De verordening strekt ertoe de zendingen tussen de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of handelszaken met het oog op betekening en kennisgeving te verbeteren en te versnellen ten opzichte van de huidige internationale regelgeving.
Het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben op de voet van artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, te kennen gegeven dat zij aan de aanneming en toepassing van deze verordening wensen deel te nemen. Denemarken neemt, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, niet deel aan de aanneming van deze verordening. Deze verordening bindt Denemarken dan ook niet en is niet op deze lidstaat van toepassing.
Ingevolge artikel 20, eerste lid, van de verordening heeft de verordening voor het gebied dat tot haar werkingssfeer behoort voorrang op bepalingen in door de lidstaten gesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten, waaronder het op 15 november 1965 te Den Haag tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken (het Haags betekeningsverdrag 1965). Dit verdrag blijft dus van toepassing in de verhouding tussen Nederland en niet door de verordening gebonden staten die partij zijn bij het Haags betekeningsverdrag. Voorts bepaalt artikel 21 van de verordening dat artikel 23 van het Verdrag van 17 juli 1905 betreffende de burgerlijke rechtsvordering (Rechtsvorderingsverdrag 1905, dat voor Nederland nog geldt in de verhouding met IJsland), artikel 24 van het Verdrag van 1 maart 1954 betreffende de burgerlijke rechtsvordering (Rechtsvorderingsverdrag 1954) en artikel 13 van het Verdrag van 25 oktober 1980 inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen, onverminderd van toepassing blijven tussen de lidstaten welke partij zijn bij die verdragen.
Artikel 1
Algemeen; werkingssfeer
Onderdeel van Circulaire EG-betekeningsverordening· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 9 april 2001