Deelnemers aan de opleiding moeten in het bezit zijn van een onderwijsbevoegdheid voor het primair onderwijs en zij moeten, in verband met het praktijkgerichte karakter van de opleiding, minimaal 10 uur per week werkzaam zijn in het primair onderwijs waar ze te maken hebben met niet-Nederlandstalige leerlingen, dan wel werkzaam zijn in een eerste-opvangproject.
Artikel 3
Doelgroep/Toelating
Onderdeel van Opleiding Nederlands als tweede taal in het primair onderwijs· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 27 juni 2001