitwisselingsjongere dient zelfstandig in zijn levensonderhoud te voorzien. Om het verblijf in Nederland financieel te ondersteunen, mag de uitwisselingsjongere overeenkomstig artikel 3.3 onderdeel b, BuWav werken zonder dat de werkgever in het bezit is van een tewerkstellingsvergunning. Voorwaarde daarbij is dat het hoofddoel van het verblijf in Nederland – culturele uitwisseling – voorop blijft staan. Het werk mag dus alleen van incidentele aard zijn. De IND kan de vergunning in ieder geval weigeren of intrekken wegens het niet (meer) voldoen aan de voorwaarden als er sprake is van strijdigheid met het MoU of de Note Verbale. De IND beoordeelt per geval of daar sprake van is. De IND neemt aan dat de uitwisselingsjongere die in Nederland verblijft, niet zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien als bedoeld in artikel 3.24a VV als een beroep wordt gedaan op de algemene middelen. Gedurende het verblijf in Nederland is het toegestaan om een korte studie dan wel een cursus te volgen. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. De IND wijst de aanvraag van een vreemdeling die in het kader van de internationale overeenkomsten (MoU) WHS/WHP Australië, Canada of Nieuw-Zeeland in Nederland willen verblijven af als de vreemdeling: jonger dan 18 jaar is of ouder dan 30 jaar op het moment van indiening van de aanvraag; geen retourticket heeft dan wel niet de middelen van bestaan heeft voor de aanschaf van een retourticket; eerder in Nederland een verblijfsvergunning heeft gehad; ten laste komt van de algemene middelen. Per 1 januari 2019 heeft Nederland met Hongkong een MoU betreffende een WHP afgesloten. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij het Nederlandse Consulaat-Generaal in Hongkong. Per 1 oktober 2018 heeft Nederland met Zuid-Korea een MoU betreffende een WHP afgesloten. Met ingang van 1 januari 2024 is het maximum aantal WHP-verblijfsvergunningen dat jaarlijks wordt verstrekt verhoogd naar 200. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. Per 1 juli 2017 heeft Nederland met Argentinië een MoU betreffende een WHP afgesloten. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij de Nederlandse ambassade in Buenos Aires. Per 1 april 2020 heeft Nederland met Japan een Note Verbale uitgewisseld betreffende een WHP. Jaarlijks wordt een maximum van 200 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. Per 1 april 2020 treedt het tussen Nederland en Taiwan afgesloten MoU aangaande het WHP in werking. Dit MoU is afgesloten tussen het Netherlands Trade and Investment Office (NTIO) te Taipei en het Taipei Representative Office in the Netherlands. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen aan Taiwanese jongeren verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij het NTIO in Taipei. Per 1 april 2020 heeft Nederland met Uruguay een MoU betreffende een WHP afgesloten. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen aan Uruguayaanse jongeren verstrekt door de IND. In Uruguay is er geen Nederlandse ambassade. Een aanvraag kan derhalve alleen worden ingediend bij de Nederlandse ambassade in Buenos Aires (Argentinië). De IND wijst de aanvraag van een vreemdeling die in het kader van de internationale overeenkomsten (MoU of Note Verbale) WHP Argentinië, Hongkong, Zuid-Korea, Japan, Taiwan of Uruguay af als de vreemdeling: jonger dan 18 jaar is of ouder dan 30 jaar op het moment van indiening van de aanvraag; geen retourticket heeft dan wel niet de financiële middelen heeft voor de aanschaf van een retourticket; eerder in Nederland een verblijfsvergunning heeft gehad; ten laste komt van de algemene middelen; het quotum voor het aantal inwilligingen van het WHP Zuid-Korea, Hongkong, Japan, Taiwan, Uruguay dan wel Argentinië is bereikt. Het au-pairbureau moet erkend zijn door de IND. De aanvraag voor een verblijfsvergunning voor een au pair wordt ingediend door een erkend au-pairbureau. Het verblijf heeft het karakter van een kennismaking met de Nederlandse samenleving en cultuur en is daarom slechts éénmalig en de verblijfsvergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend. Het verblijf heeft dus primair een cultureel karakter. Dit moet ook blijken uit het door de IND goedgekeurde uitwisselingsprogramma bij het verzoek om erkenning door een au-pairbureau. De au pair woont bij een gastgezin, bestaande uit minimaal twee personen. De au pair heeft niet eerder voor het gastgezin werkzaamheden verricht. Voorts mag er geen sprake zijn van een familierechtelijke relatie tot en met de derde graad met het gastgezin. In ruil voor kost en inwoning mag de au pair maximaal acht uren per dag en maximaal 30 uren per week licht ondersteunende huishoudelijke werkzaamheden verrichten. Een au pair heeft minimaal twee dagen per week vrij. De taken met betrekking tot het verrichten van licht huishoudelijk werk worden opgenomen in een dagindeling (voor alle zeven dagen van de week) met het gastgezin. De dagindeling wordt door zowel het gastgezin als de au pair ondertekend. De IND wijst de aanvraag voor verblijfsvergunning met als doel ‘au pair’ af als de vreemdeling: jonger is dan 18 of ouder dan 25 jaar op het moment van indiening van de aanvraag; gehuwd is en (pleeg)kinderen heeft; eerder in Nederland een verblijfsvergunning heeft gehad; een borg aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie ter beschikking heeft gesteld; een contract met een gastgezin of (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft ondertekend waarmee de aanvrager zich verplicht tot het betalen van geld of een geldboete als sanctie wegens het niet nakomen van een of meerdere bepalingen van dit contract; een geldbedrag heeft betaald aan kosten die verband houden met de voorbereiding op het verblijf in Nederland dat in totaal hoger is dan tien procent van het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag betalen; taken verricht of gaat verrichten voor mensen die een meer bijzondere zorg nodig hebben, welke taken een specifieke vaardigheid vereisen. Het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag geven is opgenomen in het besluit ‘Loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen, achterwege laten inhouding loonheffing au pairs’ van 21 december 2000. De au pair toont bij het au-pairbureau aan ongehuwd te zijn. Dit gebeurt op de in het land van herkomst voorgeschreven manier. Deze verklaring wordt zo nodig voorzien van een legalisatie door de autoriteiten in het land van herkomst en de Nederlandse autoriteiten, of van een apostille. De au pair overlegt bij het au-pairbureau een eigen verklaring waaruit blijkt dat zij geen (pleeg)kinderen heeft. Uit deze verklaring moeten de personalia van de au pair blijken. Daarnaast moet deze verklaring door de au pair zijn ondertekend. De IND betrekt bij de bepaling van de hoogte van het betaalde geldbedrag in ieder geval de volgende kosten: de kosten die de vreemdeling betaald heeft aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau voor inschrijving en bemiddeling; de kosten voor het volgen van een (door de eigen overheid voorgeschreven) cursus ter voorbereiding op het verblijf in Nederland. Bij de bepaling van de hoogte van het betaalde geldbedrag, laat de IND de volgende kosten buiten beschouwing: kosten voor de reis naar Nederland en de terugreis naar het land herkomst of bestendig verblijf; kosten voor het visum, inclusief de direct hiermee verband houdende reis- en verblijfskosten; kosten voor het aanvragen, vertalen en legaliseren van de geboorteakte; kosten voor het reisdocument. De nieuwe aanscherpingsvoorwaarden gelden alleen voor aanvragen die op of na 1 oktober 2022 zijn ingediend. Jongeren kunnen als deelnemer aan een cultureel uitwisselingsprogramma tijdelijk via particuliere uitwisselingsorganisaties voor maximaal een jaar – onder bepaalde voorwaarden – in Nederland verblijven om kennis te maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. De particuliere uitwisselingsorganisatie moet erkend zijn door de IND. De aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ingediend door de erkende uitwisselingsorganisatie. Een uitwisselingsjongere die via een particuliere uitwisselingsorganisatie deelneemt aan een cultureel uitwisselingsprogramma wordt geplaatst in een gastgezin van de organisatie onder volledige verantwoordelijkheid van die organisatie. Het gastgezin moet minimaal bestaan uit twee personen. De uitwisselingsjongere maakt kennis met de Nederlandse cultuur en samenleving via het verblijf in het gastgezin, via activiteiten van de organisatie en via het volgen van onderwijs. De uitwisselingsjongere heeft niet eerder voor het gastgezin (bestaande uit minimaal twee personen) werkzaamheden verricht. Eventueel te verrichten vrijwilligerswerk is uitsluitend toegestaan indien hiervoor een TWV is verleend. Als een jongere met de Canadese, Australische of Nieuw-Zeelandse nationaliteit ook voldoet aan alle in 2.1.1. genoemde voorwaarden dan prevaleert de voor de jongere meest gunstige regeling. De IND wijst de aanvraag voor verblijfsvergunning met als doel uitwisseling af als de vreemdeling: jonger is dan 18 of ouder dan 30 jaar op het moment van indiening van de aanvraag, tenzij de jongere tussen de 15 en 18 jaar is en deze mogelijkheid is opgenomen in het culturele uitwisselingsprogramma; eerder in Nederland een verblijfsvergunning heeft gehad; een borg aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie ter beschikking heeft gesteld; een contract met een gastgezin of (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft ondertekend waarmee de aanvrager zich verplicht tot het betalen van geld of een geldboete als sanctie wegens het niet nakomen van een of meerdere bepalingen van dit contract. Nederland heeft zich in Europees verband gecommitteerd aan de uitvoering van het uitwisselingsprogramma ‘Youth in Action’, waarvan Europees vrijwilligerswerk deel uitmaakt. In het kader van Europees vrijwilligerswerk kunnen jongeren – waaronder jongeren afkomstig van buiten de EU – voor ten hoogste 1 jaar vrijwilligerswerk doen in Nederland. Het Nationaal Agentschap voor het Europees vrijwilligerswerk is ondergebracht bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). De uitwisselingsorganisatie moet erkend zijn door de IND. De aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ingediend door de erkende uitwisselingsorganisatie. De IND neemt aan dat de jongere die in Nederland verblijft, niet zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien als bedoeld in artikel 3.24a VV als een beroep wordt gedaan op de algemene middelen. Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder o, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘Uitwisseling’. Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan'. Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder o, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de verblijfsvergunning wordt verleend op grond van de internationale overeenkomsten met Canada, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, Argentinië, Hongkong, Japan, Taiwan, Uruguay en Australië: ’TWV niet vereist voor incidentele arbeid in het kader van WHP/WHS, andere arbeid niet toegestaan'. Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning aan de vreemdeling die in het kader van uitwisseling (niet zijnde au pair) in Nederland wil verblijven het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten. Op grond van artikel 3.58, eerste lid aanhef en onder o, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van ten hoogste één jaar. De IND beschouwt een geldig document voor grensoverschrijding als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de leeftijdseis als bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, aanhef en onder b, Vb en artikel 3.24, eerste lid, VV. De IND beschouwt een afschrift uit de BRP waaruit blijkt dat de vreemdeling staat ingeschreven op hetzelfde adres als het gastgezin en waaruit de gezinssamenstelling blijkt als bewijsmiddel dat de vreemdeling in een gastgezin verblijft bestaande uit ten minste twee personen. De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat het tijdige vertrek van de vreemdeling uit Nederland als bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, aanhef en onder d, Vb is gewaarborgd: een retourticket; of bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling over middelen van bestaan beschikt om een retourticket aan te schaffen. Verwezen wordt naar artikel 1.14, sub b, Vb en de paragrafen B2/2.2 en B2/2.3 Vc. De au pair die in het kader van culturele uitwisseling in Nederland wenst te verblijven laat zich door een als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie vertegenwoordigen. De als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie moet over een door de IND goedgekeurd uitwisselingsprogramma beschikken. Het door de IND te beoordelen uitwisselingsprogramma en de aanvraag voor een verblijfsvergunning culturele uitwisseling wordt in naam van de au pair door een als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie ingediend. Het uitwisselingsprogramma geldt voor alle vreemdelingen voor wie de als referent erkende uitwisselingsorganisatie verblijf in Nederland aanvraagt. Als de als referent erkende uitwisselingsorganisatie het uitwisselingsprogramma wenst aan te passen, moet het uitwisselingsprogramma opnieuw goedgekeurd worden door de IND. De IND beschouwt de tussen het gastgezin en de vreemdeling overeengekomen en ondertekende dagindeling voor de lichte huishoudelijke werkzaamheden als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde zoals bedoeld in artikel 3.24, derde lid, aanhef en onder d, VV. Voor alle zeven dagen van de week dient een dagindeling te worden opgesteld. De dagindeling moet door het gastgezin en de vreemdeling zijn ondertekend. In de dagindeling wordt minimaal opgenomen: hoeveel uur per dag de vreemdeling lichte huishoudelijke werkzaamheden gaat verrichten; welke werkzaamheden de vreemdeling gaat verrichten; welke dagen de vreemdeling vrij is; en wie er als alternatief fungeert of fungeren voor het verrichten van lichte huishoudelijke werkzaamheden. De dagindeling is alleen geldig gedurende het verblijf van de vreemdeling in Nederland. Verwezen wordt naar artikel 1.14, sub b, Vb en de paragrafen B2/2.2 en B2/2.3 Vc. De als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie moet over een door de IND goedgekeurd uitwisselingsprogramma beschikken. Het door de IND te beoordelen uitwisselingsprogramma en de aanvraag voor een verblijfsvergunning culturele uitwisseling wordt door een als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie ingediend. Het uitwisselingsprogramma geldt voor alle vreemdelingen voor wie de als referent erkende uitwisselingsorganisatie verblijf in Nederland aanvraagt.Als de als referent erkende uitwisselingsorganisatie het uitwisselingsprogramma wenst aan te passen, moet het uitwisselingsprogramma opnieuw goedgekeurd worden door de IND. De IND beschouwt een door de uitwisselingsorganisatie en de vreemdeling ondertekende overeenkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 3.43, vierde lid, Vb. In de overeenkomst moeten de onderdelen uit artikel 3.24, vijfde lid, VV zijn opgenomen. Intrekking vanwege rectificatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel