Thans is de betekening naar het buitenland geregeld in artikel 4, onder 8°, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De regeling van artikel 4, onder 8°, Rv ten aanzien van betekening aan een persoon met een bekende woonplaats in het buitenland komt erop neer dat het stuk moet worden betekend aan de officier van justitie van het desbetreffende arrondissement, die het stuk ten behoeve van degene voor wie het is bestemd doorzendt aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken (voor betekening aan gedaagden in de Nederlandse Antillen geldt een iets andere regeling). De verdere afhandeling is vervolgens aan dat ministerie en haar diplomatieke of consulaire ambtenaren ter plaatse. De met betekening belaste deurwaarder zendt tevens een afschrift van het exploot aan de woon- of verblijfplaats van degene voor wie het stuk is bestemd. Aanvullende, en deels afwijkende, voorschriften vloeien voort uit de verschillende toepasselijke verdragen (waarvan het Haags betekeningsverdrag 1965 het belangrijkst is) en de bijbehorende uitvoeringswetten. Zo blijft in gevallen waar het Haags betekeningsverdrag 1965 van toepassing is de toezending aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken achterwege en doet de officier van justitie in plaats daarvan een aanvrage om betekening aan de in artikel 3 van het verdrag bedoelde centrale autoriteit (vergelijk artikel 8, tweede lid, Uitvoeringswet Haags betekeningsverdrag 1965).
De verordening is erop gericht door rechtstreekse verzending tussen plaatselijke verzendende en ontvangende instanties het aantal schijven waarlangs de betekening verloopt terug te dringen. Daarbij is aanpassing nodig van de regeling van de betekening van dagvaardingen en exploten in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voorts is aanpassing nodig van de voorschriften voor betekening en kennisgeving zoals die komen te luiden ingevolge wetsvoorstel 26 855 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg. Deze aanpassingen zijn in het wetsvoorstel opgenomen.
Artikel 3
Gevolgen van de verordening voor Nederlandse wetgeving
Onderdeel van Circulaire EG-betekeningsverordening· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 9 april 2001